Nederlands gezag over voormalig Nieuw-Guinea

De recentelijk door minister Bot namens de Nederlandse regering afgelegde verklaring om 17 augustus 1945 politiek en moreel te aanvaarden als de datum waarop de Republik Indonesia de facto is ontstaan, roept de vraag op wat de draagwijdte is van deze verklaring ten aanzien van het voormalige Nederlands-Nieuw-Guinea.

Artikel 2 van de Charter van Souvereiniteitsoverdracht bepaalde dat de status quo van de residentie Nieuw-Guinea zal worden gehandhaafd, vervolgens werd de grondwet gewijzigd waarbij Nieuw Guinea in de gebiedsomschrijving van het Koninkrijk werd opgenomen, daarna kwam het tussenbestuur van UNTEA van 1 oktober 1962 tot 1 mei 1963 en eerst nadat de uitslag van de zogeheten `Act of Free Choice' door de Verenigde Naties was geaccepteerd, maakte Nieuw-Guinea formeel deel uit van de Republik Indonesia. Houdt de door minister Bot afgelegde verklaring, niettegenstaande de bij verdrag vastgelegde handhaving van het Nederlandse gezag over de voormalige residentie Nieuw-Guinea, ook in de politieke en morele aanvaarding van het de facto gezag van de Republik Indonesia over Nieuw-Guinea sinds 17 augustus 1945?