Monopolie publieke zaak

De Consumentenbond stelt in zijn gids deze maand vast dat liberalisering van gas en licht geen voordeel heeft opgeleverd voor de consument. Overstappen op een ander energiebedrijf levert in het gunstigste geval een besparing op van slechts enkele tientjes op duizend euro of meer aan energiekosten per huishouden per jaar. Daar staan risico's op tussentijdse prijsstijgingen, foute administratieve verwerking van de overstap en abusievelijke afsluiting tegenover. Het aandeel van de vaste kosten van energieopwekking en distributie is hoog en dat beperkt de mogelijkheden tot prijsconcurrentie. Door de stijging van de grondstoffenprijzen worden gas en licht alleen maar duurder.

Toch gaat de overheid verder met de liberalisering. Deze week heeft minister Brinkhorst (Economische Zaken, D66) een wetsvoorstel ingediend dat privatisering en verkoop van onderdelen van de energiebedrijven mogelijk maakt. Provincies en gemeenten die eigenaar van de energiebedrijven zijn, banken en allerlei tussenpersonen verheugen zich al op de onderlinge verdeling van de miljardenopbrengst.

Brinkhorst heeft een belangrijke beperking opgelegd aan de verkoop: de energienetwerken moeten in handen blijven van de overheid. Een energiebedrijf kan alleen worden verkocht als het eigen netwerk niet meegaat in de verkoop. Dat netwerk moet worden afgesplitst en volgens het wetsontwerp moeten overheden (provincies, gemeenten of rijk) daar een meerderheidsbelang in houden. Energiebedrijven als Nuon, Essent en buitenlandse concurrenten mogen dan energie op dat publiek beheerde net verhandelen.

Dat het netwerk in publieke handen blijft, is een belangrijke overwinning van Brinkhorst. Landelijk is er feitelijk maar één elektriciteits- en gasnetwerk en het heeft weinig zin dat monopolie aan een particuliere partij te verkopen. Privatisering van een monopolie kan de prijzen opdrijven, hoeveel overheidstoezicht er ook is. Zo heeft de verkoop van het monopolie van gemeenten op de omroepkabel geleid tot verdubbeling van de tarieven, ondanks alle afspraken. Bij elektriciteit en gas is nog minder concurrentie mogelijk dan bij de kabel. In tegenstelling tot omroepsignalen zijn elektriciteit en gas niet per satellietschotel op te vangen. Energieprijzen zijn een belangrijke factor in de kosten van levensonderhoud en in het particuliere investeringsklimaat. Het is van belang dat de overheid als publieke aandeelhouder in het energienet de prijsvorming en de concurrentie in de gaten houdt, de kabels en pijpen goed onderhoudt en daar op tijd in investeert.

Blijft de vraag waarom een minderheidsaandeel van 49 procent van de publieke energienetten mag worden verkocht. Belangen van particuliere aandeelhouders beperken de manoeuvreerruimte van de overheid in het publieke belang. Zelfs nu de energiebedrijven nog in publieke handen zijn, dreigen ze al met processen tegen de overheid. De hoop is dat alleen op de lange termijn gerichte investeerders als pensioenfondsen in een minderheidsaandeel in het netwerk zijn geïnteresseerd. Energiebedrijven vallen af als kandidaten omdat ze geen energie meer mogen verkopen als ze een energienet bezitten.

Het is begrijpelijk dat provincies en gemeenten van hun distributiebedrijven af willen, omdat die door het verlies van het energienetwerk een minder zekere positie hebben op de markt. Toch zouden lokale overheden met de verkoop van minderheidsaandelen in het energienetwerk terughoudend moeten zijn. De miljardenopbrengst van dergelijke verkopen verdwijnen soms als sneeuw voor de zon of worden gestoken in nutteloze prestigeprojecten. Het in publieke handen houden van een monopolie is van groter belang voor burgers en bedrijven.