Lyrische les over oorlog in Indië

De Canadezen van Indië werden ze genoemd, zonen van de zware zeeklei die aan de andere kant van de wereld vrede gingen brengen – met geweld. De mannen die kunnen navertellen hoe het Bataljon Zeeland deelnam aan de `politionele acties' in Indonesië worden schaars. Het is dan ook lovenswaardig van het Zeeland Nazomerfestival en van schrijver Kester Freriks (ook medewerker van deze krant) dat ze deze weer zeer actuele geschiedenis ter plaatse tot leven wekken. Aan de vooravond van hun jaarlijkse reünie, en symbolisch bezig met het ontwarren van een oranje wimpel, halen veteranen Ko en Leen herinneringen op.

Freriks is Indië-kenner, schrijver van een aantal romans en van Geheim Indië, een prachtige biografie van Maria DermoÛt, maar met toneelstukken heeft hij minder ervaring. Ons Koninkrijk is dan ook te weinig een toneelstuk geworden.

Dat heeft veel met juist die kennis te maken. Zoals meer schrijvers van historiestukken – Ton Vorstenbosch (Wilhelmina) en Jan Blokker (Soekarno) – heeft Freriks de geschiedenis te weinig de geschiedenis gelaten. Meer dan dramatische personages zijn de veteranen voertuig voor historische weetjes (één gulden per dag verdienden de vrijwilligers, met tachtig cent `gevarengeld') en historisch-psychologische conclusies die in één zin worden samengevat. Er gaat in zo'n geval veel verloren, juist in de drang volledig te zijn.

De twee invallen waarmee Nederland zichzelf in '47 en '48 blameerde op het wereldtoneel en waarvan de wreedheden, oorlogsmisdaden, nog steeds verhullend `excessen' worden genoemd, zijn een dramatische goudmijn: wroeging, verbeten trots, onbegrip, verdriet. De tegenstelling tussen de twee mannen is daarnaast groot: vrijwillige officier tegenover dienstplichtig soldaat, de een trots op zijn insignes, de ander spijtoptant. Maar dit alles melden de acteurs ons zelf; we mogen het niet opmaken uit hun spel, uit de dialogen. Er blijft dus weinig te spelen over en de vertellende speelstijl vergroot de distantie nog eens. De intens beschaafde dictie van Cas Enklaar is onverenigbaar met de rol van ruwe boerenzoon en vechtersbaas Leen. Wim van der Grijn stort zich er meer in, maar was op de première nog niet tekstvast.

Op papier verwijt officier Leen soldaat Ko de dood van zijn broer, een gevoelige, Hans Lodeizen-natuur, die Freriks goed weet neer te zetten via de verhalen van de twee anderen. Als homo heeft deze Marinus het niet gemakkelijk gehad, en de omstandigheden rond zijn dood zijn mistig. Maar Leen lijkt dit Ko maar heel even na te dragen.

Over de hele voorstelling ligt zo een zekere matheid, alsof de vergeefsheid van hun strijd het vuur in de mannen heeft gedoofd. Maar ook daarvan vinden we weinig in het stuk terug. Tekenend is dat de koffer met de nalatenschap van een vierde strijdmakker, voorop het toneel, grotendeels dicht blijft.

Daar staat tegenover dat Indië Freriks opnieuw weet te inspireren tot onhollands lyrische zinnen. Niemand dan hij ziet in de bogen van de zakelijke Zeelandbrug ,,zilveren dolfijnen''.

Zeeland nazomerfestival: Ons Koninkrijk van Kester Freriks. Regie: Mette Bouhuijs.

Tournee t/m 10/9. Zie www.nazomerfestival.nl

    • Maartje Somers