Luciano Berio

Stanze is het laatste werk dat Luciano Berio (1925-2003) voltooide. De dood resoneert in elke klank, in elk woord van deze indrukwekkende compositie. De titel (`kamers') verwijst naar vijf ruimten waarin dichters verblijven die Berio na aan het hart liggen. In Stanze gaat hij nog één keer bij ze langs: Paul Celan, Giorgio Caproni, Edoardo Sanguineti, Alfred Brendel en Dan Pagis.

Het verzengende openingsakkoord dat Celans Tenebrae inluidt, verraadt dat Berio's zwanenzang weinig troost biedt. Stanze is grauw, en van een weerbarstige vitaliteit. Berio gebruikte tekst altijd op twee manieren: linguïstisch (als `normale' tekst) en als klankobject. In Stanze klinken de teksten verstaanbaarder en pregnanter dan in veel andere werken, maar de wisselwerking tussen de solist (die de structuur zingt) en het koor (dat losse klanken uit zijn partij oppikt) draagt onmiskenbaar Berio's signatuur.

Ontspanning biedt het vierde deel, op woorden van de dichtende pianist Brendel. ,,Een zekere Alois'' ontdekt in een polka van Johann Strauss de stem van God. Berio lardeert de absurdistische tekst met stuwende, net-niet-polkaritmes, waardoor het deel iets snakkends krijgt.

Christoph Eschenbach dirigeerde vorig jaar de wereldpremière van Stanze, met de Duitse bariton Dietrich Henschel. Dat concert verscheen nu op cd. Eschenbach laat Berio's orkestclusters vlammen en kolken, en in het slotdeel kwijnend tot stilstand komen.

`Luciano Berio In Memoriam'; Orch. de Paris o.l.v. Ch.Eschenbach. (ODE 1059-2). Op 3/9 voert het Radio Fil. Orkest `Stanze' uit in het Amsterdamse Concertgebouw. Radio 4: 3/9, 14.15 u.