Lijk in vliegtuig verbaast niet meer

Vier dagen vloog het stoffelijk overschot van een verstekeling mee in het landingsgestel van een Air France-toestel, zo meldde de Franse nieuwszender LCI deze week. In de Congolese hoofdstad Kinshasa verstopte hij zich, waarna het toestel naar Parijs vloog en daarna naar Amerika. Het betekent dat het toestel nauwelijks is geïnspecteerd.

Het incident verbaast nauwelijks nog. Naar aanleiding van de aan vliegtuigcrashes rijke augustusmaand heeft de veiligheid van de luchtvaart – of liever: het klaarblijkelijke gebrek daaraan – geleid tot uitgebreide reportages en onderzoeken in de Franse media. Wantrouwen bleek geboden. Nadat de Franse regering afgelopen maandag een, om diplomatieke redenen, bescheiden zwarte lijst van vijf onbetrouwbare luchtvaartmaatschappijen publiceerde, vulde dagblad Le Figaro die aan met nog eens 35 andere. Ook publiceerde de krant de namen van de dertig landen die de internationale veiligheidsnormen niet respecteren. Bovendien werden de riskante, onderhoudsgevoelige toesteltypes opgesomd.

Het was nog niet alles. Dagblad Le Monde ontdekte dat op de grote vliegvelden van Parijs, Roissy en Orly, dagelijks slechts vijf technische controleurs actief zijn. Le Figaro zag hetzelfde, maar anders: jaarlijks voeren dertig controleurs 1.500 inspecties uit, waarvan 20 procent inderdaad tot een opstijgverbod leidt. Het aantal controles staat in geen verhouding tot het aantal vliegbewegingen: ruim één miljoen.

Zo bezien is het niet vreemd dat het lijk van de Congolese verstekeling pas na vier dagen werd ontdekt. Zelfs gedegen maatschappijen bieden niet altijd 100 procent veiligheid. In het hoogseizoen worden vaak chartermaatschappijen ingezet, die de opdracht soms weer op hun beurt uitbesteden. Als het maar druk genoeg is, kan zelfs een passagier met een betrouwbaar ticket op zak alsnog belanden in, wat de Fransen noemen, een vliegende afvalbak.