Hongersnood dreigt in Malawi

In Malawi dreigt een hongersnood die groter is dan de voedselcrisis van drie jaar geleden waarbij naar schatting 40.000 mensen stierven. Voor hulp is zo snel mogelijk 88 miljoen dollar nodig. De Verenigde Naties kwamen gisteren met die noodkreet. Soortgelijke, herhaalde oproepen voor voedselhulp aan West-Afrika bleven eerder dit jaar onbeantwoord, waardoor in Niger een humanitaire crisis ontstond.

Eerder hadden de VN al 187 miljoen dollar gevraagd voor voedselhulp aan Lesotho, Malawi, Mozambique, Swaziland, Zambia en Zimbabwe. Maar de reactie op die oproep is tot nu toe lauw, terwijl de graanprijzen in Zuidelijk Afrika inmiddels drastisch zijn gestegen. Nergens in de regio is het aantal mensen dat bedreigd wordt, zo groot als in Malawi, zei gisteren Simon Pluess van het Wereldvoedselprogramma (WFP). Eenderde van de bevolking loopt gevaar: 4,2 miljoen mensen. Door droogte en falend beleid produceerden de boeren dit jaar maar 1,1 miljoen ton maïs, de helft van wat nodig is om de bevolking te voeden.

Andere jaren begonnen de maïsprijzen in Malawi pas te stijgen in de zogeheten `magere maanden' tussen december en maart, vlak voor de nieuwe oogst. Maar dit jaar zijn de prijzen tussen april en juli al met 71 procent omhoog geschoten. Dat betekent dat veel mensen nu al door hun maïsreserves heen zijn en dat de maïs op de markten voor de meeste mensen onbetaalbaar geworden is.

De regering van het straatarme Malawi heeft zelf 80 miljoen dollar beschikbaar gesteld voor kunstmest om de productie volgend jaar te stimuleren. Dat besluit komt voor de meeste boeren een jaar te laat. Vorig jaar beloofde de president om kunstmest te subsidiëren. Maar toen hij daar uiteindelijk op terugkwam, was er in het land te weinig kunstmest en was de prijs voor de boeren veel te hoog. Dat is een van de oorzaken van de huidige voedselcrisis.

De hongersnood van drie jaar geleden werd mede veroorzaakt doordat de regering net daarvoor de nationale graanreserve had verkocht.