Hit met zeven levens

Oude hits nieuw leven inblazen, het is niet meer voorbehouden aan tweederangs artiesten. Dankzij de house-cultuur is coveren weer acceptabel.

Van wie is That's All Right Mama? En Jailhouse Rock? Love Me Tender? Hound Dog? Makkelijk – Elvis Presley natuurlijk. Ja en nee. Elvis vertolkte die songs en maakte ze zich eigen, maar hij heeft ze niet zelf geschreven. Zoals hij de meeste van zijn hits niet zelf schreef. En hij was, veertig, vijftig jaar geleden, niet de enige. De popmuziek bestond in die tijd bijna louter uit covers. Natuurlijk zijn er altijd artiesten geweest die hun eigen nummers schreven, maar in het grootste deel van de popmuziek was er sprake van een duidelijke arbeidsdeling. Je had componisten, die, zoals David Goffin en Carole King, elke dag naar hun kantoor gingen in het Brill Building in New York om daar liedjes te schrijven. En je had zangers die deze liedjes van een producer kregen voorgeschoteld en, begeleid door een stel huurmuzikanten, in een studio opnamen. Zo werkte bijvoorbeeld ook de hitfabriek van Motown.

Maar halverwege de jaren zestig veranderde de popmuziek. Artiesten als The Beatles en Bob Dylan haalden successen met eigen nummers. Hun werk werd de norm: elke zichzelf respecterende popmusicus schreef voortaan zelf zijn liedjes. Door The Beatles veranderden popmusici van vakbekwame zangers, die vooral voor vermaak moesten zorgen, in romantische, gekwelde artiesten die in de eerste plaats origineel moesten zijn.

Toch zijn covers nooit verdwenen uit de popmuziek. Op Jamaica bijvoorbeeld bleef onder reggae-muzikanten het uitkiezen en vertolken van goede nummers een nobel vak waar een musicus zich net zomin als een strijkkwartet dat Beethoven speelt voor hoeft te schamen. Ook in de soul en arrenbie is de traditionele arbeidsdeling gedeeltelijk blijven bestaan. Maar in de rest van de pop zijn covers toch vooral als iets tweederangs gaan gelden, vooral goed voor halftalenten, commerciële Top 40-artiesten en bruiloftsbandjes.

Als serieuze bands al covers speelden en spelen, dan doen ze dit bijvoorbeeld als eerbetoon aan de Groten der Popmuziek. Of ze maken er een `lollige' cover van, zoals Chris Martin van Coldplay onlangs nog deed tijdens Live8, toen hij een van zijn eigen zeurnummers onderbrak door op lijzige toon John Fogerty's Rockin' All Over The World te zingen, het nummer waarmee de Engelse rampetampband Status Quo twintig jaar geleden Live Aid overrompelend begon.

Ook voor de parodiërende cover is altijd wel plaats geweest, zoals de vertolking van My Way door Sid Vicious in 1978. De vrije vertaling van een hit valt hier ook onder, zoals F*ck It (I Don't Want You Back) van Eamon dat door Simon werd veranderd in het geestige V*kkevuller.

Een gulden middenweg is de `radicale cover', die nauwelijks nog op het oorspronkelijke nummer lijkt, en dus vooral de originaliteit van de artiest benadrukt. Zo klinkt I Can't Get No Satisfaction van de Stones in de bijna onherkenbare versie van Devo uit 1978 als een eigen Devo-nummer. Verder is er natuurlijk altijd plaats gebleven voor de `gelegenheidscover', zoals Sgt Pepper's Lonely Hearts Club Band waarmee U2 en Paul McCartney in juli Live8 openden.

Door al deze soorten covers kennen veel nummers ondanks de lage status van het coveren in de popmuziek vele uitvoeringen. Zeven of meer is geen uitzondering. De laatste jaren is daar nog een nieuw soort cover bijgekomen: de dance-cover. Dance-covers zijn vooral het gevolg van techniek. Het is nu dankzij samplers en computers zo makkelijk om een oud nummer te bewerken – je hoeft geen noot meer te kunnen spelen of zingen – dat vooral dance-muzikanten grossieren in producten die bestaan uit een al dan niet elektronisch bewerkte oude hit die is voorzien van een stevige housebeat. Dit nieuwe soort covers past volmaakt bij de dance-cultuur waar de dj's de sterren zijn, wier scheppende kracht vooral schuilt in het vaardig draaien van platen en cd's oftewel: in de reproductie van bestaande muziek.

Misschien bedriegen onze oren ons, maar het lijkt wel alsof de nieuwe house-covers het coveren op zichzelf weer acceptabel hebben gemaakt. Elke week staan er nu wel een paar nummers in de hitlijsten die zijn gebaseerd op oude, al dan niet bekende nummers. Ook `serieuze' muzikanten lijken steeds minder hun neus op te halen voor covers. Een goede aanleiding is vaak een soundtrack waarop bekende liedjes moeten klinken, maar wel graag in een nieuw jasje. Beck maakte bijvoorbeeld voor de film Eternal Sunshine for the Spotless Mind een prachtige cover van het Korgis-nummer Everybody's Gotta Learn Sometime. Hoog tijd dus voor een serie over de zeven levens van oude popnummers waarvan volgende week de eerste aflevering begint.

    • Sietse Meijer
    • Bernard Hulsman