Gratis cola voor radeloze Amerikanen

In Houston verzamelen zich slachtoffers van de orkaan Katrina. Gisteren is begonnen aan de evacuatie van het stadion Superdome in New Orleans. ,,Je werd alleen geholpen als je doodging.''

Jerome (27) móést zijn werk blijven doen. Zijn baas eiste het. En dus regelde hij, agent bij de verkeerspolitie, tot dinsdagavond het verkeer in het centrum van New Orleans. ,,In een soort oorlogsgebied. Alles kapot.'' Steeds minder auto's reden er, niemand nam nog notie van zijn geboden, het water rukte verder op.

Daar stond hij, een man zonder missie. Hij polste zijn collega; wilde hij mee, op de vlucht? Niet dus. Politiemensen, zegt Jerome, zijn nu eenmaal gezagsgetrouw. Maar Jerome trok een grens. Al sinds zondagnacht sliep hij met collega's in een politiebureau zonder licht en drinkwater, zijn huis was weggevaagd, hij had op televisie taferelen van radeloze mensen gezien, en hij dacht: ,,Dit is waanzin.'' En hij vertrok.

Het was ,,héérlijk'', vertelt hij, om het gehavende New Orleans op topsnelheid uit te scheuren. ,,Dáág.'' Hij vreest wel de juridische gevolgen van de vlucht – daarom wil hij zijn achternaam niet geven. En inmiddels aarzelt hij of het goed was. Sinds hij gisterochtend in Houston, Texas, is aangekomen, en heeft vernomen hoe desastreus de dijkdoorbraken van dinsdagmiddag hebben uitgepakt, denkt hij geregeld terug aan de mensen die hij in zijn laatste uur als politieman probeerde tegen te houden. Want wat doet iemand die op het punt staat het water te ontvluchten? Die gaat eerst kijken of zijn huis er nog staat. ,,Mensen reden het water tegemoet.''

Jerome deed zijn verhaal gisteren op een parkeerplaats in Houston, tegenover het honkbalstadion Astrodome. Bij dat stadion werden bussen met evacués uit New Orleans verwacht, die dagen met tienduizenden in de baseballtempel van New Orleans, de Superdome, opgepropt hadden gezeten. De hitte en slechte hygiëne daar dwongen de gouverneur van Louisiana ertoe om dat als laatste toevluchtsoord beschikbaar gestelde stadion te ontruimen. Jerome hoopte tussen die evacués een oom te treffen, die hij kwijt is. Tientallen anderen kwamen naar de Astrodome in de hoop er de komende nachten te kunnen slapen.

Maar zolang de bussen uit New Orleans niet arriveerden, bleef de Astrodome gisteravond gesloten. Zo ontstond op de parkeerplaats een samenscholing van rampslachtoffers, voornamelijk zwarten, die werden geholpen, zoniet bestormd, door redderende blanke Texanen met grote hoeveelheden voedsel, drank, medicijnen, en stencils met verstandige tips. ,,Mama! Papa!'', riep een ventje van drie. ,,Wéér gratis cola!''

Het kon de droevigheid van de avond niet verbloemen. Verpleegkundige Michele James vertelde dat in haar huis het water de laatste dagen tot haar billen stond, maar dat, zegt ze, was het probleem eigenlijk niet. Zij en haar gezin leefden gewoon op de eerste verdieping. Toen militairen langskwamen, bleken ze niet voor hulp in aanmerking te komen. ,,Je werd alleen geholpen als je doodging.''

Het probleem was de hitte. Omdat de elektriciteit was uitgevallen, en de airco dus ook, was er na een paar dagen nergens meer verkoeling te vinden. In de nacht van dinsdag op woensdag, zegt ze, dacht ze dat haar einde naderde – door de hitte. Michele schat in dat het in huis tussen de 45 en 50 graden was. ,,Ik ademde en het voelde alsof ik heet water binnenkreeg.'' Ze kon er niet meer tegen. ,,Ik verloor mijn bewustzijn en zag overal strepen.'' Haar man werd een streep. Haar kind werd een streep. ,,En ik dacht: dit is het dus.''

De volgende ochtend werd ze gewoon wakker. Wat ze weet is dat haar man haar grote hoeveelheden water heeft toegediend die een buurman had gebracht. Maar Michele verslapte opnieuw en nog steeds was de lucht die ze inademde wurgend heet. De situatie was zo uitzichtloos dat zij en haar man besloten het erop te wagen. Ze reden door het water naar de snelweg, passeerden talloze ronddobberende lijken, zagen mensen die een vlotje hadden gemaakt, dat plunderaars gaskranen opendraaiden. ,,Te veel ellende'', zegt Michele James.

Nu haar gezin veilig is, tobt ze over haar moeder, die zoek is, en over haar broer, over wie ze heeft gehoord dat hij bij de redding van een vrouw een been heeft verloren. ,,Te veel'', zegt ze weer.

Zodoende heeft ze sindsdien bij elke aankondiging van een orkaan stelselmatig met man en kinderen de stad verlaten. Maar de laatste jaren kwamen die meldingen zo vaak, vertelt ze, en was het zo vaak vals alarm, dat haar oudste kinderen er niet meer in geloofden.

Ze heeft via-via gehoord dat haar zoon zondagavond nog thuis was. Er is een bericht dat haar dochter aan een boom hing. Ze hoopt – ze kan niet anders - dat ze allebei in het honkbalstadion zullen opduiken. ,,Mijn bijgeloof zegt me dat ik ze hier zal terugvinden.'' En wat doet ze daarna? Daarna gaat ze met haar familie een nieuw huis bouwen, ver weg van de stad New Orleans. ,,Daar ga ik nooit meer naar terug.''

Dit sentiment bestaat bij veel slachtoffers. Nooit meer terug. ,,Het is een zondige stad'', zegt Jeanne Matthews, die al haar familieleden inmiddels heeft teruggevonden, maar naarstig op zoek is naar een dak boven haar hoofd. Ze denkt dat het opperwezen New Orleans een bericht heeft gezonden. De stad van de melancholie, artisticiteit en van de muziek – die stad, zegt Jeanne Matthews, bestond allang niet meer. ,,Het was alleen nog maar: zuipen, zuipen, zuipen.'' Het zal haar geen moeite kosten haar familie ervan te overtuigen om nooit meer terug te keren naar New Orleans: ,,Geen enkele.''

Ook de gevluchte politieman Jerome heeft zijn besluit genomen. ,,Ik werk sinds gisteren niet meer bij de politie'', zegt hij met een kloeke blik. Zijn collega's zal hij missen. Aardige kerels. Ze hebben hun best gedaan, de afgelopen dagen. Maar de stad kan hem gestolen worden. ,,New Orleans is voorbij. Mijn toekomst ligt in Houston.''

Dit is de eerste bijdrage van onze nieuwe correspondent in de Verenigde Staten Tom-Jan Meeus.

    • Tom-Jan Meeus