`Geen remedie tegen nationale identiteitscrisis'

Frits van Oostrom is voorzitter van de club die gaat bepalen wat scholieren moeten weten van de Nederlandse geschiedenis en cultuur.

Over de inhoud van de canon van de Nederlandse cultuur en geschiedenis maakt Frits van Oostrom zich niet zo druk. ,,Eigenlijk is die canon er natuurlijk al. Niemand zal beweren dat Hondecoeter er wel in moet en Vermeer niet. En voorlopig mag korfbal er ook in.''

Van Oostrom is voorzitter van de `canoncommissie', een club van wijzen die zich het komende jaar gaat buigen over wat leerlingen op de basis- en middelbare school zouden moeten weten van de Nederlandse geschiedenis en cultuur. Van Oostrom is ook kenner van de Nederlandse letterkunde van de Middeleeuwen en sinds mei dit jaar president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). In gezelschap van minister Van der Hoeven (Onderwijs, CDA) en staatssecretaris Van der Laan (Media en Cultuur, D66) presenteerde hij gisteren zijn achtkoppige commissie in de Gouden Zaal van het Mauritshuis.

Na een jaar van schoten voor de boeg begint het nu echt. Nederland krijgt een heuse canon, een overzicht van wat het land heeft gevormd en van wat bewaard dient te blijven voor volgende generaties. Want, zo schrijft Van der Hoeven in haar opdrachtbrief aan de commissie: ,,Er lijkt in brede kringen behoefte te zijn aan een nieuw `verhaal Nederland'.'' En met zo'n canon, voegde ze er gisteren aan toe, ,,wordt het voor de inwoners van Nederland gemakkelijker om over gemeenschappelijke kennis over geschiedenis, cultuur en samenleving van Nederland te beschikken en die kennis met elkaar te delen''.

Volgens de minister hebben `brede kringen' behoefte aan een canon. Welke kringen zijn dat volgens u?

,,Net als de minister vertrouw ik hierbij op het advies van de Onderwijsraad van begin dit jaar. In hun evaluatie van het onderwijs kwam de canon als een belangrijke aanbeveling naar voren. Ik ga er van uit dat de Onderwijsraad weet wat er speelt in het onderwijs, en dat daar dus grote behoefte bestaat aan een canon.''

Onderwijsraad-voorzitter Van Wieringen vindt een canon nodig omdat Nederland ,,in verwarring'' zou zijn. Vindt u dat ook?

,,Zeker niet, dat is me veel te defensief. Dit wordt geen remedie tegen een nationale identiteitscrisis, geen instrument om nationale gevoelens mee te versterken en ook geen inburgeringscursus. Het gaat ons niet om het vastleggen van de identiteit van Nederland, maar om het vastleggen van de cultuurgeschiedenis.''

Hoe gaat u met acht mensen in een jaar tijd overeenstemming bereiken over de hoogtepunten uit de cultuurgeschiedenis?

,,Ik ben niet bang voor eindeloze discussies. Door de eeuwen heen heeft zich al een aanzienlijke concensus gevormd over wat werkelijk de moeite waard is. Lastig wordt het pas als je gaat praten over de categorie na de vanzelfsprekendheden. Maar ook daar is al veel voorwerk verricht. We gaan niet het wiel opnieuw uitvinden, en opeens een nieuwe geschiedschrijving presenteren.''

Als de canon al bestaat, waarom dan nog een commissie?

,,We gaan vooral kijken naar hoe de canon het beste in het onderwijs kan worden toegepast. In welke vakken, in welke vorm, dat soort dingen. We beginnen bij het basisonderwijs, om te voorkomen dat je begint bij de hoogst haalbare eisen en die vervolgens gaat afzwakken. In eerste instantie is de canon bedoeld voor het onderwijs, maar we streven ook naar verspreiding onder een breder publiek.''

De canon zal niet verplicht worden gesteld, scholen mogen zelf weten of ze er een `kerndoel' van maken of niet. Wordt het niet te vrijblijvend?

,,Je moet dit niet afdwingen, hooguit toetsen. Verplichten werkt niet, het gaat om een leraar die je ergens op wijst. Ik vertrouw op de kracht van de canon.''

Ziet u op tegen de kritiek als uw canon klaar is?

,,We doen het niet voor de columnisten en de critici. Dit is typisch zo'n project waar iedereen in principe voor is. Totdat het klaar is, dan barst de kritiek los.''