Geef leraar meer geld

Lang voor de derde dinsdag in september is het al duidelijk: onderwijs profiteert van de extra aardgasbaten. Een aanzienlijk deel gaat naar de bouw van klaslokalen. De minister honoreert hiermee de wensen van schoolbestuurders. Zo werkt onderwijsbeleid in Nederland: de overlegelite stelt een lijstje met prioriteiten vast, de politiek betaalt.

Op het eerste gezicht zijn die klaslokalen niet eens een gek idee. Een mooie, schone en eigentijdse onderwijsomgeving versterkt het imago van de sector. Toch is de keuze dubieus. De schaarste ligt namelijk elders.

Probleem is dat op scholen aan alles een tekort is. Leermaterialen verouderen, computers houden de ontwikkeling niet bij en gebouwen zijn evenmin van deze tijd. Zonder meer vervelend, maar aan al deze zaken is geen absoluut tekort. Hoe anders is de situatie bij het personeel. Recente onderzoeken tonen aan dat het voortgezet onderwijs elk jaar een paar duizend nieuwe docenten nodig heeft. Het sterk vergrijsde corps rent in hoog tempo de scholen uit. Er zijn veel te weinig aanmeldingen bij de opleidingen om deze vlucht op te vangen. De beleidslijn van deze minister en haar voorgangers – bestuurders maken met personeelsbeleid het beroep leraar aantrekkelijk werkt dus niet. Straks zitten leerlingen in prachtige lokalen, maar ontbreekt adequate begeleiding.

Vandaar dat een politieke heroriëntatie op de aanwending van onderwijsmiddelen voor de hand ligt. Als er dan toch geld is, kijk eerst eens naar het buitenland. Hoe doen ze het daar? In New York nam na een forse salarisverhoging de animo voor werken met kinderen snel toe. Hier is het de omgekeerde wereld: leraren zijn schaars en leveren koopkracht in.

Binnen scholen is de beloningsstructuur eveneens uit het lood geslagen. Met nieuw personeelsbeleid zijn administratieve functies gecreëerd. Straf geven, absenten bijhouden en roosters maken, het is stuk voor stuk relatief eenvoudig werk. Toch verdient het beter dan lesgeven.

Wend die paar honderd miljoen euro aan voor beter betalen van werk in de klas. Maak verder regels die geld overhevelen van administratieve naar lesgevende taken. Een forse verhoging van de beloning per lesuur zorgt er gegarandeerd voor dat de vlucht uit de klas stopt. Vanaf het moment dat de effecten van de maatregelen waarneembaar zijn, treedt een bijkomend voordeel in werking. Leraren horen in ruil voor meer geld wat terug te geven. Concreet betekent dat ophouden met zeuren, kwaliteit leveren en doen wat de samenleving vraagt.

Het Nederlands voortgezet onderwijs staat de komende twintig jaar voor een zware opdracht. De hedendaagse jeugd concurreert straks met Chinezen die voor vijftig eurocent per uur aan de lopende band staan en met Amerikanen die vijftig weken werken. Daar bovenop moet ze ook nog eens vier miljoen bejaarden naar een menswaardig einde brengen. Kennis, vaardigheid en omgangsvormen zijn dan noodzakelijke voorwaarden voor succes. Anders gezegd: zonder excellente leraren, die kinderen opvoeden tot volwaardig en productief burger, komt onze welvaart in gevaar.

Helaas staan dit soort zaken bij onderwijsbestuurders onder het kopje trivialiteiten. Het is ze niet eens kwalijk te nemen. Ook zij denken vooral aan het eigen belang en pas daarna komen de nationale onderwijsproblemen. Vandaar dat ze zo graag bouwen, het liefst groot, met veel leerlingen bij elkaar, betaald met belastinggelden, maar nagelaten door hen. Dankzij deze minister wordt hun fata morgana realiteit. Ondertussen krijgen kinderen op het vwo les van leraren die nooit een universiteit van binnen gezien hebben. Intellectuele belangstelling kweken, alfa- en bèta-talenten ontdekken, het lukt niet meer.

Vmbo's in de grote steden hebben hetzelfde probleem. Ook zij kunnen geen gekwalificeerd personeel vinden. Massale uitval en een haperende doorstroming zijn het gevolg. Politiek is kiezen. Bij dit kabinet prevaleert de natte droom van falende bestuurders boven de reële maatschappelijke nood van een klein land in een keiharde wereldeconomie.

Ton van Haperen is leraar en lerarenopleider.