Bezwaren tegen dragen van een hoofddoek 2

Het artikel van Nora Kasrioui over de `hoofddoekmeiden' vertoont enkele nare trekjes. Zij schrijft: ,,...we leven in een democratisch land. Maar het doen en publiceren van zo'n onderzoek kan het klimaat jegens de hoofddoekmeiden in Nederland, onnodig verharden''. (Zou het dan wel eens nodig zijn?) Hoewel het heel goed gecamoufleerd is door een menslievende verpakking, staat hier in wezen een oproep tot censuur en verbod op onderzoek. Allemaal voor het goede doel weliswaar, maar dit doel heiligt het middel niet. Voorts beweert Kasrioui dat Nederlanders niet verder willen of kunnen kijken dan de hoofddoek. Dat is nogal kras, want het is Kasrioui zelf die dat niet kan. Zij haalt immers terecht aan dat de bezwaren zich richten tegen het dragen van de hoofddoek bij politie en de rechterlijke macht. Nog onlangs is een- en andermaal in deze krant betoogd dat men in deze functies op de eerste plaats vertegenwoordiger is van de neutrale staat, en niet een individu met bepaalde opvattingen, en dat het dragen van symbolen van een persoonlijke staatkundige of religieuze opvatting in die functies om die reden niet kan worden toegestaan. Van die symbolen gaat immers de suggestie uit dat de drager ervan niet begrijpt of niet wil aanvaarden dat in zijn/haar functie de neutraliteit van de staat boven zijn/haar persoonlijke opvattingen staat.

Het is dus Kasroui die niet door de hoofddoek heen ziet. Wat zij aanhaalt over haar ervaringen in het onderwijs is wat dit aspect betreft irrelevant. Geen beter betoog dus tegen de hoofddoek in bepaalde functies, dan haar pleidooi.

    • O.L.E. Jongmans