WK impuls voor honkbal

Vrijdag begint het WK honkbal in Nederland. Organisator Bert Paalman over de voorbereiding van het evenement. ,,De veiligheidseisen hebben ons overvallen. ''

Voldaan blikt voorzitter Bert Paalman van het organisatiecomité enkele dagen voor het WK honkbal terug op de ,,zware, uitdagende'' klus die is geklaard. In een zonovergoten Neptunus Familiestadion in Rotterdam, waar vrijdag het openingsduel Nederland-China en later de finale worden gespeeld, leggen vrijwilligers de laatste hand aan de accommodatie. Net als in de vier andere speelsteden (zie grafiek) zijn in Rotterdam extra tribunes geplaatst om de toeschouwerscapaciteit te verhogen.

,,Hopelijk zit het weer mee en haalt Nederland de kwartfinales. Dat is goed in sportief opzicht, en het geeft het toernooi een extra financiële impuls'', zegt Paalman. Hij doelt op de kaartverkoop, waarmee het volgens de voormalige werper van Kinheim en het Nederlands team ,,boven verwachting'' gaat. Voor de wedstrijden van Nederland is veel belangstelling. Grootste publiekstrekkers zijn – behalve de finale – de eveneens uitverkochte duels tussen Europees kampioen Nederland en wereldkampioen en favoriet Cuba, en het duel tussen twee andere kanshebbers: Japan en de Verenigde Staten.

,,De voorverkoop via internet liep goed en met de verkoop van business seats, skyboxen en sponsorloges hebben we goed gescoord. We hebben een heel areaal aan arrangementen voor sponsors die gasten willen uitnodigen'', vertelt Paalman. Daarnaast heeft de organisatie sponsors weten te werven die het om naamsbekendheid te doen is. Wat dat betreft heerst tevredenheid over de door de NOS gereserveerde zendtijd. Met het binnenhalen van de vierde hoofdsponsor, begin juni, was de begroting volgens Paalman rond.

Behalve een ,,goed toernooi met tevreden stakeholders'' (publiek, honkbalbond en sponsors) noemt Paalman een positief saldo na afloop een voorwaarde voor een geslaagd WK. ,,We schatten dat we financieel uitkomen.'' Om een debacle als na het eerste WK in Nederland in 1986 te voorkomen – een schuld van circa 180.000 euro voor de bond – is drie jaar geleden een onafhankelijke stichting opgericht, speciaal voor het WK. ,,Om de bond te isoleren van mogelijke negatieve resultaten.''

Het budget voor het WK bedraagt 7,5 miljoen euro, waarvan ruim 3,5 miljoen subsidies van het ministerie van VWS, sportkoepel NOC*NSF en de speelsteden. Dat geld is geïnvesteerd in het opwaarderen van de accommodaties, die moeten voldoen aan de eisen van de internationale honkbalfederatie (IBAF). Enkele ,,structurele veranderingen'': aanpassing van de afmetingen van de velden, nieuwe werpheuvels en slagperken, schuimrubberen wanden (`paddings') rond de velden, grotere dug-outs, betere verlichting en nieuwe scoreborden. ,,Zoveel WK's organiseert Nederland niet. Winst is dat Nederland hieraan vijf fantastische accommodaties overhoudt.''

Voor de organisatie resteert een begroting van een kleine 4 miljoen euro. ,,De helft van dat bedrag moeten we genereren via sponsoring en recettes, de andere helft komt uit bijdragen van de speelsteden'', zegt Paalman. ,,Als we geld overhouden, gaat dat naar een speciaal fonds voor de propaganda van het honkbal. Met het WK willen we honkbal in Nederland een impuls geven en een stijging bewerkstelligen van het ledental van de bond, dat al jaren schommelt rond de 25.000 (inclusief softbal, red.).''

Met clinics en schooltoernooien in de speelsteden, voorafgaand aan het WK, mikt de organisatie op de jeugd tot twaalf jaar. ,,Daarna hebben ze een sport gekozen en ben je ze kwijt'', weet Paalman. Om de jeugd te enthousiasmeren voor honkbal zijn er tijdens het WK kortingsarrangementen voor scholen en sportverenigingen. Verder is er een Kids City in Rotterdam en een reizende variant voor de andere speelsteden.

Vraag is van welk soort honkbal de kinderen en overige toeschouwers dit WK kunnen genieten. Paalman spreekt van ,,tophonkbal'', hoewel de duurbetaalde profs uit de Major League, nog bezig aan hun competitie, ontbreken. ,,We hebben het WK verschoven naar september. Dan zijn de competities in Japan en Zuid- en Midden-Amerika afgelopen. Alle landen komen met profs. Geen `eredivisieniveau' (Major League, red.), wel `hoog eerste divisie''', wijst Paalman op de aanwezige profs uit de Japanse en Latijns-Amerikaanse competities en de Noord-Amerikaanse `minor leagues' (single, double en triple A).

Voor het onderbrengen van achttien landenteams en hun begeleiders, alsmede officials en scheidsrechters zijn zo'n 550 hotelkamers afgehuurd in Rotterdam. ,,De massaliteit en de strenge eisen van de IBAF ten opzichte van de Europese bond'', noemt Paalman als belangrijk verschil met het in 2003 georganiseerde EK in Nederland. ,,Dat is goed verlopen. Financieel hielden we wat over. We hebben toen kunnen `oefenen'. Maar bij een WK komt zoveel meer kijken.''

Het werven van sponsors en de achthonderd benodigde vrijwilligers bezorgde Paalman weinig hoofdbrekens. ,,Maar de veiligheidseisen hebben ons overvallen. De Nederlandse overheid is bang dat buitenstaanders de wedstrijden gebruiken voor demonstraties die in het thuisland worden uitgezonden.''

Of de Verenigde Staten nog aanvullende eisen hadden? ,,Nee, dat zit in het pakket veiligheidsmaatregelen van de Nederlandse overheid.'' Gevolg is dat het publiek rekening moet houden met toegangscontroles en eventueel fouillering door personeel van een ingehuurd particulier beveiligingsbedrijf, dat ook in de stadions een oogje in het zeil houdt. Grote voorwerpen zijn taboe. Paalman: ,,Kleine koeltassen mogen wel naar binnen, maar de traditionele koelbox voor het hele gezin niet. Dat vangen we op met betaalbare catering.''

    • Pieter de Vries