We moeten elkaar geen renteverlaging aanpraten

De gouverneurs van de Europese centrale banken komen morgen weer bijeen in Frankfurt. Ongetwijfeld komt de rentestand daarbij aan de orde. Een renteverhoging door de Europese Centrale Bank zou positief nieuws zijn, vindt Melvyn Krauss.

De ene fout maakt de andere niet goed. Dat de Europese regeringen hun kiezers geen brood op de plank hebben weten te brengen, wil nog niet zeggen dat de Europese Centrale Bank dan ook maar moet nalaten de prijsstabiliteit in de economieën van de eurozone te bevorderen. Dit mag vanzelfsprekend klinken, maar het is precies wat een aantal Europese politici bepleit.

Italiaanse politici bijvoorbeeld, die – gelet op de armzalige economische prestaties van Italië de laatste tijd – toch het minst bevoegd lijken om de ECB te adviseren over haar monetair beleid, bepleiten niettemin dat de Europese Centrale Bank de rentevoet verlaagt. In navolging van de Italiaanse premier Silvio Berlusconi zei de onderminister van Economie Mario Baldassarri in il Sole 24 Ore dat alle pogingen om de groei op te voeren tevergeefs zijn ,,als er iemand op het rempedaal trapt''.

Wie houdt hij nu voor de gek? Als er íemand op het rempedaal van de Italiaanse de groei trapt is het Berlusconi zelf. Hij heeft zijn ambtstermijn geen pogingen tot een economische hervorming ondernomen en probeert nu de ECB de schuld te geven van de ondermaatse economische prestaties van zijn land. Door het gebrek aan economische hervormingen is Italië één van de minst concurrerende landen in de economie van de eurozone geworden.

Maar hier is meer aan de hand dan het gebruikelijke spelletje `zwartepieten'. Er is toenemende druk op de ECB om de rentevoet te verhogen – en de aanvallen van Berlusconi & Co op de ECB zijn minstens evenzeer een poging om toekomstige rentestijgingen te verhinderen als om de ECB daadwerkelijk te bewegen de rente te verlagen.

De sterk gestegen energieprijzen zijn een belangrijke risicofactor voor inflatie geworden. Maar hogere energieprijzen alleen zullen de Europese monetaire autoriteiten niet bewegen om de rentetrekker over te halen. De vraag waarom het draait is of de hogere olieprijzen tot hogere looneisen van de kant van de vakbonden leiden. Dit zijn de zogeheten `secundaire effecten'.

Tot dusver hebben de `sociale partners', zoals ECB-president Jean-Claude Trichet de bonden graag blijft noemen, zich koest gehouden. Mocht dit echter veranderen, dan zal de ECB, ook als de Europese economische groei blijft stagneren, de rente moeten verhogen.

Maar het goede nieuws is dat de economische groei in de eurozone volgens de laatste cijfers lijkt aan te trekken (zelfs in Italië). Weliswaar hield het bruto binnenlands product in het tweede kwartaal niet over – de eurozone groeide gemiddeld maar 0,3 procent – maar de cijfers van het derde kwartaal wijzen op een duurzaam economisch herstel in de tweede helft van het jaar. Alleen de consumptie blijft nog achter.

Hoe zal de ECB reageren op beter nieuws over de economie? Een aantal leden van de Raad van Bestuur maakt zich zorgen omdat de rente in de eurozone al zo lang (meer dan twee jaar) zo laag is (twee procent). Natuurlijk, er is nu geen inflatieprobleem, maar het monetaire beleid van de ECB richt zich op de middellange en niet op de korte termijn.

Een bijzondere bron van zorg is dat de geldvoorraad in de eurozone ruim boven het standaardpeil van de ECB ligt – een teken dat de economie van de eurozone een liquiditeitsoverschot heeft.

Het valt te betwijfelen of de Raad van Bestuur met een verhoging van de rentevoet het liquiditeitsoverschot zal willen beteugelen, zolang het herstel nog ter discussie staat. De trage groei heeft de monetaristen in de Raad het zwijgen opgelegd. Maar dit zal weer veranderen zodra het economische herstel wordt bevestigd. Misschien is een rentestijging wel nabij – en hameren Berlusconi en Jacques Chirac juist daarom nu zo op een renteverlaging.

Intussen kunnen in Duitsland de verkiezingen van september verrassende gevolgen voor het monetaire beleid van de ECB hebben. Angela Merkel, de CDU-kandidaat, is een hervormer. Haar kandidatuur biedt hoop voor de toekomst van Duitsland – en ook die van Europa.

Helaas heeft de campagne van Merkel een valse start gemaakt en zal de recente komst van de ultralinkse partij van Oskar Lafontaine misschien dwingen tot de vorming van een `grote coalitie' tussen de Christen-Democraten en Sociaal-Democraten.Dat zou slecht nieuws zijn voor de Duitse economie en wellicht ook tot uitstel leiden van een renteverhoging door de ECB. Door de te verwachten impasse in het parlement zouden hervormingen minder waarschijnlijk worden en daarom zou het bedrijfsleven wel eens kunnen wachten met zijn investeringen. De consumenten zouden eerder hun hand op de knip houden, omdat het regeringsbeleid dan zelfs nog minder duidelijk zou zijn dan nu.

Anderzijds zou een centrum-rechtse coalitie van CDU en FDP de Europese Centrale Bank voor het eerst in ruim twee jaar weer eens tot actie kunnen aansporen.

Dit roept een interessante kwestie op. Het publiek zou opgelucht moeten zijn als de ECB de rente verhoogt, want dat is hoogstwaarschijnlijk een teken dat het langverwachte economische herstel al flink op streek is en dat de eventuele gevolgen voor de inflatie worden aangepakt. Met andere woorden: een stijging zou wijzen op goede ontwikkelingen.

Toch beschouwt het publiek renteverhogingen vaak niet als positieve maar als negatieve gebeurtenissen, die tot hogere werkloosheid en verstikking van de economische groei leiden. Het krijgt dit verdraaide beeld van zwartepietende politici als Berlusconi die geen brood op de plank weten te brengen, hun slippendragers in de media, en Keynesiaanse professoren in de economie die Keynes niet begrijpen en een verkeerde voorstelling van hem geven.

Europa zou heel wat beter af zijn als het publiek een evenwichtiger beeld van de rentevoet had.

Melvyn Krauss is verbonden aan het Hoover-instituut van de Stanford-universiteit.