Tijdreizen

Ergens in de toekomst, die toekomst waarin in Chicago de autowegen verdiepingen hebben maar verder alles nog hetzelfde is, is tijdreizen het monopolie van een bedrijf dat mensen op dinosaurussen laat jagen. Dat gaat goed - het is steeds dezelfde dinosaurus, voor hij toch door een stroom lava uit een uitbarstende vulkaan wordt gedood - tot een van de jagers per ongeluk een insect doodtrapt dat die lavastroom wel had moeten overleven. Zoiets heeft gevolgen in het heden. Eerst verandert het klimaat, dan de planten, dan de dieren, en, bij een volgende `tijdsgolf' waarschijnlijk de mens. Slechts twee wetenschappers kunnen ons nog redden door de verandering in het verleden weer ongedaan te maken.

Tijdreizen is voor elk soort film een dankbaar onderwerp. Niemand kan ze ooit kloppend krijgen. Het maakt eigenlijk niet uit of ze een gelikte lowbudget behandeling krijgen, zoals recent in de arthousehit Primer, of een standaard Hollywoodbehandeling, zoals nu in A Sound of Thunder, dat gebaseerd is op een verhaal van Ray Bradbury uit 1954, een van de eerste in het genre. Het voordeel van de tweede soort is dat je meer gekke dingen te zien krijgt, in dit geval bijvoorbeeld een gevaarlijke kruising tussen bavianen en reptielen. Of een monster van Loch Ness in een onder water gelopen metrogang.

A Sound of Thunder. Regie: Peter Hyams. Met: Edward Burns, Ben Kingsley, Catherine McCormack, Jemima Rooper. In: 50 bioscopen.