Tekening Van Gogh gekocht

Het Van Gogh Museum en het Kröller-Müller Museum hebben samen een zeldzame vroege Van Gogh-tekening aangekocht. Het werk De dochter van Jacob Meyer (naar Bargue naar Holbein) dat Vincent van Gogh aan het begin van zijn creatieve periode maakte, is een van de drie overgebleven tekeningen van zijn hand uit die tijd.

John Leighton, directeur van het Van Gogh Museum en zijn collega Evert van Straaten van het Kröller-Müller presenteerden het werk vandaag in het Van Gogh in Amsterdam. De tekening is gekocht van een particuliere verzamelaar die anoniem wenst te blijven. Over de prijs van de aankoop willen de musea niets kwijt.

De potloodtekening is een kopie naar een portret van Hans Holbein de Jonge, maar Van Gogh gebruikte als voorbeeld een reproductie hiervan die was opgenomen in de losbladige tekencursus Cours de dessin van Charles Bargue. De dochter van Jacob Meyer is misschien nog in de Borinage gemaakt in 1880, of al in Brussel, waar Van Gogh in 1881 naartoe verhuisde.

Van de honderden reproductietekeningen die Van Gogh (1853-1890) aan het begin van zijn korte carrière maakte zijn er voor zover bekend maar drie bewaard gebleven. Een andere tekening uit die tijd is in privé-bezit en een tweede, latere versie van De dochter van Jacob Meyer hangt in het Kröller-Müller Museum. Op die versie, gemaakt met potlood, pen en inkt, heeft de dochter van Jacob Meyer volgens Van Gogh-onderzoeker Teio Meedendorp al een voor Van Gogh karakteristiek ,,boerenhoofd'', maar de eerste volgt nog veel preciezer het voorbeeld van Holbein. Het werk is dus voor het Kröller-Müller een aanvulling. Voor het Van Gogh Museum is de aanwinst van belang omdat het uit die periode nog geen werken bezat.

Voor de aankoop is een beroep gedaan op financiële hulp van de BankGiroLoterij. De dochter van Jacob Meyer is tot en met 18 september te zien in de tentoonstelling Van Gogh tekenaar, naast de latere versie uit het Kröller-Müller Museum en de reproductie van Holbein uit de tekencursus. Van 10 tot en met 24 oktober wordt het werk getoond in het Kröller-Müller Museum.