Tbs'er versneld in kliniek

De 51-jarige tbs-passant R.E. moet vóór 1 december 2005 in een kliniek worden geplaatst. Dat heeft het gerechtshof in Arnhem geoordeeld in een spoedappèl. In 2001 werd E. veroordeeld wegens ontucht met twee meisjes. De man wacht sinds augustus 2003 op plaatsing in een tbs-kliniek. E. spande een kort geding aan tegen de staat omdat hij vond dat hij te lang moest wachten op plaatsing. De president van de rechtbank in Arnhem stelde E. in juli in het gelijk en bepaalde dat de man vóór 1 september moest worden geplaatst. De staat ging hiertegen in hoger beroep.

De gemiddelde wachttijd voor plaatsing van tot tbs veroordeelden, zogenoemde tbs-passanten, bedraagt vijftien maanden. De staat zag geen reden om de man voorrang te verlenen, de voorzieningenrechter wel: de man zit, met een korte onderbreking in 2002, sinds zijn arrestatie in 1999 vast. Ook het gerechtshof oordeelde dat E. geplaatst moest worden, maar gaf de staat een ,,redelijke'' plaatsingstermijn: uiterlijk 1 december moet de man geplaatst zijn.

Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens bepaalde in mei 2004 in een soortgelijke zaak (tbs-passanten Brand en Morsink tegen de Nederlandse staat) dat veroordeelden niet langer dan zes maanden mogen wachten op plaatsing. Wie langer moet wachten, krijgt een schadevergoeding. Volgens advocaat T. van der Goot is het de eerste keer dat de rechter heeft erkend dat zwaarwegende omstandigheden tot eerdere plaatsing kunnen leiden.