Rolstoelracen door het ziekenhuis

`Los pelones', de kaalkoppies, worden ze genoemd, de puberende jochies die op de trauma-afdeling van een groot Spaanse ziekenhuis hun tijd volbrengen totdat ze naar huis mogen, of naar `het paviljoen' moeten voor nog een chemokuur. De Spaanse veteraan-regisseur Antonio Mercero (1936) leed zelf als tiener aan osteosarcoom, de bottumor die ook de benen van zijn hoofdpersonen heeft aangetast. Zijn ervaringen verwerkte hij eerst tot toneelstuk en nu tot een film, die op Spaanse en internationale filmfestivals diverse (publieks)prijzen kreeg. In Nederland was Planta 4a vorig jaar te zien op Cinekid.

Alles rechtvaardigt nu een aparte bioscoopuitbreng. Om te beginnen het innemende spel van de jongens en hun nuchtere omgang met geamputeerde benen, protheses en rolstoelen. Want ze zijn in de eerste plaats kinderen, die loltrappen, meisjes bespieden en boos zijn op hun ouders. Ze zonnen op het dak van het ziekenhuis, bellen de nachtzuster om een pizza, houden Ben Hur-rolstoelraces. De microkosmos van het ziekenhuis is hún huis, hun wereld, waarin het grootste obstakel niet hun ziekte is, maar het feit dat ze met hun normale pubergedrag ernstige en gehaaste volwassenen soms tot last zijn.

Door hun ziek-zijn niet te problematiseren maakte Mercero van Planta 4a geen film over de strijd tegen kanker, maar een film over de strijd mét het leven. `Volwassen' beslissingen als het weigeren van chemotherapie, momenten van eenzaamheid en wanhoop over de altijd op de loer liggende dood zijn daarom, meer dan in het gebruikelijke melodrama à la Terms of Endearment, echte emoties. Bevrijdende humor helpt daarbij.

Planta 4a. Regie: Antonio Mercero. Met: Juan José Ballesta. In: Filmmuseum, Amsterdam; Lux, Nijmegen; Lumière, Maastricht, Verkadefabriek, Den Bosch.