Polyfone muziek niet steeds helder

Hoewel het festivalthema officieel `Tien eeuwen polyfonie' is, klinkt op het Festival Oude Muziek – mede dankzij composer-in-residence Jacob Obrecht – toch vooral veel muziek uit de late Middeleeuwen, Renaissance en Barok. Eigenlijk maar uit een eeuw of zes dus, grofweg. Dat is terecht, want dit is inderdaad de bloeiperiode van de polyfonie. Later zouden de stemmen meer en meer ondergeschikt raken aan het denken in samenklanken in plaats van in losse lijnen.

Dat betekent echter niet dat het polyfoon componeren helemaal verdween, zoals gisteren aangetoond werd door de New Dutch Academy onder leiding van Simon Murphy. Mozart sloot zijn Symfonie nr. 41 `Jupiter', nog met een grote fuga, en ook in de ouverture van Die Zauberflöte zit er een. Beide werken werden door het jonge orkest gretig maar wat saai gespeeld.

Murphy's dirigeren is meer het van maat tot maat op en neer verend de puls aangeven. Het ziet er enthousiast uit, maar kom bij hem niet om grote lijnen of een verrassende wending. Ook in de setjes Adagio en Fuga die verschillende achttiende-eeuwse componisten afleverden, resulteerde het in rechtoe rechtaan interpretaties die vaak wat log en zwaar werden, met onduidelijke polyfonie. Een onverklaarbare uitzondering was de Fuga (1754) van Franz Xaver Richter, waar de meerstemmigheid wél helder bleef.

Les Folies Françoises brachten maandag ook Mozart, maar deden geen moeite zijn polyfone kant te (her)ontdekken. De voor driekwart lege en dus wat overakoestische Grote Zaal van Vredenburg deed zijn serenades – waarschijnlijk bedoeld als openluchtmuziek – weinig goed. En dat terwijl het ensemble op authentieke instrumenten, inclusief darmsnaren, speelde om zo écht mogelijk te klinken.

Nu misten de musici kern in de toon, wat ze probeerden te compenseren met gespierd spel. Zeker Mozarts beroemde Eine kleine Nachtmusik kreeg hierdoor in het eerste deel een bijna Beethoveniaans pathos – wel een verfrissende ervaring met zo'n afgezaagd stuk.

Een spannender programma klonk gisteravond laat in de Pieterskerk. De delen uit de Mis van Stravinsky, uitgevoerd door Cappella Amsterdam en Schönberg Ensemble, werden afgewisseld met a capella koorwerken gezongen door het Engelse koor The Sixteen. Dat werkte, vooral bij de combinatie oud (Josquin, Brumel) en nieuw (Stravinsky).

Maar ook bij het nieuwere werk dat The Sixteen uitvoerde, twee stukken van de Schot James MacMillan (1959), ging het goed. Macmillans uitbundige, kleurrijke koormuziek en de ingetogen pasteltinten van Stravinsky's Mis vulden elkaar prachtig aan. Beide koren leverden een indrukwekkende prestatie, hoewel de Engelsen onovertroffen blijven met extreem gepolijste klanken.

Holland Festival Oude Muziek. Diverse concerten. Gehoord 29/8 en 30/8, Utrecht. Info: www.oudemuziek.nl.

    • Jochem Valkenburg