Lompe opening van festival

Vanavond begint het filmfestival van Venetië met een vechtfilm van Tsui Hark. Directeur Marco Müller wil in de programmering af van de kloof tussen cultuur en commercie.

De eerste films zijn gisteren al vertoond, een verantwoorde Engelse en twee vecht-Aziaten, maar toch is de 62ste editie van het filmfestival van Venetië vooralsnog een evenement in aanbouw. Er wordt nog getimmerd aan de toegangen tot de festival-locaties. De rode loper is verlaten, op een enkele Japanse cameraman na die alvast scherpstelt op de 54 gouden leeuwen in slagorde voor het Palazzo del Cinema op het Lido, het langgerekte eiland ten zuiden van de stad. De nieuwste modellen van hoofdsponsor Citroën soezen onder hun stofhoezen. In de kassahokjes worden al kaartjes verkocht, alleen niemand wil ze nog; de boulevard is het exclusieve domein van lome badgasten en keuvelende bewoners.

Vanavond om zeven uur zal directeur Marco Müller het festival openen. Daarna mogen de genodigden kijken naar Seven Swords (Qi Jian) van regisseur Tsui Hark, een van de vechtfilms die gisteren werden vertoond voor pers en vertegenwoordigers van de filmindustrie. Bij die gelegenheid wandelden veel bezoekers voortijdig verveeld naar buiten. Hark, Vietnamees van geboorte, opgeleid in de Verenigde Staten en werkend in Hongkong, hanteert de filmstijl van de Hollywood blockbusters. Dreigt er een grootschalige gewapende confrontatie, dan mag hij graag slow-motion gebruiken. Kunnen de helden triomferen, dan doen ze dat liefst in het licht van zonsop- of ondergang. En alles verdrinkt in het grote synthesizer-orkest.

Müller, in Nederland vooral bekend als directeur van het International Film Festival Rotterdam (van 1989-1991), is een kenner van de Oosterse film. Niet voor niets is een van de bijprogramma's dit jaar `de geheime geschiedenis van de Aziatische cinema', met een keur aan zelden vertoonde oude films uit met China en Japan, die ook de liefhebbers nog verrast. Des te opmerkelijker dat hij zo'n lompe film als opening gekozen heeft. Misschien moeten we dat zien in het licht van wat hij ter inleiding in de catalogus schreef: ,,Het festival wil een evenement te zijn dat heel Europa en de wereld daarbuiten aanspreekt en daarbij de traditionele kloof tussen `cultuur' en `markt' verwerpt.''

Het hoofdprogramma, de competitie om de Gouden Leeuw, kunnen we dan ook zien als een doordachte mengeling van beide zijden van de kloof. Met films van George Clooney en John Turturro, die tot dusver vooral als acteur lof verdienden, en van de bezeten Koreaan Park Chan-wook (bekend van de extreem gewelddadige Old Boy), de oude festival-rot Manoel de Oliveira, de tussen mainstream en cult zwevende Amerikanen Ang Lee en Abel Ferrara (met zijn visie op Maria Magdalena). Er zijn verder wat Italianen (Pupi Avati, Roberto Faenza en Cristina Comencini), Fransen (Laurent Cantet, Philippe Chéreau en Philippe Garrel) en een handvol `rest van de wereld'. De competitie is verantwoord, toegankelijk, maar niet avontuurlijk.

    • Bas Blokker