`Havenwerk door Nederlanders'

De arbeidsmarkt voor havenarbeiders wordt geliberaliseerd. Protest moet onveilige situaties in de haven voorkomen. werk.

De laaghangende ochtendzon kleurt de honderden hesjes op het Plein in Den Haag feloranje. De naar politieschattingen bijna duizend aanwezige demonstranten – havenarbeiders van ferrybedrijven als Stenaline en Norfolkline en overslagbedrijven als het Rotterdamse ECT en EMO – dragen actieshirts van FNV Bondgenoten. `Proud to be a docker', luidt het motto.

De havenarbeiders hebben de locatie pal naast de Tweede Kamer uitgekozen voor hun protest tegen het kabinetsbesluit om Nederlandse deelname op te zeggen aan ILO 137, een internationaal verdrag dat werkloze havenarbeiders voorrang geeft boven werkzoekenden uit andere sectoren bij het zoeken naar werk in de haven. Na de ratificatie, in 1976, onderhielden werkgevers en vakbonden bijna vijfentwintig jaar lang een pasjesregeling waarmee het verdrag in de praktijk werd nageleefd. In 2000 zegden de werkgevers echter eenzijdig hun medewerking op; in haar streven de arbeidsmarkt te liberaliseren, wil nu ook het kabinet van de regeling af.

Vanochtend zou de kamer over de geplande opzegging debatteren, die de ongeveer zesduizend Nederlandse havenarbeiders aangaat. ,,De veiligheid en de kwaliteit van de haven staan op het spel'', roept actieleider Niek Stam van FNV Bondgenoten met instemming van de menigte. Stam zegt te vrezen dat vrijgave van de arbeidsmarkt tot de komst van ongeschoolde en onervaren krachten naar de Nederlandse havens leidt. Gebrek aan scholing en taalbeheersing van met name buitenlandse arbeiders zou tot gevaarlijke werksituaties kunnen leiden, wat slecht zou zijn voor zowel personeel als werkgevers. ,,Vorig jaar alleen al twee dodelijke ongevallen in de Rotterdamse haven.'' Over het standpunt van het kabinet en de werkgevers zegt hij, onder verwijzing naar de snelle opkomst van goedkope Oost-Europeanen in andere sectoren: ,,het devies is `vrijheid, blijheid en ongelijkheid'.''

Vervolgens is het de beurt aan de politiek. PvdA-Kamerlid Chris Douma wijst op de vermeende noodzaak van de pasjesregeling: ,,Havenwerk is Nederlands werk en moet door Nederlanders worden gedaan.'' Samen met zijn collega's Ineke Van Gent (GroenLinks) en Arda Gerkens (SP) pleit Douma voor behoud van het systeem. Luide bijval is hun deel.

Anders vergaat het minister De Geus van Sociale Zaken en Werkgelegheid. Tussen de fluitconcerten door probeert hij uit te leggen waarom hij straks, tijdens het Kamerdebat, bij zijn standpunt zal blijven. Volgens hem is het verdrag overbodig, aangezien de werkgevers zich er in de praktijk al enkele jaren niet meer aan houden. Hij wijst erop dat in de havensector ook geen collectieve CAO meer wordt afgesloten, maar afzonderlijke ondernemings-CAO`s die veiligheid en arbiedsvoorwaarden regelen. ,,In de praktijk merken jullie weinig van de afschaffing.'' Nadat de minister zich naar binnen heeft gespoed voor het debat, houden de demonstranten een oorverdovend lawaaiprotest.

Stenaline, dat net als werkgeversorganisatie VNO-NCW voorstander is van de geplande afschaffing, noemt de staking bij ,,onverantwoord''. Een cruiseschip van Stenaline, dat geen gebruik meer maakt van de pasjesregeling en vanochtend ,,een aantal van zijn 64 stuwadoors moet missen, kan door de staking niet uit Rotterdam vertrekken.