Een slordige minister

De minister van Landbouw is slordig, maar integer. Zo luidde de verdediging van minister Veerman (CDA) zelf gisteravond nadat deze krant bekendmaakte dat de bewindsman bemoeienis heeft gehad met een van zijn bedrijven. Dat is in strijd met de eigen regels van het kabinet, die mogelijke zakelijke privé-belangen van bewindspersonen moeten scheiden van hun politieke optreden. Het is een povere vertoning: toen de eerste aanwijzingen kwamen dat Veerman ondanks zijn ministerschap wel degelijk actief is geweest in zijn bedrijven, luidde het verweer van de minister-president dat het ging om een ,,vervelende vergissing''. En nu niet ontkend kan worden dat het om meer gaat dan dat, betoogt Veerman dat zijn handtekening onder de jaarrekening van een van zijn Franse BV's niet belangrijk is, omdat het een lege BV is. Dat klinkt als: ,,Oké, ik zat met mijn hand in mijn eigen kassa, maar ik wist dat er niets in zat.''

Het wekt geen verbazing dat het optreden van Veerman, en dat van zijn partijgenoot premier Balkenende, in de Tweede Kamer inmiddels vragen oproept. De opstelling van de minister-president, waar de PvdA-fractie met name in is geïnteresseerd, verdient inderdaad aandacht. Balkenende ging toen de eerste berichten inzake de zaak-Veerman vorige week in de wereld kwamen ,,vierkant achter zijn minister'' staan. Die loyaliteit aan zijn collega-minister valt natuurlijk te prijzen, maar Balkenende heeft als minister-president een bredere verantwoordelijkheid voor algemeen belang. En dat is niet alleen gebaat bij integere ministers, maar ook bij ministers die zelfs de schijn van belangenverstrengeling weten te vermijden.

Dit klemt des te meer nu Nederlandse ministers door de verdergaande Europese integratie ook acteren op een internationaal podium. Minister Veerman is lid van Balkenende II, maar tevens van de Europese Raad van Ministers. Vertrouwensregels die op het niveau van de nationale Nederlandse democratie functioneren, kunnen onvoldoende zijn onder de felle schijnwerpers van internationale aandacht. De Amerikaanse krant The Wall Street Journal bracht eerder het feit dat Veerman eigenaar is van agrarische bedrijven die Europese subsidie ontvangen in verband met diens verzet tegen het morrelen aan diezelfde subsidies door het Verenigd Koninkrijk. Volgens de krant zou de ontkenning door Veerman van dat verband `belachelijk' zijn als het niet een symptoom was van het algemeen heersende dédain van Europese bestuurders voor de kiezer. Die houding omschrijft The Journal als ,,just sit back, be taxed and leave the rest to us'', ofwel: leun achterover, betaal belasting en laat de rest aan ons over.

Minister Veerman en premier Balkenende dienen zich het oude Haagse adagium voor ogen te houden: vertrouwen komt te voet en vertrekt te paard. Daar is nu een internationale dimensie aan toegevoegd.

Het vertrouwen dat in eigen land mogelijk vanzelfsprekend is, hoeft dat niet te zijn in andere landen van de Europese Unie. In dit licht zal het kabinet in ieder geval de eigen regels omtrent integriteit opnieuw moeten bekijken. Mogelijk dat de constructies omtrent bezit en beheer zoals die nu gelden voor Nederlandse bewindspersonen vanaf een afstand bezien niet helder genoeg zijn.

Ook als Veerman, zoals hij zegt, met zijn handelen in materiële zin niemand nadeel heeft berokkend of voordeel verschaft, blijft het de vraag of hij, omdat hij ,,slordig'' was zichzelf of het kabinet geen immateriële schade heeft toegebracht. De Tweede Kamer wil nu opheldering van de minister. Naar het zich nu laat aanzien zijn de regeringspartijen niet van plan Veerman te offeren voor deze kwestie. De minister zal zelf moeten overwegen of hij na deze affaire nog volwaardig kan functioneren. In Nederland én in Europa.