Blij met je eigen bedrijf (Gerectificeerd)

Geen vrije tijd, bijna niets verdienen en als het tegenzit failliet gaan: de vooroordelen over het ondernemerschap zijn legio. Maar er klopt niets van, zo blijkt. Een eigen bedrijf hebben is leuk.

Een eigen lunchroom. Een handel in pacemakers. Een administratiekantoor dat zich speciaal wil richten op Chinese restaurants met niet meer dan vijf werknemers in dienst. Een acupunctuurpraktijk, een securitybedrijf, een Bed & Breakfast aan huis. Zomaar een greep uit de dromen van de 22 deelnemers aan het seminar `Start een eigen bedrijf', midden augustus in het Ondernemershuis in Arnhem. De Kamers van Koophandel organiseren de seminars ongeveer elke twee weken, want de belangstelling voor het ondernemerschap is groot. Zo trok de landelijke Startersdag, dit jaar op 5 november, vorig jaar niet minder dan 36.000 bezoekers.

Nu is er natuurlijk een verschil tussen droom en daad, maar inderdaad werden in 2003 maar liefst 41.080 startende bedrijven geregistreerd. Hoewel de overheid het ondernemerschap in deze tijden van economische tegenwind probeert te stimuleren, valt dat hoge aantal starters niet zonder meer aan de laagconjunctuur toe te schrijven, zo blijkt uit het rapport Starten in de recessie van onderzoeksinstituut EIM. Weliswaar speelde werkloosheid voor 23 procent van de ondernemers een rol in het besluit om een eigen bedrijf te starten, en geeft bijna 30 procent aan dat die beslissing `uit nood geboren' was. Maar veruit de belangrijkste motieven zijn `de wens om eigen baas te zijn' (83 procent) en `de uitdaging' (92 procent) – en dat is door de jaren heen onveranderd gebleven.

Anke Jansen (24) is de jongste deelnemer aan het seminar. Ze werkt al vijf jaar als assistente in een dierenkliniek en wil nu aan de slag als gedragstherapeute voor honden, om uiteindelijk een eigen pension te beginnen. Vooralsnog wil ze parttime blijven werken, en daarmee past ze in een trend die het EIM signaleert: inmiddels kiest een vijfde van de starters voor deze constructie. Wat haar leeftijd betreft wijkt ze juist van het startersprofiel af. Meer dan de helft van de starters is tussen de 30 en 45 jaar oud, en de groep van oudere starters wordt steeds belangrijker: inmiddels is een kwart 45 jaar of ouder. Ook het aantal hoogopgeleiden neemt toe, van ruim een kwart in 1994 tot bijna de helft in 2003. De man-vrouwverhouding is al een tijd lang 70-30. Wat ten slotte de rechtsvorm betreft kiest 90 procent voor een eenmanszaak of VOF.

Hoe zal het Anke Jansen vergaan? Lang niet slecht, concludeert opnieuw het EIM, dat in juni een verslag uitbracht over de ervaringen van startend ondernemers in hun eerste jaar. Uit de enquête onder 500 starters die in de tweede helft van 2003 met hun bedrijf zijn begonnen, blijkt dat het ondernemerschap de meeste starters is meegevallen of zelfs zeer is meegevallen: respectievelijk 52 en 13 procent. Voor 9 procent viel het tegen.

Het grootste pluspunt voor de starters is het plezier in het werk: 90 procent noemt dat als een van de aspecten waarin het ondernemerschap is meegevallen. Dat geldt ook voor de risico's die je als ondernemer loopt (57 procent viel dit mee). Tegenvallers waren er natuurlijk ook: ruim de helft is de hoeveelheid vrije tijd tegengevallen en bijna de helft had meer omzet verwacht. Toch ziet maar liefst 90 procent de toekomst van het bedrijf met vertrouwen tegemoet en zou 93 procent opnieuw voor het ondernemerschap kiezen.

Voor het onderzoek zijn alleen de starters geïnterviewd die begin 2005 nog steeds actief waren in hun bedrijf, en met wie het dus relatief goed gaat. 8 procent bleek te zijn gestopt. Dat komt overeen met het gemiddelde van 7 procent van de bedrijven dat door de jaren heen in het oprichtingsjaar wordt opgeheven, dus er is geen sprake van een conjunctuureffect. Maar de overblijvers zijn er nog niet: gemiddeld een vijfde van de bedrijven wordt binnen twee jaar opgeheven. Geen van de stoppers in de enquête had het op een faillissement laten aankomen. Volgens Dick Snel van het EIM is normaal gesproken 10 tot 15 procent van het aantal opheffingen het gevolg van een faillissement.

Maar ook bij de gestopte ondernemers kruipt het bloed waar het niet gaan kan: een op de drie stoppers is alweer een nieuw bedrijf begonnen, en 40 procent overweegt om dat ooit nog een keer te doen.

Rectificatie

Bij het artikel Blij met je eigen bedrijf (31 augustus, pagina 14) zijn twee kaders bij foto's van startende ondernemers verwisseld. Gekke opdrachten hoort bij de foto van Joke Wiggenraad , Snel gegroeid is het verhaal van Anno van der Zee.

    • Cathalijne Boland