Van Tuyl toont zich liefdeloos bij debuut

Een van de pronkstukken op Bock mit Inhalt, de zomeropstelling van het Stedelijk Museum, is het schilderij Big Artists (1991) van Marlene Dumas. We zien een groep jongetjes, zittend op de grond, die spelen met hun geslachtsdelen. Enorme pikken zijn het, van salami-achtige proporties waar de kereltjes vrolijk mee zwaaien of in zichzelf gekeerd aan zitten te kleien. Dat dit doek nu prominent te zien is op het eerste overzicht van Gijs van Tuyl, de nieuwe Stedelijk-directeur, lijkt een goed teken. Het relativeert de status van kunstenaars wat, net als die van museumdirecteuren. Tegelijk symboliseert het de inhoudelijke breuk met het tijdperk van Van Tuyls voorganger Rudi Fuchs, waarin jongetjes als Baselitz, Lüpertz en Judd hun ego tot enorme proporties hadden opgeblazen.

Des te verbazingwekkender dus, dat op Bock mit Inhalt een nieuwe reeks werken hangt van Jan Dibbets waarop dat jongetjes-gevoel ook in volle hevigheid opduikt. Dibbets' nieuwe fotoreeks heet Perspectief Collectie, een melige toespeling op zijn Perspectief Correcties uit de jaren zestig. Dibbets maakt die in zekere zin na, maar de foto's zijn dit keer in kleur en tonen, naast een perspectivisch vertekend vierkant, aan de muur ook een werk van Judd, LeWitt of Ryman – vermoedelijk uit Dibbets' eigen collectie. Juist die combinatie maakt deze werken bijna tragisch. Aan de ene kant zien we hoe Dibbets zijn eigen oeuvre uitholt; tegelijk compenseert hij dit machteloze gebaar door te verwijzen naar een oude verwantschap met Amerikaanse grootheden. Wie deze werken ziet kan alleen maar denken dat iemand Dibbets, toch een van de grootste Nederlandse kunstenaars van na de Tweede Wereldoorlog, eens een fatsoenlijk overzicht zou moeten geven.

Maar of dat Gijs van Tuyl moet zijn valt te betwijfelen, want op Bock mit Inhalt blijkt dat Van Tuyl niet goed is in `hangen'. Zijn voorganger Fuchs wist kunstwerken wel vaak zo te combineren dat ze elkaar extra betekenis gaven of elkaar opstuwden. Van Tuyl probeert waarschijnlijk ook zoiets, maar het resultaat is een droevig makende associatiesoep. Zelden wordt de toeschouwer verrast, nimmer toont Van Tuyl combinaties of inzichten die de getoonde werken verrijken. Liever bedenkt hij voor de hand liggende combinaties (minimalisten samen, conceptuelen bij elkaar) of zoekt hij verbanden op de allerplatste kenmerken. Dat levert dan een ensemble op met onder anderen Dubuffet, Constant, Appel, Guston en Schleiffert, allemaal min of meer `ruig' geschilderde doeken, die in thematisch opzicht echter weinig met elkaar te maken hebben. Of neem de zaal met twee portretten van Robert Mapplethorpe, een ingewandenfoto van Cindy Sherman, twee vervallen-Russen-portretten van Boris Mikhailov en een Zelfportret als boom van Sam Taylor-Wood. Na lang piekeren kan ik alleen maar concluderen: de overeenkomst is dat het allemaal foto's zijn.

Erger nog is dat alles aan Bock mit Inhalt (de titel verwijst naar een schilderij van Walter Dahn) desinteresse en liefdeloosheid uitstraalt. Dat zit niet alleen in de holle combinatiedrift, maar ook in de ruimte die de werken krijgen: Philip Gustons meesterlijke Painting, Eating, Smoking hangt veel te krap, net zoals de grote, veelkleurige Untitled van Donald Judd te krap staat en ook nog eens slecht licht heeft. Of neem de collectie Young British Artists: die was blijkbaar te klein voor het uitverkoren zaaltje en dus werden de lege plekken `opgevuld' met werken van Benoît Hermans en Tim Ayers, die er niets mee te maken hebben.

De tekstbordjes bevatten rare fouten (zo weet het schilderij van Ayers met de tekst `I don't like

these shrill cries one bit' zich geflankeerd door een bordje met een verhaspelde versie). Het zaaltje met onder anderen Issey Miyake, Martin Smith en Alison Britton is veel te vol gepropt. En dan weet het Stedelijk zijn zomeropstelling pas op 26 augustus in zijn geheel te openen, terwijl twee Stedelijk-technici onder openingstijd óp Bruce Naumans majestueuze Carrousel staan om een tl-buis te vervangen – over respect gesproken.

Zo maakt Bock mit Inhalt op pijnlijke wijze duidelijk dat het Stedelijk op dit moment wordt geleid door een directeur die wel iets belangrijkers aan zijn hoofd lijkt te hebben dan kunstwerken. Of toeschouwers. Van Tuyl wil ongetwijfeld bouwen en heel vaak roepen dat het Stedelijk terug moet naar het niveau van de Tate Modern of het Centre Pompidou. Die ambitie is lachwekkend. Zelfs binnen Nederland is het Stedelijk afgegleden tot het niveau van een amechtig aanklampende middenmoter die met de grote jongens wil meespelen omdat er twintig jaar geleden nog wel eens een belangrijk schilderij werd binnengereden. Die tijden zijn voorbij, maar te oordelen naar deze expositie beschermt dat collectie en toeschouwers niet tegen een volgende directeur die denkt dat oude roem eeuwig is en onvergankelijk. Wat een pijnlijk misverstand.

Tentoonstelling: Bock mit Inhalt, zomeropstelling. Stedelijk Museum CS, Oosterdokskade 5, Amsterdam. T/m 6 november. Dag. 10-18u. Inf. www.stedelijk.nl

    • Hans den Hartog Jager