Honger in Afrika: we hebben allen schuld

Afrikanen hoeven geen honger te lijden, als het gevaar maar tijdig wordt onderkend en aangepakt, stelt Kofi A. Annan vast na een bezoek aan Niger. Hoe het beter kan laat hij zien in een plan van vijf punten.

Vorige week dinsdag heb ik in Zinder, een plaats in een van de voornaamste landbouwgebieden van het Afrikaanse land Niger, gesproken met Sueba, een vrouw van 23 jaar. Zij had haar dochtertje van twee, Zulayden, meer dan tachtig kilometer gedragen om een voedselhulppost te bereiken. Sueba had al twee kinderen aan de honger verloren, en haar laatste kind woog maar zestig procent van wat een normale tweejarige weegt.

Sueba vreesde dat in het ergste geval haar dochtertje het niet zou overleven, en dat zij in het beste geval haar leven lang net zoveel honger en ontbering zou lijden als haar moeder sinds lang gewend was. Met een blik die ik nooit zal vergeten smeekte zij de wereld om te reageren op haar roep om hulp, niet alleen vandaag, maar ook in de komende maanden en jaren.

De bevolking en de regering van Niger kampen met een overweldigend scala aan problemen, waaronder honger, langdurige droogte, een steeds sneller oprukkende woestijn, sprinkhanenplagen en regionale marktcrises.

Zowel de overheid als het maatschappelijk middenveld is nu in actie gekomen om hulp te verschaffen aan de meest behoeftigen, vooral kinderen. Ik heb in Niger vreselijk lijden gezien, maar ook tekenen dat het land deze crisis te boven kan komen – en dat wij daar allemaal van kunnen leren.

Het drama in Niger heeft de internationale gemeenschap op het laatste moment in actie doen komen, maar een soortgelijk scenario van ernstige honger en op grote schaal onzekere voedselvoorziening bedreigt nog altijd zo'n twintig miljoen mensen in andere delen van de Sahel, het zuiden van Soedan, Ethiopië, Eritrea, Somalië en het zuiden van Afrika. Als de wereld nu in actie komt, kan dat worden afgewend.

Volgens het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties is een op de drie Afrikanen ondervoed. Jaar in jaar uit sterven honderdduizenden Afrikaanse kinderen door vermijdbare oorzaken, die merendeels samenhangen met ondervoeding en honger, waardoor het lichaam minder weerstand heeft tegen ziekten.

Deze funeste situatie heeft zowel menselijke als natuurlijke oorzaken. In de Sahel raken de mensen door het opdringen van de woestijn en door een verslechterend milieu bouwland en drinkwater kwijt, waardoor zij gevoeliger worden voor voedseltekorten.

Als gevolg van ongunstige marktomstandigheden op regionaal niveau kunnen vele arme huishoudens maar beperkt aan voedsel komen. Toen de reusachtige sprinkhanenplaag van vorig jaar door droogte werd gevolgd, werd de situatie voor de bewoners van deze toch al kwetsbare, verarmde regio onhoudbaar.

Armoede, de dienstmaagd van de honger, vormt de eeuwige achtergrond van dit leed. Het is niet toevallig dat de huidige hongerzone het westen van de Sahel omvat, dat een van de armste, minst ontwikkelde gebieden op aarde is. En honger is niet het enige schadelijke gevolg, want waar honger is, vinden wij veelal ook sociale ontwrichting, grootscheepse migratie, voortwoekerende ziekten en gewelddadige conflicten. Homerus waarschuwde eeuwen geleden al: ,,De honger is onbeschaamd.''

Wij moeten het probleem van een stabiele voedselvoorziening in zijn vroegste stadia aanpakken, voordat het lijden escaleert en de kosten voor hulp aan de kwetsbaarste groepen uit de hand lopen. Er bestaat geen wondermiddel tegen de hongerkloof, noch één afzonderlijke oplossing die los van andere kan worden toegepast, maar toch is er veel dat wij kunnen doen.

Ten eerste moeten de vroegste signalen beter worden geanalyseerd. In een deel van de vroege analyses van de internationale gemeenschap werd geen onderscheid gemaakt tussen business as usual – een arm land dat ploetert om in de behoeften van zijn bevolking te voorzien – en de dramatische noodsituatie die feitelijk al was ingetreden. Het gevolg was dat bepaalde remedies die werden toegepast, niet waren afgestemd op de nijpende omstandigheden.

Ten tweede dienen er van tevoren voldoende fondsen beschikbaar te zijn opdat regeringen, de Verenigde Naties en niet-gouvernementele organisaties sneller dan thans mogelijk is passende voorbereidingsmaatregelen kunnen treffen en medewerkers kunnen inzetten.

Een van de voornaamste voorstellen die ik de wereldtop van volgende maand voorleg is een vertienvoudiging van het Noodfonds van de Verenigde Naties, wat de hulporganisaties van de Verenigde Naties in staat zou stellen operaties snel op gang te brengen.

Ten derde: meer nadruk op preventie. Schuldenverlichting, meer hulp, en maatregelen om de internationale en regionale handelsstructuren gunstiger te maken voor de armen, kunnen allemaal helpen om de plaatselijke agrarische productie te stimuleren. Toenemende toepassing van landbouwirrigatie zou de afhankelijkheid van onregelmatige regenval kunnen verkleinen, en de voedselproductie opvoeren. Meer in het algemeen moeten wij gebruikmaken van nieuwe wetenschappelijke inzichten en van de ervaringen in Azië en elders om in Afrika een groene revolutie te ontketenen. V

oorkomen is altijd goedkoper dan genezen. Maar wanneer het te laat is om nog te voorkomen, wanneer de crisis al uitgebroken is, mag levensreddende noodhulp niet worden achtergesteld bij een streven naar toekomstige zelfvoorziening. Mensen gaan voor beleid.

Ten vierde dienen de bestaande sterke punten en structuren van de regio te worden versterkt. De Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten (ECOWAS) blijkt steeds beter te kunnen omgaan met de humanitaire problemen en de bedreigingen van vrede en veiligheid in de regio. Het Nieuwe Partnerschap voor de Ontwikkeling van Afrika (NEPAD) biedt een steeds belangrijker kader voor samenwerking tussen Afrikaanse landen en bilaterale of multilaterale donorlanden. Beide verdienen meer internationale steun.

Ten vijfde moeten wij geen schuldigen aanwijzen, maar in de spiegel kijken. Alle relevante spelers – regeringen in de regio, donorlanden, internationale financiële instellingen en hulporganisaties – zijn mede verantwoordelijk voor de crisis. Stuk voor stuk zijn wij, ieder op zijn eigen wijze, te traag op gang gekomen, hebben wij te laat begrepen wat er gaande was, mensen ingezet en de noodzakelijke middelen verschaft.

Gezamenlijk staan wij nu voor de opgave om onnodig lijden te verlichten, te zorgen dat wij sneller reageren, en constructieve structuren ter plaatse te versterken om een consistente, alomvattende langetermijnaanpak van de stabiele voedselvoorziening tot stand te bregen.

Afrika kan zich niet ontwikkelen, gedijen of werkelijk vrij zijn zolang de magen leeg blijven. Sueba, Zulayden en miljoenen andere Afrikanen zullen nooit werkelijk vrij zijn zolang de armoede hun menselijke waardigheid blijft ondermijnen. Ter wille van hen en van toekomstige generaties moeten wij nu optreden om af te rekenen met de gesel van de honger in Afrika.

Kofi Annan is secretaris-generaal van de Verenigde Naties

    • Kofi A. Annan