Hans Kox

The Silent Cry heet de onlangs verschenen cd met kamermuziek van componist Hans Kox (1930). Autobiografischer kan die titel haast niet, voor een componist die ruim dertig jaar geleden gedesillusioneerd koos voor een leven in de luwte van het Nederlandse muziekleven, en er een weinig optimistische cultuurvisie op nahoudt.

De momenten waarop Kox' wenen de stilte echter overwint om zich te manifesteren als muziek, zijn van een hier ongebruikelijke schoonheid en emotionaliteit. Extremen mijdt Kox daarbij geenszins – hoor bijvoorbeeld de lange klagende lijnen in het Galgentrio (1997), die gecontrasteerd worden met driftig krioelende passages. Van stil verdriet naar woede en radeloosheid in een flits.

Moderniteit en traditie gaan in Kox' werk een conflictueuze band aan. Over elementen uit de traditie hangt vaak een mild nostalgische zweem van paradise lost, maar de modernere elementen vloeien even natuurlijk uit Kox' pen; als twee onvermijdelijke aspecten van één persoonlijkheid. De dissonant ontsporende baroksequens in het Andante sostenuto van het titelwerk is een sprekend voorbeeld.

De cd bevat ook de twee (vooralsnog?) laatste cyclofonieën, composities in Kox' zelf uitgevonden `cyclische' vormcategorie. De Vijftiende Cyclofonie, getiteld Der Wechsel der menschlicher Sachen, is gebaseerd op een tekst van de zeventiende-eeuwse ketter Quirinus Kuhlmann.

,,Alles wechselt'', zingt mezzosopraan Caren van Oijen in dit duister melodieuze en soms ook weer rusteloos furieuze werk. Kox' muziek mag zich tegenwoordig in een toenemende belangstelling verheugen, vooral sinds radicaal avant-gardisme geen voorwaarde meer is om serieus te worden genomen. De tekst van Kuhlman moet hem dan ook uit het hart gegrepen zijn: alles verandert.

Hans Kox: The Silent Cry (Attacca 25101)

    • Jochem Valkenburg