Een treintje made in China

De trein tussen Amsterdam en Frankfurt heeft twee neuzen. Mooi ding. Rijdt hard. Langs rivieren, onder bergen door. Vliegen naar Frankfurt heeft geen zin meer omdat het langer duurt, alle reistijd opgeteld.

Zo'n gedroomde trein geef je je kind cadeau. Is het kind nog klein, dan zal het een treintje zijn van Brio dat op beukenhouten railsjes naar Frankfurt rijdt. En weer terug naar Amsterdam zonder dat de trein hoeft om te keren.

Daar is het voor, m'n kind. Een trein gaat terug maar keert niet om. Twee neuzen!

Behalve bij Brio. De ontwerpers van het Zweedse Brio hakken maar zo een hogesnelheidstrein doormidden. In de speelgoedwinkel staan halve ICE Internationals voor 27 euro per stuk. Een neuswagen en een restauratierijtuig. Mooi, simpel, geschikt voor op de houten railsjes waar al drie generaties peuters op leerden rangeren en dus leerden hoe het eraan toegaat later in de maatschappij. Maar waarom een halve trein?

Wat bezielt ze? Zouden ze bij Brio gedacht hebben, een blokje hout minder kan een kind van drie niks schelen, dat pikt nog alles?

Maar de vader pikt het niet, houthakkers. Het moet echt zijn. Om er een normale ICE naar Frankfurt van te maken moet je twee dozen kopen en van een van de twee restauratiewagens de letters afkrabben. Twee café-restaurants in de trein is overdreven.

Er is wel een andere Brio-trein met twee neuzen en een gewoon personenrijtuig ertussen. Het moet de eerste hoogsnelle trein ter wereld in Japan voorstellen, uitgevoerd in Marsreepgrote blokjes hout met plastic wieltjes eronder.

De complete Japanse trein en de halfbakken ICE kosten hetzelfde maar de ICE heeft een knopje in zijn kop. Druk erop, dan toetert de trein uit een batterijtje. En daarvoor moet hij dan zijn andere neus missen van de krentenkakkers van Brio.

De driedelige witgespoten houten Japanse trein kan best dienst doen op de lijn naar Frankfurt en toeteren kan het kindje zelf. Doe dan die maar.

Het mooie speelgoed ziet eruit alsof het wel 5 euro zou kunnen kosten. Maar het kost meer dan vijf keer zoveel. Voor minder koop je in een andere speelgoedwinkel een halve meter lange brandweerauto met uitschuifbare ladder. Hij kan echt spuiten, rijdt op afstand bestuurd en maakt geluid zodat de hond opzijgaat. De brandweer is gemaakt in China. Ja, dan kan het.

Speelgoed uit China kost grootwinkelbedrijven en groothandelaren nog minder dan je denkt. Ik mocht prijslijsten zien bij een speelgoedgroothandelaar. Het waren bedragen waar hij voor kon inkopen. Ik dacht dat het om dubbeltjes en kwartjes zou gaan, het ging om hele centen en halve.

De winst wordt in de winkel in het westen gemaakt. Maar het knaagt dat we hier niet weten onder welke omstandigheden ginder de mooie spullen voor ons kindje worden gemaakt.

Er is weinig over bekend, er was met sinterklaas wat van op tv en consumentenorganisaties publiceerden een rapport. De speelgoedmakers – vooral jonge vrouwen, soms kinderen – leven en werken onder omstandigheden in fabriekjes en kleine ateliers die aan slavernij doen denken. Wist je van veel speelgoed uit Azië hoe het werd gemaakt, dan zou je het niet willen kopen.

Beter meer betalen. Voor een Zweeds treintje. Wat Brio ontwerpt en maakt, of het nu hele of halve treinen zijn, is prachtig en oersimpel. En duur, maar ach, als het maar goed zit met de arbeidsomstandigheden.

Ontluistering.

Het toeterloze Zweedse Japanse hogesnelheidstreintje dat ik voor bespottelijk veel geld kocht, is volgens kleine lettertjes op de doos `Designed in Sweden in 2004'. Er rust copyright op en wie het namaakt zal vervolgd worden. Maar goed opletten, tussen neus en lippen wordt het opgemerkt. Het Zweedse intellectuele eigendom is `Made in China'.

Waarom kost het dan helemaal 27 euro, Brio, en geen 5?

    • Wouter Klootwijk