Zonder pardoes

Veel woordinfecties ontstaan in de kindertaal. Bijna alle kinderen zeggen een tijdje broterham. Logisch, want een broterham wordt van een brood gesneden. Andere voorbeelden uit de kindertaal zijn eerdergisteren, evengewicht (evenwicht), in het wilde westen (in het wilde weg), omverkeerd, politievent, potlepel en verderkijker.

Tegenwoordig horen ouders dergelijke versprekingen doorgaans een tijdje geamuseerd of vertederd aan, maar op een gegeven moment verdwijnen ze. Kinderen horen zelf dat er iets loos is, ze worden gecorrigeerd of ze worden uitgelachen – de hardste leerschool. Hoe het ook zij: de meeste verhaspelingen uit de vroege kindertijd houden slechts kort stand.

Gaandeweg breidt onze woordenschat zich echter uit en dan kunnen er alsnog fouten ontstaan die níét meer worden gecorrigeerd. Bovendien doen wij soms moeilijk afstand van onze fouten. Een docent natuurkunde schreef hierover: ,,In de derde klas is elektriciteit een belangrijk onderdeel. Wekenlang vliegen de volts en ampères de leerlingen om de oren. Maar dan toch nog in een proefwerk: `...als er geen elektrische tijd is kan het lampje niet branden'. We houden vol.''

Sommige mensen wijten dit soort woordinfecties aan te weinig en slecht lezen. Tot de oplettende veellezer moet de juiste schrijfwijze vanzelf doordringen. Dat is juist, maar vooral door internet zijn fouten op veel meer plaatsen te lezen dan vroeger. Zo zijn er bijna vierduizend websites waarop je iets kunt lezen over huisvestiging, in plaats van over huisvesting. En ik heb inmiddels al diverse apparaten in huis waar een gebruiksaanwijziging bij zit, in plaats van een gebruiksaanwijzing. Op die manier wordt het natuurlijk verdomd lastig om vertrouwd te raken met het correcte woordbeeld.

Ik schreef al dat er relatief veel woordinfecties voorkomen bij culinaire en medische onderwerpen. Ook in de juridische hoek is het nodige te vinden. Onbekendheid met het juridische jargon leidt ertoe dat journalisten geregeld praten of schrijven over een zaak aanhankelijk maken in plaats van aanhangig maken. Er zijn al heel wat surveillances van betaling aangevraagd in plaats van surseances van betaling. Je leest soms dat een advocaat een pleitdooi houdt, en in honderden stukken is te lezen dat iemand tekeningsbevoegd is, in plaats van tekenbevoegd. Erg fraai is ook presidentwerking voor precedentwerking.

In processen-verbaal wemelt het van de woordinfecties, soms zeer onverwachte. Een strafrechter schreef in een politieverbaal te hebben gelezen: ,,Ik, verbalisant, stelde vast dat het lid van de verdachte zich in gesteven toestand bevond.'' Ter toelichting schreef hij: ,,De schrijver vond stijf vermoedelijk te `plat'.'' Rechters kunnen trouwens zelf ook een infectiehaard zijn: tijdens het proces tegen Mohammed B. spraken de rechters voortdurend van minutie in plaats van munitie.

Aan contacten tussen burger en overheid danken wij woordinfecties als camaliteiten voor calamiteiten, drankhekken voor dranghekken (geplaatst bij manifestaties waarbij veel gedronken wordt), en legimitatie, legimitatiebewijs en legimiteren (ruim 2.200 vindplaatsen op internet). Ik weet niet of veel mensen de wet van meten en persen met de overheid associëren, maar zeker is dat zij daarbij niet denken aan de Meden en Perzen uit Daniël 6:9.

Uit de handel komen onder meer ontroerend goed (een oudje), mond-op-mondreclame (mond-tot-mondreclame) en vastgoedmagneet (onlangs nog door Opsporing Verzocht gebruikt voor Willem Endstra). Verder blijken honderden bedrijven in Nederland gespecialiseerd in in- en export, dan wel in het inporteren van allerlei zaken.

Na amper beraad heb ik besloten nog een ALLERlaatste aflevering aan dit onderwerp te wijten. Maar dat wordt dan onverbitterlijk, zonder pardoes, in deze reeks de laatste der dominicanen.

    • Ewoud Sanders