Waarschuwing

Het kan nuttig zijn als een reisschrijver waarschuwt voor de gevaren die ons op bepaalde routes te wachten staan. Zijn er piranha's die het in de Orinoco op onze geslachtsdelen gemunt hebben? Hoeveel tenen mogen er bevroren raken bij het beklimmen van de Mount Everest?

Met mijn adviezen blijf ik vandaag dichter bij huis – ik wil vooral de treinreiziger naar Amsterdam iets influisteren op basis van enkele kersverse ervaringen.

Om te beginnen: wees voorzichtig op perron 1/2 van het Centraal Station. Daar zijn bij wijze van noodverlichting enkele hoge, dunne, zilverkleurige palen opgesteld die onaangekondigd voor je opdoemen, omdat ze niet in een grote, cementen voet zijn verankerd. Vooral kleine mensen met minder overzicht kunnen in drukke reizigersstromen zo'n paal gemakkelijk over het hoofd zien.

Mijn vrouw is zo'n klein mens. Zij boorde zich 's avonds dan ook frontaal in zo'n paal toen ze het perron afliep. Weinig bloed, gelukkig, maar op haar voorhoofd zwol in enkele minuten zo'n enorm ei op dat ik er hongerig van werd. Op de eerstehulppost in de hal gingen jonge NS-vrouwen meteen aan de slag met compressen en boter. Boter? Ja, boter helpt tegen zwellingen. En niet een mespuntje, maar flinke klodders.

Misschien kunnen ze bij de NS die boter voortaan beter meteen aan de verlichtingspalen smeren – dat scheelt een tocht naar de eerstehulppost.

Toen moesten we nog thuis zien te komen.

Vroeger had je taxi's waar je in zulke situaties altijd op kon rekenen. Maar we hebben het nu over Amsterdan, en dat is niet een gewone wereldstad die op andere wereldsteden lijkt. De chaos op de taxistandplaats voor het station – onafzienbare files, vechtende chauffeurs – is weliswaar voorbij, maar dat betekent nog niet dat je als klant zomaar in de eerste de beste taxi kunt stappen, stel je voor.

De klant moet eerst verschijnen voor een soort informele ballotagecommissie van een stuk of tien chauffeurs die tussen hun auto's rondhangen en hem ongeïnteresseerd aankijken. Waar gaat de reis heen? Watte? Het centrum van Amsterdam? Ze mompelen wat, halen hun schouders op, kijken naar de grond. Geen interessant ritje. Voor tien euro krijg je de doorsnee Amsterdamse taxichauffeur bij het station niet in beweging.

Ik wees nog even op het spectaculaire compres tegen het voorhoofd van mijn vrouw, dat zij nu, ter vergroting van het dramatische effect, nog wat steviger aandrukte. ,,Ze moet snel naar huis'', zei ik ten overvloede. Het maakte geen indruk op de boys. Ze mochten geen onderscheid maken, begreep ik.

Toen meldde zich opeens uit de achterste rijen een blonde jongen (type Dirk Kuijt) die ons wél wilde helpen. Hij had nog de gretigheid van de beginner. Drie korte ritjes, rekende hij ons voor, leverden hem dankzij de fooien meer op dan die ene forse rit, waar zijn ervaren collega's alleen maar op aasden.

Onbaatzuchtig was hij dus niet, maar dat hoefde ook niet. Als hij maar reed. De hand van een treinreiziger in Amsterdam is snel gevuld, net als, soms, zijn voorhoofd.

    • Frits Abrahams