Met zonnebril op kijken in eilandliteratuur

Op het Bretonse eiland Ouessant werd gisteren de zevende Salon International du Livre Insulaire afgesloten. Op de tentoonstelling van eilandliteratuur stond dit jaar Ierland centraal.

Het uiterst westelijke puntje van Frankrijk, het eiland Ouessant, straalt een ongekende rust uit. Witte of natuurstenen bruine huisjes met helblauwe luiken staan schots en scheef op heuvels. Langs slingerende, smalle wegen liggen velden vol kamperfoelie, hei, braamstruiken of varens en een enkele wilde orchidee. Geen boom te zien op het eiland waar de schapen 's winters zonder hond of herder mogen ronddwalen. Op de telefoondraden zitten zwaluwen als muzieknoten.

Alleen in de laatste week van augustus is het eiland van zeven bij vier kilometer propvol dankzij de Salon International du Livre Insulaire. Deze wereldtentoonstelling van eilandliteratuur wordt dit jaar voor de zevende keer gehouden. Vijf dagen lang eilandboeken, interviews, lezingen, literair café, rondetafelgesprekken, Iers theater (Flan O'Brien) en een dictee over het eilandbestaan. Dagelijks voert de veerdienst ruim 2.500 boekenliefhebbers aan.

In een enorme hal tonen schrijvers en uitgevers afkomstig van allerlei kruimeltjes land in zeeën en oceanen – La Réunion, de Antillen, Haïti, Corsica, les Marquises – hun werk. Aan lange tafels staan formeel geklede uitgevers tegenover een bonte verzameling blote vrouwenruggen, blote mannenbenen, strandhoedjes, bergschoenen, rugzakken, laarzen en zonnebrillen. Het uitgestalde werk is al even bont: Corsica clandestina, 24 Contes des Antilles, Les évadés de l'île de Paques naast boeken over Gauguin en Jules Verne.

De laatste wordt geëerd met een kleine tentoonstelling, nu eens niet vanwege zijn honderdste sterfdag, maar omdat Verne een boekje heeft geschreven dat zich op Ierland afspeelt. Ierland staat dit jaar centraal op de Salon, als eerste niet-Franstalige eiland.

Daarom is de hal versierd met groen-oranje vlaggen en is er extra veel aanbod van Ierse schrijvers als James Joyce, Edna O'Brien, William B. Yeats en – van de huidige generatie – Jennifer Johnston, Dermot Healy en Roger Faligot. Bretagne en Ierland hebben een warme Keltische band, die tot uiting komt in Gaëlisch geschreven literatuur en in Keltische muziek met viool, accordeon, fluiten, gitaar en zang.

De eerste dag moet het défilé van kindertjes in klederdracht worden verplaatst naar de expositiehal door de regen, die ook Bretonse en Ierse dansers naar binnen laat rennen. De overige dagen schijnt de zon.

Het Nederlandse oog valt al gauw op Saint-Paul & Amsterdam, een werk van Yannick Verdenal. Zijn geïllustreerde studie gaat over twee eilanden midden tussen Kaap de Goede Hoop en Australië, die in 1633 door Van Diemen werden ontdekt. Op het onbewoonde eiland Amsterdam ontmoette Verdenal de Nederlander Alfred van Cleef, wiens boek Het verdwaalde eiland onlangs in een Engelse versie is verschenen (The Lost Island).

Bedenkster van deze wereldbeurs is de op Ouessant geboren Isabelle le Bal. Op 34-jarige leeftijd zette Le Bal zich met haar communicatiebureau, ook financieel, in voor een Salon International du Livre Insulaire op haar geboorte-eiland. Als Het Zesde Continent vragen de eilanden aandacht en waardering van de grote werelddelen. Samen sterk heet dat. Net als de Iles du Ponant, de verzameling eilanden rond de Bretonse kust, die met andere eilandengroepen één wil worden om invloed te krijgen binnen Europa.

Alleen Nederland en Duitsland werken niet mee, volgens de directeur die de geldprijs voor de Grand Prix overhandigt. De prijs ging naar schrijver/schilder/dichter Frankétienne, die afkomstig is van Haïti, voor zijn Anthologie secrète (2005). Met de prijsuitreiking is gisteren een einde gekomen aan de Salon. Ouessant heeft zich weer even de navel van de wereld mogen voelen.

    • Jojanneke Claassen