Jacob Obrecht huist in Utrecht

Geen festival kan tegenwoordig nog zonder artist-in-residence, en dus heeft ook het Festival Oude Muziek er dit jaar een. De eer is aan de Gentse polyfonist Jacob Obrecht. Dat `in residence' moet uiteraard niet al te stoffelijk worden opgevat – Obrecht stierf al zo'n 500 jaar geleden (hij leefde van 1457 of '58 tot 1505). Het is dus vooral zijn geest die resideert, maar in elk geval is hij met voorsprong de best vertegenwoordigde componist op het festival.

Dat was dit weekend al goed te merken: er klonken twee van zijn missen (er volgen er nog drie), een fictieve Mariavesper en ook wereldlijke `liedekens'.

Het Mariavesper-concert van het Belgische Capilla Flamenca begon als een spookconcert: tot halverwege bleven de musici voor een groot deel van het publiek onzichtbaar opgesteld. Het idee van een `authentieke' situering van Obrechts composities, tussen eenstemmige gregoriaanse onderdelen, ging zo wat verloren. Maar het zorgde wel voor meer afwisseling dan bij het Engelse Binchois Consort, dat een aaneenschakeling van polyfone topstukken presenteerde, waardoor ondanks alle Engelse klankpracht toch wat vlakte ontstond.

Naast kerkelijke gezangen schreef Obrecht ook veel wereldlijke muziek, zelfs in het Nederlands. Waarschijnlijk op wat minder vrome teksten; maar helaas is van de meeste liederen alleen de beginregel bekend. Een zin als `Meiskin es u cutkin ru?', vrij te vertalen als `meisje, is je kutje rauw?', geeft echter een aardige indruk.

Camerata Trajectina, een ensemble onder leiding van musicoloog Louis Peter Grijp, vroeg dichter Gerrit Komrij de teksten af te maken, een taak die hij met glans volbracht – waarschijnlijk is nergens anders op het festival zo gelachen. Toch bleken de `liedekens' ook muzikaal nog uiterst interessant, en werden ze voortreffelijk en met gevoel voor drama uitgevoerd door het kwartet van zangers.

Voorlopig hoogtepunt van het festival was echter zonder twijfel het optreden van Europa Galante, zaterdagavond in Vredenburg. Het meesterlijke oratorium La Santissima Annunziata (1700) van Alessandro Scarlatti, over Maria's twijfels na de aankondiging van Jezus' geboorte door Gabriël, bevat de ene prachtaria na de andere. De sopranen Marta Almajano (Maria) en Emanuela Galli (Gabriël) bléven elkaar maar overtreffen in perfectie en ontroering.

's Avonds laat trok Diabolus in Musica zaterdag nog een volle Pieterskerk met Notre Dame-organum, de vroegst overgeleverde vorm van meerstemmigheid. De schelle, rauwe zang vol samenklanken die later al snel aan banden zouden worden gelegd, fascineerde, hoewel de teksten – lettergreep voor lettergreep uitgesponnen – soms wel érg traag voorbijkropen.

De jonge klaveciniste Béatrice Martin maakte zondagmiddag indruk met solowerken van Buxtehude, Muffat en J.S. Bach. Haar golvende rubato en dito lichaamsbewegingen mogen voor sommigen wat te romantisch zijn, maar haar gevoel voor lijn en thematische verwantschap is werkelijk fenomenaal.

Holland Festival Oude Muziek. Diverse concerten. Gehoord 27/8 en 28/8, Utrecht. Info: www.oudemuziek.nl.

    • Jochem Valkenburg