Irak terug bij af

Het uitzicht op een levensvatbare Iraakse democratie en daarmee op een eervolle terugtrekking van Amerikaanse en Britse troepen is verder dan ooit, nu een ontwerpgrondwetstekst voor Irak door de sunnitische vertegenwoordigers bij de constituerende vergadering is afgewezen. Vóór 15 oktober moet er door Irakezen over de tekst worden gestemd. In tegenstelling tot bij de verkiezingen van vorig jaar sporen sunnitische organisaties hun achterban aan om aan het referendum mee te doen en om tegen te stemmen. Die sunnitische deelname is de enige winst. Als de sunnitische vertegenwoordigers de grondwetstekst wel hadden aangenomen, zou er waarschijnlijk druk zijn uitgeoefend op de achterban om niet aan de stemming mee te doen. De drie oliearme sunnitische provincies kunnen de grondwet blokkeren, waarna nieuwe verkiezingen de aanloop zijn tot een tweede overlegprocedure. En daarmee is de grondwet van Irak terug bij af. Ondertussen gaan de terreuraanslagen tegen buitenlandse troepen, de Iraakse interim-regering, burgers en infrastructuur door. Bij elke succesvolle aanslag brokkelt in Amerika de publieke steun aan de militaire aanwezigheid in Irak af.

De sunnieten nemen geen genoegen met de zwakke federatie die in de huidige ontwerptekst is vastgelegd, met autonome olierijke gebieden van Koerden en shi'ieten. Koerden en shi'ieten willen alle sporen van de sunnitische dominantie in de autoritaire eenheidsstaat van Saddam Hussein uitwissen. De macht van de federale regering is vaag omschreven. Hoewel die verantwoordelijk is voor defensie, zal bijvoorbeeld Koerdistan een eigen legertje houden. Een democratische grondwet in een land dat geen natuurlijke eenheid vormt, is een hachelijke onderneming.

Het grondwetsontwerp is nog geen mijlpaal. De machtenscheiding, democratische procedures, sociale en liberale grondrechten waren al vastgelegd in de Iraakse grondwet van Saddam Hussein. Papier is geduldig. In het huidige ontwerp wordt ook de islam uitdrukkelijk genoemd als bron van het recht. Het hooggerechtshof zal mede bestaan uit deskundigen in islamitische jurisprudentie en die is niet via de democratische, institutionele weg tot stand gekomen.

In Amerika wordt de aanwezigheid in Irak steeds minder populair en er wordtnagedacht over gedeeltelijke terugtrekking. Daar is geen formele aanleiding toe, want er is nog niets dat wijst op vooruitgang. President Bush heeft zich er niet over uitgelaten hoe hij de Iraakse chaos wil aanpakken. Vaak wordt de parallel gelegd tussen de strijd in Irak en de impopulaire oorlog in Vietnam, waar Amerikaanse troepen in 1975 na een verloren strijd de aftocht bliezen. Maar de situatie in Irak is ernstiger dan die in Vietnam indertijd. Er dreigt een burgeroorlog tussen Koerden, shi'ieten en sunnieten in dit voor de hele wereld belangrijke olierijke gebied. Het verloop van de strijd in Irak zal lange tijd de verhoudingen in het hele Midden-Oosten bepalen en wordt ook gebruikt als motief voor terreurdaden in het westen. Irak is proefterrein voor gewelddadig politiek islamisme, waar Europa al veel last van heeft.

Voor degenen die zich hebben verzet tegen de Amerikaanse invasie in Irak is er weinig aanleiding tot leedvermaak, want ook zij ondervinden de schade. Voor president Bush is er alle aanleiding om zijn rozige, unilaterale denkbeelden over de wereldorde te laten varen. De oorlog in Irak gaat de hele wereld aan en Amerika heeft de hulp van gevestigde internationale organisaties en bondgenoten nodig om erger te voorkomen.