In de wieg gelegd voor een baan op stand

Bevriend met Job Cohen en Ivo Opstelten lijkt Anne Willem Kist vooral lid van een machtig old boy network met Leidse wortels. Maar als bestuurder van de Universiteit Leiden was hij minder succesvol.

`Ik word hier niet gelukkig.'' Aldus A.W. Kist tegen de decanen van de Universiteit Leiden in mei dit jaar. Zo motiveerde de voorzitter van het College van Bestuur zijn beslissing om per 1 september op te stappen, tweeënhalf jaar na zijn aantreden.

Nu zegt hij: ,,Dit was geen lichtzinnige beslissing. Natuurlijk had ik eigenlijk langer willen blijven. Maar ik ben dit jaar zestig jaar geworden, ik moet me afvragen wat ik wil doen in de laatste fase van mijn arbeidzame leven. En dat is niet leiding geven aan een universiteit.''

Kist begint per 15 september als bestuurslid van de Autoriteit Financiële Markten (AFM), de toezichthouder voor de financiële wereld. Het driekoppige bestuur wordt geleid door Arthur Docters van Leeuwen. Bij de AFM verwacht Kist naar eigen zeggen de ,,inhoudelijkheid'' te vinden die hij aan de universiteit steeds meer ging missen. En hij hoopt dingen sneller voor elkaar te kunnen krijgen.

,,Dit was duidelijk een geval van de verkeerde man op de verkeerde plaats'', schreef de hoofdredacteur van het Leidse universiteitsblad Mare in een commentaar op het vertrek van Kist. En: ,,Het voorzitterschap van Kist is uitgelopen op een mislukking''. Anderen roemen zijn beslissing. Carel Stolker, decaan van de Faculteit Rechtsgeleerdheid: ,,Hij heeft het risico van slechte publiciteit blijmoedig genomen, daar is moed voor nodig.'' Ivo Opstelten, burgemeester van Rotterdam en goede vriend: ,,Hij heeft een stap gezet waar hij spijt van kreeg. Hij heeft de guts gehad om dat vrij snel te melden. Dat is goed voor hem en goed voor de universiteit.''

De man die Kist heeft aangenomen, is ,,teleurgesteld''. Morris Tabaksblat, voorzitter van de Raad van Toezicht van de Universiteit Leiden: ,,Maar ja, dat heb je te respecteren, je hebt er niets over te zeggen. Het is jammer dat hij een aantal goede aanzetten die hij heeft gegeven niet kan uitvoeren.'' De keuze viel volgens Tabaksblat op Kist vanwege zijn ,,kritische vermogen ten aanzien van bestaande structuren''. Er moest wat veranderen in Leiden.

Anne Willem – alom aangeduid als AW – Kist verlaat de wetenschap en het management. Hij keert terug naar vertrouwd terrein: zaken op het grensvlak van recht en economie. Het besturen van een universiteit was niet concreet genoeg voor Kist, zeggen mensen uit zijn omgeving. Onzekere plannen voor de lange termijn, onderhandelen met de overheid over geld, tegenstrijdige belangen van verschillende faculteiten, faculteiten met elkaar verzoenen – het was allemaal te abstract.

,,Hij zit het liefst in de bibliotheek'', zegt René Jansen, oud-collega bij de Nederlandse Mededingingsautoriteit. ,,Het gaat bij hem om zaken uitspitten, jurisprudentie zoeken, stukken lezen.'' Broer Adriaan: ,,Zaak voor zaak werken, daar is-ie sterk in. Op de universiteit kreeg hij te maken met een logge organisatie met heel machtige faculteiten. Het is moeilijk een mammoettanker van richting te doen veranderen.'' Volgens rechtendecaan Carel Stolker zijn er twee soorten juristen. ,,Je hebt advocaten, die gaan voor een bepaald belang. En je hebt rechters, die kunnen allerlei belangen afwegen. Kist is een typische advocaat.''

Er zijn in de familie Kist twee lezingen over de herkomst van de familienaam. De mooiste is die van een levende man die in de zeventiende eeuw per abuis werd begraven en op de deksel van zijn kist klopte. Na zijn herrijzenis kreeg hij nog drie zonen. In het wapen van de familie is onder meer een man te zien die rechtop in zijn kist zit, wat deze verklaring aannemelijk maakt. De andere lezing is dat ze afstammen van een meubelmaker die ook kisten maakte.

Hoe dan ook, het geslacht Kist levert al vele generaties magistraten, wetenschappers en andere dienaren van de publieke zaak. In de werkkamer van A.W. Kist aan het Rapenburg hangt een portret van een naamgenoot, ooit hoogleraar aan de Leidse universiteit. Gevonden in een depot. Tekenend is ook de kennismaking tussen Kist en studiegenoot Ivo Opstelten. Wat was Opsteltens eerste indruk? ,,Ik dacht vooral: aha, dat is dus AW. Onze vaders kenden elkaar namelijk ook, de naam Kist was niet onbekend in Leiden.'' Een neef van AW, voormalig ING-topman Ewald, is lid van de Raad van Advies van de Leidse rechtenfaculteit.

Vader Anne Willem Kist, die onlangs op 90-jarige leeftijd overleed, was aanvankelijk advocaat en later rechter. Naam maakte hij echter met zijn christelijke vormingswerk. Nadat hij in zijn studententijd ernstig ziek was geworden, werd hij gelovig. De rest van zijn leven zou hij proberen het christendom nieuw elan te geven, hij promoveerde ook in de theologie. Hij onderwees jonge rechters over `recht en samenleving' en was later directeur van vormingscentrum De Poelgeest in Oegstgeest. Tot zijn dood was hij bezig het werk van theoloog Karl Barth toegankelijk te maken voor de gewone man.

Vijf jongens telde het gezin, AW is de oudste. Drie broers zijn arts, twee zijn jurist. Ze kregen een vrije opvoeding, vertelt broer Adriaan, zoon nummer drie en rechter te Amsterdam. Ze hoefden niet wekelijks naar de kerk, zoals veel gereformeerde kinderen, en gingen wanneer ze wilden. Vooral met Kerstmis en Pasen dus en dan met name ,,voor het sociale gebeuren''. ,,Ik denk dat vader wel teleurgesteld was dat wij zijn geloof niet hebben overgenomen. Maar hij oefende nooit druk op ons uit.''

AW legde het geloof van zijn vader naast zich neer, maar verder voldeed hij aan de verwachtingen van zijn ouderlijk milieu. Hij deed gymnasium, wat in het gezin niet beschouwd werd als een prestatie maar als een vanzelfsprekendheid. Adriaan: ,,Het was eerder zo dat je uit de boot zou vallen als je níet kon studeren.'' AW ging studeren in Leiden, ook een vanzelfsprekendheid. Zijn grootvader, vader, ooms, neven en broers deden dat allemaal. Adriaan: ,,Vader had ons wat dat betreft vrij dubbel opgevoed. Aan de ene kant was hij een links-anarchistisch christen. Aan de andere kant waardeerde hij de tradities van de patriciërsfamilie. We werden wel geacht in Leiden te studeren en lid te worden van het corps. Dat hebben vier van ons gedaan.''

Kist zat in de redactie van de almanak van 1967 van het Leids Studenten Corps. Praeses van die redactie was Egbert Jacobs, tot voor kort Nederlands ambassadeur in Tokio, vanaf volgende maand in Rome. Jacobs: ,,Ik vroeg AW voor de literaire bijdragen. Hij houdt van taal, vooral poëzie. Hij was een beetje de intellectueel van het stel, hield van controverse. Hij pleitte voor opname van een goed geschreven anti-monarchaal essay, dat werd nog een heel gehannes. Hij was tijdens de studie een sterke persoonlijkheid, maar geen gangmaker. Altijd een beetje afstandelijk, geen zuidelijk type.'' Toen al een echte, gemotiveerde jurist, zag Jacobs, in tegenstelling tot veel andere rechtenstudenten. Ze bleven bevriend.

In de eerste helft van de jaren zeventig doceert Kist burgerlijk recht aan de juridische faculteit in Leiden, eerst onder H. Drion, later onder A.R. Bloembergen. Een bijzonder clubje jonge, ambitieuze juristen was dat, vrijgevochten en vernieuwingsgezind. Opnieuw ontmoet Kist mensen die hij later in zijn loopbaan weer zal tegenkomen. Toenmalig collega Bart Groen is cassatie-specialist bij het gerenommeerde advocatenkantoor Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, waar Kist vanaf 1990 op hetzelfde terrein werkt. Toenmalig collega Joan de Wijkerslooth, tot voor kort topman van het openbaar ministerie en vanaf 1 september hoogleraar strafrecht in Leiden, werkte in de jaren tachtig bij hetzelfde kantoor. Bovendien is De Wijkerslooth lid van de Raad van Toezicht van de Universiteit Leiden, de club die Kist benoemde als collegevoorzitter.

Die benoeming, na een carrière van twintig jaar in de advocatuur en nog eens zes jaar als gouverneur-generaal van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) was voor menigeen een verrassing. Collegevoorzitters hoeven niet per se gepromoveerd te zijn, maar hebben meestal wel affiniteit met de academische wereld. Sceptici zagen hun gelijk bevestigd door een opmerking van Kist in een interview in NRC Handelsblad in oktober 2003. ,,Leiden heeft gekozen voor onderzoek'', zei Kist toen. ,,We hebben niet de ambitie om qua onderwijs tot de absolute top te horen.''

In Leiden brak de pleuris uit. Docenten voelden zich geschoffeerd, Kist moest zich in de universiteitsraad verdedigen. Kist nu: ,,Dat was onwennigheid, ik was onbekend met de gevoeligheden die in de organisatie leven. Ik was wel verbaasd over de heftige reacties. Het was ook onterecht, want we hebben heel veel gedaan om het onderwijs te verbeteren. Overigens is het nog steeds mijn diepe overtuiging dat het primaat van onderzoek onmisbaar is voor goed universitair onderwijs. Als onderwijs geen relatie heeft met onderzoek wordt het hbo.''

Prestaties waren er ook, de afgelopen tweeënhalf jaar. Op het conto van Kist staat bovenal het verbeterde contact tussen de universiteit en de gemeente Leiden. De goede relaties zijn zichtbaar in de verdere ontwikkeling van het Bio Science Park, dat zowel financieel als planologisch eisen stelt aan de stad. Trots is Kist zelf op het instellingsplan voor de komende jaren, waarin strategische keuzes van de universiteit zijn vastgelegd. Tabaksblat roemt de nadruk op het binnenhalen van talentvolle studenten. Zowel met het bindend studieadvies in het eerste jaar als onderzoek naar `selectie aan de poort' loopt Leiden voorop.

Hoe lastig het soms ook was in Leiden, de moeilijkste periode in Kists carrière moet net daarvoor zijn geweest, toen hij aan het hoofd stond van de NMa. In het najaar van 2002 maakte Kist in die functie de parlementaire enquête naar de bouwfraude mee. De NMa, die juist was opgericht om kartels te bestrijden, had nog niets ondernomen om dat reusachtige kartel aan te pakken, constateerde de commissie.

,,Dat deed AW pijn'', zegt René Jansen, vijf jaar lang Kists naaste medewerker bij de NMa en later plaatsvervangend directeur-generaal. ,,Persoonlijk maar ook als leider van de organisatie. Die laatste maanden voor zijn vertrek waren vervelende tijden. Eerst moesten we alle kritiek in kranten lezen en mochten we ons niet verweren, vanwege de enquête. Vervolgens moest AW getuigen en stond zijn organisatie opeens met iets slechts in de schijnwerpers. Terwijl we zo hard hadden gewerkt en veel goede prestaties hadden geleverd.'' De NMa bestond toen vier jaar en had zich in die opbouwfase met name bezig gehouden met fusietoezicht en het wegwerken van zo'n duizend ontheffingsverzoeken van bedrijven.

Een vreemde verdediging, vindt Kamerlid Marijke Vos, destijds voorzitter van de enquêtecommissie. ,,Bij zoveel ontheffingsverzoeken hadden ze moeten bedenken dat er in die branche misschien iets aan de hand is.'' Vos vindt dat Kist ,,de bouwsector te weinig doortastend, te weinig alert heeft benaderd''. Vos heeft ,,geen indicatie'' dat Kist vanwege de kritiek op de NMa inzake de bouwfraude zou zijn opgestapt. ,,Ik zou het me wel kunnen voorstellen. We hebben de NMa behoorlijk afgedroogd.''

Kist nam wel de ,,volle verantwoordelijkheid'' voor de steken die de NMa had laten vallen, zegt Jansen. ,,Hij zei ook publiekelijk dat we een onvergeeflijke fout hadden gemaakt door een tipgeefster niet terug te bellen. Ook binnenshuis stelde híj zich verantwoordelijk voor dat hoofdstuk.'' Onder mededingingsadvocaten heerst begrip voor de moeizame start van de nieuwe organisatie. Kist krijgt lof omdat hij de NMa een gezicht heeft gegeven.

Twee ogenschijnlijk strijdige zaken kleuren de loopbaan van A.W. Kist. Liefde voor de publieke zaak en het nut van een Leids netwerk.

Veel studievrienden uit de kring van Kist zijn mooi terechtgekomen. En ze zijn al die jaren bevriend gebleven. Opstelten en Kist – allebei getrouwd met jaargenotes van het corps – gaan jaarlijks voor een korte vakantie op stap met jaarclubgenoten en echtgenotes. Tot de club behoren J.J. Wiarda, raadadviseur op het ministerie van Justitie, A.D.H. Fockema Andreae, uitgever in ruste en S.J. van Klaveren, vice-president van de Rechtbank Rotterdam. Ze gaan bijvoorbeeld naar het muziekfestival Schubertiade in het Oostenrijkse Schwarzenberg, of wandelen in Schotland. Opstelten spreekt van de `ijzeren ring'. ,,Dat zijn de vrienden sinds de studietijd. Daarna zit het meer in de kennissensfeer.''

Kist noemt de continuïteit in vriendschappen ,,een van de mooie dingen in mijn leven''. Eenzelfde vriendschap onderhoudt hij met Job Cohen, burgemeester van Amsterdam. Ze leerden elkaar kennen toen ze allebei met jonge gezinnen in Oegstgeest woonden en allebei aan de Leidse universiteit werkten. Cohen: ,,We tennisten veel in die tijd, we hadden het nog niet zo belachelijk druk als nu.'' Ze vonden elkaar in ,,grote maatschappelijke betrokkenheid'', waren allebei actief voor de PvdA. Toen Cohen werd benoemd als burgemeester werd hij gebeld door Opstelten die hem feliciteerde. Je zult maar A.W. Kist zijn en twee van zulke vrienden hebben, zeiden ze tegen elkaar.

Dat Kist benoemingen te danken zou hebben aan het old boy network vindt hij ,,echt flauwekul''. ,,Dat getuigt van een naïef beeld van hoe de wereld in elkaar zit. Zo'n Raad van Toezicht werkt niet zo, De Wijkerslooth heb ik nooit over deze baan gesproken.'' Opstelten is iets minder stellig. ,,Het is onzin om de invloed van een netwerk te ontkennen. Op zich is er niets mis met een old boy network. Als je intensief hebt gestudeerd en maatschappelijk actief bent ontstaat dat vanzelf. Maar uiteindelijk gaat het om kwaliteit en die is bij AW ruim aanwezig.'' Al tijdens hun studie zeiden Opstelten en Kist tegen elkaar dat het mooi zou zijn als ze ooit allebei op het Rapenburg zouden belanden, de een als burgemeester en de ander als baas van de universiteit. Dat ze allebei de samenleving wilden dienen, is voor Opstelten duidelijk. ,,Daarom ging hij van Loeff naar Pels Rijcken, de landsadvocaat. Ook als advocaat wilde hij meer dienen dan alleen het belang van de eigen organisatie.''

Voor NMa-man René Jansen was de daarop volgende stap een indicatie. ,,Het feit dat hij een zeer lucratieve baan als compagnon bij het gerenommeerde advocatenkantoor Pels Rijcken verruilde voor een laagbetaald baantje als ambtenaar bij de NMa vind ik een gedurfde stap.''

Laagbetaald? Hij had een eigen chauffeur. ,,Ja, maar het was echt een enorme achteruitgang in inkomen vergeleken met dat van een compagnon in een groot advocatenkantoor.'' Zijn inkomen werd meer dan gehalveerd, bevestigt Kist. Zijn opvolger bij de NMa verdient 175.000 euro, zijn baas bij de AFM verdient 300.000 euro.

Bij de AFM gaat Kist vooral financiële partijen in de gaten houden. Geen baan om populair mee te worden. ,,Niemand zegt: wat heerlijk dat iemand ons controleert. Het is een vak waar je een rechte rug voor moet hebben. En je moet niet bang zijn voor moralisme. Een geheven vingertje moet je niet vervelend vinden.''

Curriculum vitae

Anne Willem Kist is geboren op 27 maart 1945 in Driebergen. Hij is gehuwd en heeft drie kinderen. Op 15 september 2005 wordt hij bestuurslid van de Autoriteit Financiële Markten (AFM)

1963-69 studie Nederlands recht, Rijksuniversiteit Leiden, afstudeerrichting: burgerlijk recht

1969-75 wetenschappelijk medewerker burgerlijk recht aan de Juridische Faculteit Leiden

1976-80 advocaat bij Loeff Claeys Verbeke, Rotterdam (vervoers- en verzekeringsrecht)

1980-90 Loeff, Amsterdam (ondernemings- en effectenrecht)

1987-89 lid dagelijks bestuur Loeff

1990-97 advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, Den Haag (cassatie- en overheidspraktijk)

1997-02 directeur-generaal Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa)

2003-1 sept. 2005 voorzitter College van Bestuur Universiteit Leiden

september 2003 tot mei 2005: voorzitter van de Raad van Toezicht van de AFM.

    • Mark Duursma
    • Frederiek Weeda