Het verleden is terug, de historie blijft zichtbaar

Haarlem opent het nieuwe seizoen met twee schitterende muziekzalen in de vernieuwde Philharmonie, de thuisbasis voor het orkest Holland Symfonia.

Het oude architectuurdogma dat het exterieur van een gebouw de uitdrukking moet zijn van het interieur wordt met de vernieuwde Philharmonie in Haarlem weer eens geweld aangedaan. De buitenzijde van de Philharmonie, zoals het voormalige Haarlemse Concertgebouw nu heet, verraadt weinig van de gedaanteverwisseling die het gebouw heeft ondergaan.

Boven de oude bouwdelen waaruit het Concertgebouw ook al bestond voor het begin van de verbouwing vier jaar geleden, torent nu een rechttoe-rechtaan glazen gevel. Die heeft als enige bijzonderheid dat de glasplaten zijn bedrukt met een door Karel Martens ontworpen grafische weergave van de compositie Klokken voor Haarlem van Louis Andriessen, geboren in Haarlem. Deze glasplaten zijn ook te vinden bij de vernieuwde ingang en andere nieuwe exterieurdelen van de Philharmonie.

De entree zelf doet met zijn benauwde, lage plafond ook nauwelijks iets vermoeden van de transformatie van Concertgebouw tot Philharmonie. Pas wie de informatie- en kassabalie is gepasseerd en de opmerkelijk ruime, lichte foyer betreedt, betreedt een nieuwe wereld. Vier jaar heeft de 21 miljoen euro kostende verbouwing geduurd. Het resultaat is een gebouw dat zich kan meten met het vlak voor de zomer geopende en bijna unaniem geprezen Muziekgebouw in Amsterdam.

De gedaanteverwisseling is niet minder dan een wonder, want het oude Haarlemse Concertgebouw was, aldus verschillende mensen die er mee moesten werken, een onmogelijk gebouw. Het oorspronkelijke gebouw uit 1872 dat A. van der Steur had ontworpen voor De Vereeniging was door allerlei uitbreidingen en verbouwingen veranderd in een mottige doolhof van gangen en pijpenlades. De verbouwingen uit de jaren zeventig en tachtig door de toenmalige stadsarchitect Wiek Röling hadden de tand des tijds niet doorstaan.

Niet alleen deed de vormgeving uit deze jaren belegen aan, maar ook de toen speciaal voor elektronische muziek gebouwde Kleine Zaal bleek heel beperkt bruikbaar. Zelfs het beroemde Cavaillé-Coll-orgel in de Grote Zaal, dat Haarlem in 1924 voor één gulden kocht van het Paleis voor Volksvlijt in Amsterdam, kon niet meer worden bespeeld en was aan restauratie toe.

Misschien was de opdracht die architect Frits van Dongen van de ArchitectenCie vijf jaar geleden kreeg voor de verbouwing niet onmogelijk. ,,Zoek het perfecte evenwicht tussen restauratie en nieuwbouw om Haarlem en Noord-Holland te voorzien van een centrum van muzikale uitmuntendheid en landelijke allure'', kreeg hij te horen van zijn opdrachtgevers, onder wie de gemeente Haarlem, de eigenaar van het Concertgebouw. Maar moeilijk was de opdracht zeker, niet alleen door de complexiteit van het bestaande gebouw, maar ook omdat Van Dongen rekening moest houden met de naburige nieuwe rechtbank van Hubert-Jan Henket.

Van Dongen heeft de puzzel weten op te lossen: de Philharmonie heeft een eenvoudige, heldere en logische opzet gekregen. Bezoekers moeten eerst naar beneden voor de garderobe, gaan vervolgens over dezelfde trap weer omhoog en komen dan in de foyer. Die ligt gedeeltelijk onder de nieuwe, gekromde Kleine Zaal ligt en bestaat gedeeltelijk uit een hoog atrium met glazen dak. Vanuit ongewoon ruime foyer, is het heel eenvoudig om de weg te vinden naar Kleine en Grote Zaal en de drie muzieksalons.

Het probleem van `het evenwicht tussen restauratie en nieuwbouw' heeft Van Dongen opgelost door oudbouw weer overtuigend oud te maken en de nieuwbouw onmiskenbaar eigentijds. De Grote Muziekzaal is ongekend authentiek gerestaureerd en de Kleine Muziekzaal is vervangen door een geheel nieuwe zaal met nieuwerwetse, gekromde vormen.

Vooral de restauratie van de Grote Zaal is onverwacht. In eerdere werk als het theater De Harmonie in Leeuwarden en het appartementengebouw The Whale in Amsterdam, heeft Van Dongen nooit blijk heeft gegeven van enige aandrang tot retro-ontwerpen. Maar nu heeft hij de Grote Zaal de al lang verdwenen pilasters en cassettenplafond teruggeven zonder enige poging tot aanpassing van deze oerklassieke stijlmiddelen aan deze tijd. Zelfs het nieuwe balkondeel van de bij de verbouwing iets verlengde zaal kreeg precies dezelfde vorm als het oude, klassieke balkon. En er zijn nieuwe kristallen luchters opgehangen.

Zo is de Grote Muziekzaal met zijn 1228 vaste stoelen weer een door en door 19de-eeuwse muziekzaal met het geheel gerestaureerde Cavaillé-Coll-orgel als stralend middelpunt, ontdaan van Rölings witte verf. Hetzelfde geldt voor de drie muzieksalons: ook deze ruimtes zijn, behoudens toevoegingen als een bar of een akoestisch wandkussen, in oude 19de-eeuwse luister hersteld.

De authentieke restauraties van de Grote Muziekzaal en de muzieksalons maakt het contrast met de nieuwe Kleine Zaal des te groter. Deze wijkt in bijna alle opzichten af van de Grote Zaal. Niet een orthodoxe, rechthoekige doos met ronde hoeken bijna een garantie voor een goede akoestiek is de Kleine Zaal geworden, maar een zaal vol extravagante wulpse rondingen. De zaal zelf is halfrond, het balkon is een soort dikke band en de gekromde wanden lopen onmerkbaar over in het gewelfde plafond.

Om de indruk te versterken dat de bezoekers zich hier bevinden in de buik van een of ander reusachtig dier, is de hele zaal van onder tot boven uit warm gekleurd hout gemaakt. Echt klein is de Kleine Zaal overigens niet. De zaal telt 450 stoelen, maar is toch ongekend intiem: de muzikanten op het podium spelen op slechts twaalf meter van de verst verwijderde luisteraar.

Zo heeft Van Dongen in de Philharmonie twee werelden samengebracht: de formele, klassieke, lichte, 19de-eeuwse Grote Zaal, die net als vroeger weer echte ramen heeft, en de besloten, donkere Kleine Zaal, die met zijn neobarokke vormen onmiskenbaar uit het begin van de 21ste eeuw stamt. De foyer vormt de verbinding tussen deze werelden uit verschillende tijdperken, niet alleen letterlijk maar ook figuurlijk. Wie de foyer betreedt, ziet een hoge, ruwe, onbewerkte muur die met zijn verschillende soorten bakstenen en met grijze blokken gevulde gaten de sporen en littekens vertoont van de verschillende verbouwingen die het Haarlemse Concertgebouw in de loop van de tijd heeft gekend.

Rondleidingen: 24/9 11, 14, 15 uur.

Inl.: www.philharmonie.nu

    • Bernard Hulsman