Europese centrale bank moet Banca d'Italia op matje roepen

Antonio Fazio, de president van de Banca d'Italia, speelde blijkens een uitgelekt telefoongesprek een hoogst dubieuze rol in de overnamestrijd rond de Banca Antonveneta. De kwestie heeft implicaties voor de hele eurozone, betoogt Wolfgang Munchau.

De Europese Centrale Bank (ECB) laat zelden een gelegenheid voorbijgaan om regeringen te berispen over te hoge begrotingstekorten of nalatigheid bij hervormingen. Maar over één onderwerp, dat haar veel directer raakt, bewaart de ECB een bedenkelijk stilzwijgen. Dat is de geschiedenis van de Banca d'Italia, één van de aandeelhouders van de ECB, die steeds verder wegzinkt in een brij van aantijgingen met betrekking tot haar optreden bij recente overnamepogingen in de Italiaanse bankwereld.

Er werd altijd stilzwijgend aangenomen dat Antonio Fazio, de president van de Banca d'Italia, afwijzend stond tegenover buitenlandse overnames in de Italiaanse banksector. Deze vage verdenking is concreter geworden nadat in juli een gênant telefoongesprek tussen Fazio en de voorzitter van de Banca Popolare Italiana (BPI) uitlekte. Dat gesprek vond plaats binnen enkele minuten nadat Fazio zijn goedkeuring had gehecht aan de poging van de BPI om de Italiaanse Banca Antonveneta over te nemen. De concurrent daarbij was de Nederlandse ABN Amro. Andere telefoongesprekken wezen erop dat Fazio mogelijk het oordeel van zijn eigen inspecteurs, die enkele problemen rond de overnamepoging van BPI hadden gesignaleerd, naast zich neer had gelegd.

Sinds de tekst van die telefoongesprekken is bekendgemaakt, klinkt de roep om het aftreden van Fazio. Vorige week hebben drie bekende Italiaanse economen – Alberto Alesina van Harvard University, Guido Tabellini van de Bocconi-universiteit in Milaan en Luigi Zingales van de University of Chicago – een dringende oproep gedaan om de statuten van de centrale bank te wijzigen.

Deze kwestie is echter niet een louter Italiaanse aangelegenheid, maar heeft implicaties voor de eurozone als geheel. De meeste economen en centrale bankiers zouden onderschrijven dat de integratie van de financiële markten een vereiste is om een gezamenlijke munt behoorlijk te laten functioneren. De reden is dat het geld zo efficiënt mogelijk door het stelsel moet kunnen stromen. De Europese Unie zwoegt nog steeds aan de totstandkoming van een volgroeide gezamenlijke markt voor bancaire en financiële diensten. Als Fazio, die tevens één van de gouverneurs is van de ECB, binnenlandse banken tegen buitenlandse overnames heeft beschermd, heeft hij de eurozone benadeeld en daarmee gehandeld in strijd met zijn taakomschrijving.

Anders dan de meeste andere centrale banken is de Banca d'Italia niet volledig staatseigendom. Haar aandeelhouders zijn commerciële banken. Volgens artikel 3 van haar statuten moeten openbare instellingen en ondernemingen die in openbare handen zijn, de meerderheid van haar aandeelhouders vormen. Zolang de meeste banken eigendom waren van de staat, waren er doorgaans geen problemen. Maar na een reeks privatiseringen van banken in de jaren negentig zit de meerderheid van de aandeelhouders nu in de private sector. Dit lijkt strijdig met de statuten van de Bank.

Het probleem is dat de Banca d'Italia niet alleen maar een centrale bank is, maar tevens het bankwezen reguleert. In feite komt het erop neer dat de Banca d'Italia toezicht houdt op de houders van de meerderheid van haar aandelen. Je hoeft niet achterdochtig van aard te zijn om hierin tegenstrijdige belangen te ontwaren.

Mario Monti, de voormalige Europese commissaris voor Mededinging, heeft vier hervormingen voor de Banca d'Italia voorgesteld: veranderingen in haar aandeelhoudersstructuur; veranderingen in de wijze waarop haar leiding besluiten neemt; veranderingen in haar regulerende functies; en afschaffing van de benoeming voor het leven van de president van de centrale bank.

Vanwege die levenslange ambtstermijn is Fazio aan niemand verantwoording schuldig. Die levenslange benoeming was bedoeld om de onafhankelijkheid van de bankvoorzitter te garanderen. Maar daarvoor is dit middel duidelijk te zwaar. Hetzelfde kan gemakkelijk worden gerealiseerd met een benoeming voor een vaste periode, zoals bij veel andere centrale banken het geval is.

Een benoeming voor het leven is niets anders dan een extreme vorm van restrictief arbeidsmarktbeleid. Gezien het feit dat de centrale bankiers behoren tot de luidruchtigste pleitbezorgers van flexibiliteit op de arbeidsmarkt, riekt dit naar hypocrisie. In feite is het zo dat de centrale banken behoren tot de minst hervormde bureaucratieën van Europa, en dat de banksector, waarop zij toezicht houden, één van de meest beschermde bedrijfstakken is.

Als levenslange president van de Banca d'Italia is Fazio tevens voor het leven lid van de bestuursraad van de ECB, die de rente voor de eurozone vaststelt. Aangezien de Banca d'Italia deelneemt aan het Europese Stelsel van Centrale Banken en aandeelhouder is van de ECB, volgt daaruit dat de Italiaanse commerciële banken indirect tevens aandeelhouders zijn van de ECB.

Dit probleem raakt de rest van de eurozone veel meer dan je op het eerste gezicht zou denken. Het vormt een ernstige onvolkomenheid in het Europese centrale bankstelsel, wat een grote bron van zorg zou moeten zijn voor de ECB. Misschien vindt achter de schermen overleg plaats tussen medewerkers van de ECB en de Banca d'Italia, maar het publieke stilzwijgen van de ECB over deze affaire is oorverdovend.

Trouwe aanhangers van Fazio hebben geprobeerd de aandacht af te leiden door te stellen dat het eigenlijke schandaal gelegen is in de inbreuk op de privacy van Fazio en andere bankiers. Dat is nonsens. Deze gepubliceerde telefoongesprekken zijn van groot openbaar belang, omdat ze ons een uniek inzicht hebben gegeven in de nauw vervlochten wereld van het Italiaanse banktoezicht.

Onder centrale bankiers heerst de stilzwijgende afspraak dat je elkaar nooit afvalt. Ik luisterde laatst naar een discussiepanel met een voormalige centrale bankier als voorzitter. Ook een fungerende centrale bankier maakte daar deel van uit. De voormalige centrale bankier zei tot de huidige: ,,Wát u straks ook zegt, ik ben het met u eens.'' Dat is de geest van de wereld van de centrale banken, en ik vrees dat daarin de reden ligt voor de stilte uit Frankfurt.

Wolfgang Munchau is adjunct-hoofdredacteur van The Financial Times waarin hij een wekelijkse column over de Europese Unie schrijft.

    • Wolfgang Münchau