De Nederlandse angst voor verheffing

Dit jaar wordt in Duitsland herdacht dat dichter, schrijver en filosoof Fiedrich von Schiller precies twee eeuwen geleden overleed, maar de belangstelling is gering. Hoewel heel intellectueel Duitsland werd opgetrommeld om de nationale held te bejubelen, was het allemaal vergeefse moeite. Schiller, die in de negentiende eeuw het verdeelde Duitsland nog wist te binden door een nationale identiteit te definiëren, blijkt een dergelijke rol niet meer te kunnen vervullen. Men laat zich tegenwoordig geen held meer opdringen, maar kiest die liever zelf in een televisieshow. Schiller was een echte opvoeder, wat ook zijn huidige gebrek aan populariteit kan verklaren. De Duitsers die nog met hem bekend zijn, herinneren zijn toneelstukken, gedichten en verhandelingen voornamelijk als vervelend, moralistisch en hopeloos ouderwets.

Weerzin tegen geestelijke opvoeding is in Nederland misschien nog wel sterker waar te nemen. Het vindt zelfs uitdrukking in onze spraak: waar in andere talen `opvoeden' vaak de betekenis heeft van `verheffen, op een hoger plan brengen' (e-ducare, é-lever, er-ziehen, al-levare), is de Nederlandse benaming van een puur fysieke aard. De miskenning van de geestelijke component van het opvoeden doet zich op veel terreinen gevoelen.

Het onderwijs in Nederland is een sprekend voorbeeld van de fundamenteel andere opvatting van de opvoedende taak. In tegenstelling tot de rest van Europa heeft de docent hier vooral de functie de zelfstandig studerende leerling te begeleiden. De belevingswereld en de ideeën van de scholier zijn maatgevend. Het voorstel om `de Verlichting' in de geschiedenisles voortaan `de pruikentijd' te noemen, is tekenend. Heel wat zelfbedachte wijsheid wordt dagelijks met powerpoint-presentaties en praktijkverslagen gepresenteerd aan de medeleerlingen.

De verticale verhouding die het `educare' veronderstelt, wordt in Nederland verruild voor de horizontale, coöperatieve houding. De leerling wordt geacht zich als een baron Von Münchhausen aan zijn eigen haren uit het moeras te trekken. Initiatieven als `Iederwijs', de school waar je zelf bepaalt wat je wilt leren, illustreren op een tragische wijze het bedrieglijke karakter van die benadering. Ook het academische onderwijs doet er alles aan om de eigenwijze student niet van zich te vervreemden. Uit de praktijk gegrepen is het verhaal van een studente politicologie aan de Universiteit van Amsterdam die de professor excuses liet aanbieden voor het feit dat hij publiekelijk een opmerking maakte over de spelfouten in haar presentatie. Ook bij de talenstudies wreekt de schokkende holheid van de verwaarloosde scholier zich in het ontstaan van een nieuwe generatie studenten die nog geen letter op de juiste plaats weet te zetten.

Medy van der Laan, staatssecretaris van Cultuur, is zo bezien de ideale kandidaat om het gemankeerde Nederlandse opvoedingsideaal in beleid om te zetten. Het opheffen van het Radio Symfonieorkest, het schrappen van de NPS met programma's als Nova, Buitenhof en Andere Tijden en haar beslissing om scholieren te stimuleren om met de zogenaamde cultuurvouchers vooral naar popconcerten te gaan, sluiten naadloos aan op de Nederlandse angst voor verheffing.

Interessant was het project cool politics dat bedoeld was om de bezoekers van het Low Lands-festival politiek op een aansprekende mate presenteren. Onder anderen Ruud Lubbers, Wouter Bos en Hilbrand Nawijn waren uitgenodigd om de versufte bezoekers van het festival uit hun tentjes te lokken. Was de toespraak van Ruud Lubbers nog geslaagd, het politieke debat onder leiding van twee cabaretiers liep uit op een onsamenhangende, demagogische kakafonie. De consessies die gedaan moesten worden aan de niet aflatende hang van het publiek naar entertainment, wat kortweg infotainment oplevert, komen voort uit de vrees voor een lege `cool politics'-tent. Het bereik is belangrijker dan de boodschap en vorm gaat boven inhoud. Het resultaat is een wijdverbreide, maar uiterst povere – om niet te zeggen nog verder ondermijnende – boodschap voor de bezoeker, die door de sprekers bespeeld en geminacht wordt.

De kloof tussen de politiek en de burger die zou zijn blootgelegd door het referendum over de Europese grondwet was van eenzelfde bedrieglijkheid. Weer ging het om de spanning tussen opvoeding en het heilige gelijk van, in dit geval, de burger. De politici die wekenlang met stalen gezichten hamerden op het belang van de grondwet, waren uiterst tevreden met een resultaat dat een dag eerder nog als rampzalig werd betiteld. Debatteren is opvoeden, onderwijzen en verheffen, waarbij angst, hypocrisie en duidelijke tegenstrijdigheden gelden als didactische blunders. De oprechte politicus had het heilige gelijk van een tegenstemmer na de referendumuitslag evenzeer moeten bestrijden als daarvoor.

Maar hiermee is de opsomming nog niet compleet. Ook op televisie heeft de angst voor opvoeding toegeslagen. In kinderprogramma's ontbreekt iedere vorm van originaliteit, leerzaamheid en uitdaging. Bij voorkeur speelt een tekenfilm zich af in een herkenbare schoolomgeving waar herkenbare kinderen elkaar van de fiets trappen, troep maken of kattenkwaad uithalen. Kinderprogramma's zoals te zien op de BBC waarin de Britse geschiedenis wordt naverteld, zouden in Nederland ondenkbaar zijn. Deze lijn wordt voortgezet in programma's bedoeld voor jongeren.

Zo is Ali B. vrijwel onafgebroken op zowel de commerciële als publieke zenders te zien. De Marokkaanse gemeenschap, die bij uitstek gebaat zou zijn bij een vertegenwoordiger die de achterban tot voorbeeld kan strekken, vindt in deze rapper als ambassadeur voor de jongeren een rasconformist, die blowt, grof in de mond is en rapt over zijn vuile bitch. Ongetwijfeld aansprekend en herkenbaar, maar het helpt de Marokkaanse jongeren geen streep verder.

Deze Nederlandse kijk op opvoeding is experimenteel en niet zonder risico. Schillers stelling dat experimenteren alleen is weggelegd voor diegenen die hun wortels kennen en de oude vormen grondig bestuderen alvorens ze voor nieuwe te verruilen, stemt in dit geval weinig hoopvol.

Ahmed el Wakra is student rechten aan de Universiteit van Amsterdam.

    • Ahmed El Wakra