Anders gaan denken over natuurramp

Natuurrampen kun je niet voorkomen, veel schade wel, zegt de de directeur van het secretariaat voor rampenbestrijding van de Verenigde Naties.

Toen Sálvano Briceño dit weekeinde in Skopje was om de aardbeving te herdenken die veertig jaar geleden de hele stad verwoestte, werden er aan de andere kant van de wereld, in New Orleans, mensen geëvacueerd omdat Hurricane Katrina in aantocht is. Intussen schepten Roemenen, Bulgaren, Zwitsers en Oostenrijkers de modder uit hun huizen en bestreed de Portugese brandweer bosbranden in het door droogte geteisterde land.

De slagregens die het midden en oosten van Europa vorige week troffen, lieten een spoor van vernielingen achter. Nu zoekt men, zoals zo vaak na een natuurramp, zondebokken. Burgers beschuldigen de burgemeester van nalatigheid. Gemeentes dienen claims in bij de staat. Hydrologen, planologen en klimatologen geven schitterende, uiteenlopende analyses ten beste over wie welke fouten heeft gemaakt en waarom.

Briceño, directeur van International Strategy for Disaster Reduction (ISDR), een organisatie van de Verenigde Naties in Genève, hoort het met gemengde gevoelens aan. Volgens de Venezolaan valt er maar één les te trekken uit al dit natuurgeweld: ,,Rampen kun je niet voorkomen, veel schade wel.''

Overal ter wereld stijgt het water, zegt Briceño. ,,Als er aardbevingen zijn, stormen of slagregens, krijgen we meer wateroverlast dan ooit tevoren. Daar moeten we mee leren leven. Er leven niet alleen steeds meer mensen op deze planeet, we wonen steeds vaker ook op de verkeerde plek. Uit gemak of economische overwegingen breiden we onze steden lukraak uit, zonder na te denken over de kwetsbaarheid. Door de urbanisatie verliezen we onze band met de natuur. Het idee dat je risico's loopt als je ergens een supermarkt bouwt of een hotel, wil er bij de meesten niet in, 90 procent van alle ravage na natuurrampen is het gevolg van wateroverlast. We bouwen in uiterwaarden, ontginnen land op hellinkjes die zó verzakken. En als het onheil toeslaat, zijn we verschrikkelijk verbaasd.''

Volgens Briceño, wiens organisatie wereldwijd conferenties organiseert om de impact van natuurrampen binnen de perken te houden, is er maar één manier om met klimaatveranderingen om te gaan: anders gaan denken. We moeten het land anders gaan inrichten en gebruiken. Burgers moeten weten van welke materialen ze het beste een huis kunnen bouwen en van welke niet. De overheid moet ze daarbij helpen. Iedereen moet worden opgevoed in de gevaren-kunde, zeg maar.''

De tsunami, die in december meer dan honderdduizend slachtoffers maakte, levert interessante voorbeelden. Voor Zweden was het de grootste ramp in de geschiedenis. Maar alle Canadezen die vakantie vierden aan dezelfde stranden in Thailand of Sri Lanka, overleefden de ramp. Zij herkenden het fenomeen: ze hadden er op school les in gehad. Een Brits meisje dat net in de klas over tsunami's had gehoord, redde tientallen mensen, omdat ze schreeuwde: `Naar boven, naar boven!'

Eén van de zes slachtoffers van de overstromingen van vorige week in Zwitserland, daarentegen, liet haar hond uit op een kade waar het wassende rivierwater al overheen spoelde. Om haar heen knapten bomen als luciferhoutjes af. ,,Typerend,'' vindt Briceño, die zich net de woede van de Zwitserse president op de hals haalde door te zeggen dat het land prachtige early warning systems heeft, die lang niet overal werkten. ,,Er was hevige regenval aangekondigd. Toch wisten veel mensen van niets. Ze werden in hun bed verrast toen het water al kniehoog stond.''

Het ISDR ontwikkelt lesmateriaal voor scholen en brengt overheden bijeen om ze ervan te overtuigen dat het niet meer volstaat om alleen aan je eigen dorp te denken. Als je een sluis in het ene land openzet om het water weg te werken, kunnen er in hetzelfde bassin in een ander land duizenden mensen worden overspoeld. Rond grote rivieren als de Nijl, de Mekong, de Rijn of de Donau verloopt die samenwerking redelijk goed. Er zijn zelfs internationale verdragen voor. Voor kleinere rivieren bestaat dat niet. En juist dáár deden zich vorige week in Europa na de slagregens de meeste problemen voor.

,,Vroeger, in China,'' zegt Briceño, ,,hadden boeren met landjes aan de rivier vaak twee huisjes: één in de heuvels en één bij het water. Er waren maar eens in de paar decennia overstromingen. Maar àls het gebeurde, was je voorbereid.'' In Atjeh werden veel klinieken door de tsunami verwoest omdat ze op de begane grond zaten. Maar in Thailand werden de meeste gespaard: ze stonden op palen of zaten op de eerste etage. ,,Elk land, iedere omgeving heeft zijn eigen coping systems. Iedereen moet zelf bedenken wat het beste is. Maar het wordt tijd dát het gebeurt. Anders laten we onszelf steeds vaker nodeloos verrassen.''