Aken klapt voor scheidend kampioen

Het paardensportpubliek nam gisteren afscheid van een grootheid in de springsport: De Sjiem, de zestienjarige schimmel van Jeroen Dubbeldam.

De Sjiem werd gisteren door zijn vaste verzorger, Tonny Krouwel, in een enorme vrachtwagen naar zijn laatste wedstrijd gereden. Toen hij op het terrein van de CHIO werd uitgeladen, stond hij even stil op de laadklep en keek om zich heen. De Sjiem hinnikte een paar keer zachtjes, alsof hij wilde aangeven dat hij herkende waar hij was. In de ring, bij zijn officiële afscheid, stond hij aanvankelijk onbeweeglijk. Met zijn donkere ogen keek hij om zich heen, de oren naar voren; alsof het paard aanvoelde dat het eerbetoon van het publiek hem gold.

In 2001 stond De Sjiem op dezelfde plek nadat hij de op één na mooiste zege uit zijn carrière had behaald, de overwinning in de Grote Prijs in Aken. Zijn mooiste overwinning is zonder twijfel het individuele olympische goud van vijf jaar geleden in Sydney, met ruiter Jeroen Dubbeldam.

Het publiek in Aken, 50.000 mensen sterk, herkende ook De Sjiem, die zonder aankondiging van de speaker de piste was binnengestapt. Daar waar hij in stap langs de tribunes schreed, gaven de toeschouwers het paard een staande ovatie. Dat is Aken, waar men respect heeft voor de helden van het heden, en waardering te over voor de helden van het verleden. De Sjiem herkende wellicht de speciale zinderende atmosfeer die er in dat stadion hangt wanneer de Grote Prijs op punt van beginnen staat. Viermaal ging hij daarin van start. Eenmaal won hij, de eerste maal maakte hij een foutje en twee maal sprong hij zonder fouten over de hoge hindernissen.

De schimmel was als zevenjarige reeds succesvol in de Grote Prijzen van Kopenhagen en Zuidlaren. Op achtjarige leeftijd liep hij zijn eerste landenwedstrijd, en bleef beide rondes foutloos. Als negenjarige, in 1998, werd hij over het landenwedstrijd seizoen uitgeroepen tot beste paard van het jaar, met alleen een strafpunt voor het overschrijden van de tijd in de landenwedstrijd in Dublin. ,,Hij heeft mij gevormd'', zei Jeroen Dubbeldam over zijn toppaard. ,,Wat ik kan heb ik van hem geleerd en toen ik van hem genoeg had geleerd, was ik in staat om hém nog beter te kunnen laten presteren. Met als resultaat olympisch goud en de Grote Prijs van Aken.''

Vorig jaar bij het CHIO in Rotterdam kregen De Sjiem en Dubbeldam de laatste kans om zich te kwalificeren voor de Olympische Spelen, om daar vervolgens hun titel te kunnen prolongeren. Maar in Rotterdam faalde De Sjiem. Zijn lichaam kon het niet meer opbrengen om over de hoge obstakels te vliegen alsof de wetten van de zwaartekracht voor hem niet golden.

Dubbeldam berustte niet en werkte in de luwte aan een comeback. Even leek het er op dat De Sjiem de oude weer was, toen hij dit voorjaar de Grote Prijs van Paderborn won. Het was de laatste keer dat de ster van de schimmel schitterde.

Nu wacht hem de weide in Weerselo, waar de oude Egano winnaar teamgoud bij de Olympische Spelen in 1992 in Barcelona met Jos Lansink al jarenlang geniet van zijn pensioen. Twee gouden olympische paarden in één weide; ze zullen elkaar veel te vertellen hebben.

    • Jacob Melissen