Walesa was de eerste dominosteen

Het begin van het einde van de communistische dictatuur begon 25 jaar geleden op een scheepswerf in het Poolse Gdansk. `Het was een sprong in het diepe.'

Op donderdag 14 augustus 1980 ging Jerzy Borowczak naar zijn werk, zoals altijd. Alleen kwam hij dit keer niet om te werken. Onder zijn jas droeg de kleine havenarbeider uit Gdansk pamfletten, posters en spandoeken. Om 5.40 uur begon hij een staking die Polen en de wereld zou veranderen.

,,We wisten niet hoeveel animo er zou zijn'', zegt Borowczak (48) 25 jaar na de feiten. ,,Het was een sprong in het diepe.'' Hij belandde in een warm bad: 's middags hadden al meer dan tienduizend havenarbeiders het werk neergelegd en de scheepswerf bezet. Binnen enkele weken groeide de staking uit tot een landelijke beweging tegen het communistische regime in Polen: Solidariteit.

Borowczak en twee collega's zouden de staking beginnen, zo was afgesproken. Lech Walesa, een goedgebekte elektricien die vijf jaar eerder uit de haven was ontslagen en een soort lokale verzetsheld was, zou de staking leiden. Maar aan het begin van de middag was er nog geen spoor van Walesa te bekennen. Borowczak voelde ,,lichte paniek'' opkomen. Uiteindelijk arriveerde Walesa ruim vier uur te laat. ,,Hij had rustig afgewacht of de staking een beetje liep'', zegt Borowczak. ,,Walesa praat nu eenmaal liever voor een groot publiek. Dan is hij op z'n best.''

De augustusstaking, die deze maand uitgebreid door de Polen wordt herdacht, was de eerste nagel aan de doodskist van het sovjetsysteem. `Het is in Gdansk begonnen', zo luidt de tekst van een herdenkingsposter die in heel het land is te zien. Het beeld bij de tekst is dat van omvallende dominostenen. Op de eerste steen staat Walesa, op de tweede Tadeusz Mazowiecki, de eerste niet-communistische premier van Polen. Op de derde steen valt de Berlijnse muur, op de vierde is een lachende, vrije Václav Havel te zien.

Er was al veel vaker gestaakt in Polen, maar in Gdansk kreeg Walesa het regime voor het eerst echt op de knieën. ,,Het communisme was in 1980 economisch én moreel failliet'', zegt historicus Aleksander Hall (52), die zich destijds aansloot bij de staking. Om de illusie van voorspoed in stand te houden, waren in het buitenland miljoenen geleend die de communisten met prijsverhogingen wilden aflossen. Eerdere stakingen waren vaak met zwaar geweld beëindigd. Hall: ,,De ideologie die zei op te komen voor de arbeiders, had arbeiders laten afslachten.'' Ook duizenden communisten sloten zich aan bij Solidariteit en lieten hun partijleiders volledig ontredderd achter.

Solidariteit en Walesa oogstten wereldwijd bewondering, maar brachten ook een soort ideologische kortsluiting teweeg. Linkse intellectuelen in het westen waren in eerste instantie misschien gecharmeerd van de rebellerende Polen, maar verbaasden zich vervolgens over de belangrijke rol van het katholicisme tijdens de staking. Foto's van biddende stakers gingen de hele wereld over. Eén van de eisen was de dagelijkse uitzending van kerkdiensten op de radio.

Volgens Hall begon `het' achteraf gezien niet zomaar in Gdansk. Er waren in de regio al verschillende oppositiegroepen actief, zoals Halls eigen Beweging van Jong Polen (RMP) en de Vrije Vakbond (WZZ), de club achter de staking en een voorloper van Solidariteit. Als haven stond Gdansk bovendien iets verder open naar de wereld. En in het noorden van Polen wonen de Kaszuby, de Friezen van Polen, die net iets koppiger zijn, en veel Polen met wortels in oostelijke gebieden die door Stalins toedoen aan Polen waren ontfutseld. ,,Er was hier een anticommunistische traditie'', zegt Hall.

Uniek in 1980 was ook de symbiose tussen intellectuelen en arbeiders. Tijdens eerdere onlusten in 1956, 1970, 1976 gingen de werkers alleen de straat op en keken de studenten toe. In 1968 andersom. ,,In 1980 werkten we voor het eerst echt samen'', zegt Hall. ,,Wij hadden misschien de ideeën, maar we wisten dat we zonder steun van de grootste sociale groep, de arbeiders, niets konden klaarspelen.'' Borowczak: ,,Zij schreven de teksten, wij drukten ze.''

Historisch gezien eindigen Poolse opstanden doorgaans in bloed. Solidariteit wilde met die traditie breken: het regime mocht geen excuus worden verschaft om in te grijpen. Op de scheepswerf werd een alcoholverbod ingesteld en er werden trucs bedacht om de heethoofden onder de stakers te kalmeren. ,,Elke keer als iemand `we gaan knokken' of iets dergelijks riep, smoorden we dat door het Poolse volkslied aan te heffen'', zegt Borowczak. ,,Het volkslied is heilig. Daar heeft zelfs een heethoofd ontzag voor.'' Alle onderhandelingen konden door iedereen worden gevolgd via de luidsprekers van de scheepswerf, zodat niemand daarna kon zeggen dat het ene wel was gezegd en het andere niet.

Deze doordachte, open aanpak werkte. Op zondag 31 augustus 1980 ondertekenden Walesa en communistische onderhandelaars een historisch akkoord. Walesa gebruikte daarvoor een reusachtige pen, met een afbeelding van Johannes Paulus II, de Poolse paus. De stakers bedongen naast economische voordelen (zoals doorbetaling tijdens stakingen), het recht op vrije vakbonden, een hervorming van de censuur en de bevrijding van politieke gevangenen.

In de vijftien maanden daarna beleefde het communistische Polen een ongekende mate van politieke en culturele vrijheid. In december 1981 kwam hier een einde aan, toen de staat van beleg werd uitgeroepen en dissidenten massaal werden opgepakt. Maar dat kon het tij niet keren. In 1989 werd Mazowiecki premier. De rest is geschiedenis. Solidariteit viel na de val van het communisme uit elkaar, in tientallen groepjes en politieke partijen. ,,Het stond vast dat dit moest gebeuren'', zegt Hall, die onder Mazowiecki minister was. ,,Solidariteit was een verzameling van zeer uiteenlopende politieke stromingen, die alleen onder doodsbedreiging als eenheid kon functioneren.''

Maar de beweging heeft tot op heden erfgenamen, zeggen de Polen. De vijfde dominosteen op de herdenkingsposter is Viktor Joesjtsjenko, die begin dit jaar een vreedzame machtswisseling in Oekraïne afdwong, tijdens de oranjerevolutie. De zesde steen is niet goed zichtbaar, maar volgens de Polen is die geserveerd voor Wit-Rusland, de laatste dictatuur van Europa. De Wit-Russische Walesa is nog niet gesignaleerd. Misschien komt hij ook gewoon wat later.

    • Stéphane Alonso