Oost-Turkije: slapen op het dak, voeten in het water

Stine Jensen maakt met haar Turkse vriend een halvemaanvormige reis door Oost-Turkije. Maar hoe vindt een ongetrouwd stel een hotel?

,,Niet getrouwd?'' De receptionist van het hotel in Urfa kijkt stuurs. ,,Dan mag u hier niet overnachten.'' Kan het écht niet? De receptionist kijkt even schichtig om zich heen. ,,Ik kan problemen met de politie krijgen. Maar als u tien euro extra betaalt, ga ik akkoord.'' In Zuid-Oost Turkije houden veel hoteleigenaars zich aan de wet die ongetrouwde mannen en vrouwen verbiedt om samen op een hotelkamer te slapen. Bij westerse toeristen knijpt men nogal eens een oogje toe (,,daar doen ze toch al raar'', aldus de receptionist), maar o wee als een van de twee Turks is – ,,die zou beter moeten weten''.

Urfa is een drukke stad in hartje Zuid-Oost Turkije. Ons doel: drie `parels van rust' in het oosten. De reis neemt op de landkaart van Turkije de vorm aan van een halve maan: we reizen vanuit Urfa naar Halfeti, Hasankeyf en het Van-meer.

Halfeti, een pittoresk dorpje aan de oevers van de Eufraat, wordt voornamelijk bezocht door dagjestoeristen. Het enige hotel dat het dorp rijk is, telt namelijk maar drie kamers. Hussein, de vriendelijke eigenaar van één van de twee restaurantjes in het dorp, neemt ons mee op zijn boot. Hij spreekt een beetje Duits want hij heeft naar eigen zeggen jarenlang `als een robot' in Duitsland in een fabriek gewerkt. Zodra hij genoeg had verdiend, keerde hij terug naar zijn geboortedorp. Daar kwam hij voor een onaangename verrassing te staan. Hij laat een foto zien. ,,Dit was vóór'', verzucht hij. Het water van de Birecek Dam, onderdeel van een groot irrigatieproject dat in 2000 in Oost-Turkije begon, heeft de helft van zijn dorp verzwolgen.

Even later doemt een spookdorp op. Nu worden de ingrijpende gevolgen van het bouwen van de stuwdam in alle omvang zichtbaar. Een minaret stijgt zomaar uit het water op. Overal staan verlaten huizen.

Maar wat is dat? Hangt daar niet de was buiten? ,,Hier woont nog één oude vrouw'', grinnikt Hussein. ,,Zij weigerde het compensatiegeld van de regering en bleef in het dorp. Ze leeft als een kluizenaar.''

Andere toeristen zijn er niet in Halfeti. In hartje juli stijgt de temperatuur al gauw boven de vijfendertig graden, en in september trekt het bezoekersaantal pas aan. Maar Halfeti is prachtig, ook in de zinderende hitte. Hier willen we blijven. We proberen ons geluk bij het minihotel met de drie kamers. ,,Gesloten!'', bromt de eigenaar. Maar het staat op zijn norse voorhoofd geschreven: `ongetrouwd'.

BLAUWE BEDDEN

Van de Eufraat naar de Tigris. Via het plaatsje Batman arriveren we in Hasankeyf, dat `klein Cappadocië' wordt genoemd. Wie de reusachtige rots met uitgehouwen grothuizen beklimt, heeft een schitterend uitzicht over het dorp. Boven op de daken van de huizen staan overal blauwe bedden. 's Avonds laat slepen de bewoners hun matras het dak op om buiten te slapen, tegen de hitte, en ook tegen de schorpioenen en slangen die 's avonds de huizen in kruipen. Met enige regelmaat gebeuren er ongelukken en vallen kinderen van het dak af. Geen doden, maar wel gebroken armen en benen.

Ook voor de toeristen is iets slims bedacht om de hitte draaglijker te maken: de terrasjes staan in het water. Een biertje of een limonade drink je met je voeten bungelend in het verkoelende stromende water van de Tigris. De Duits sprekende ober Zafer (,,gewerkt in een fabriek'') vertelt dat ook Hasankeyf binnen enkele jaren door het water zal worden verzwolgen. Wie het bijzondere dorp wil zien, moet dus haast maken. Hoe zit dat trouwens met de privacy, al die slapende stellen boven op de daken? ,,Jonge mannen en kinderen eerst. Geen vrouwen natuurlijk'', lacht Zafer.

Een bed bovenop een huis blijkt geen overbodige luxe. In de kamers van het enige motel in Hasankeyf is het snikheet. De nacht trekt slapeloos voorbij op het balkon. Niet iedereen in Hasankeyf slaapt in zijn hemelse blauwe bed, blijkt. Met enige regelmaat komt er een nachtwandelaar voorbij die op de brug een grote vuilniszak weg kiepert, hup, de Tigris in. ,,Ze zijn hier nog lang niet klaar voor de Europese Unie'', bromt mijn Turkse reisgenoot verontwaardigd.

Van Hasankeyf reizen we per minibus langs het reusachtige Van-meer. Het prachtige turkoois kleurige water lonkt. Bij Edremit nemen kleine groepjes vaders, jonge mannen en kinderen her en der een duik. De temperatuur is nog niet onder de vijfendertig graden gezakt en ik wil zwemmen. Maar tussen de mannen, dat gaat zomaar niet. Voor vrouwen is er een apart `Kadinlar Plaji', een vrouwenstrand. Achter een stenen muurtje is er een klein deprimerend stukje kiezelgrond van zo'n vijftien vierkante meter. Daar kun je je omkleden. Ik ben de enige vrouw, en bepaald ontspannen is het niet. Drie jongens houden nauwlettend in de gaten of en wanneer ik weer tevoorschijn kom.

Wie denkt dat het oosten van Turkije een en al armoede is, zal zich verbazen over de lange rij luxe villa's tussen Edremit en Van. ,,Ze gaan naar Duitsland, werken daar een paar jaar en kopen dan grote huizen hier'', legt buschauffeur Mustafa uit. ,,Als ik weg kon, vertrok ik morgen ook. Niet om daar te blijven, maar om rijk terug te keren.''

Nu nog op zoek naar een hotel in Van. De moed zinkt ons in de schoenen. Maar het eerste hotel van deze modern ogende stad waar we tegenaan lopen verwelkomt bezoekers met een groot bord op de deur: ,,No marry? Be happy!''

Stine Jensen is auteur van het boek `Turkse vlinders, Liefde tussen twee culturen', uitg. Prometheus