Ook in bed is de identiteitskaart verplicht

Van naoorlogs taboe is de identificatieplicht doorgeschoten tot bureaucratische obsessie, vindt Maarten Huygen, die als commentator reist door de samenleving.

De Nederlandse samenleving wordt zo volmaakt beveiligd tegen fraude en misdaad dat zelfs zwaar demente bejaarden zich in bed moeten kunnen identificeren. Sinds de invoering van de identificatieplicht verschijnen in alle verpleeghuizen gemeente-ambtenaren en fotografen om Europese toeristenkaarten voor patiënten te maken. Ze registreren de gegevens en schieten routineus een plaatje van mensen die aan een drain liggen en vrijwel nooit meer de ogen openen. Hoewel veel dementen hun eigen identiteit niet eens kennen, zullen ze er in ieder geval niet meer mee kunnen frauderen, want ze hebben een kaart in hun pyjamazak. Zo worden fraude en misdaad definitief uitgeroeid. Nederland wordt veilig en betrouwbaar.

In veel verpleeghuizen werd een discussie gevoerd of dementerenden zonder identiteitskaart nog wel naar buiten zouden mogen. De meeste verpleegkundigen nemen nu al nooit identiteitskaarten mee als ze op stap gaan en er wordt zelden een demente bejaarde aangehouden. En in het geval dat een dement persoon tijdens zo'n uitstapje op een onbewaakt ogenblik vanuit de rolstoel winkeldiefstal pleegt, is de kans groot dat de agent de identiteitsopgave door de begeleidende verpleegkundige gelooft. Maar je kunt nooit weten. Terroristen kunnen ook gebruikmaken van de rolstoel of in bed gaan liggen en doen alsof ze dement zijn. Die moeten desgevraagd een toeristenkaart kunnen presenteren.

Maar de vrouw van de 76-jarige G.H. Straver komt helemaal niet op straat. Ze heeft al vijftien jaar lang last van dementie en is nu zo ver heen dat ze volgens Straver `op de afdeling het dichtste bij de hemel' ligt. Dat is de afdeling Merel van het verpleeghuis `De Riethoek' in Gouda.

Ze slaapt achttien uur per dag. Alleen tussen half drie en half negen 's middags, als hij haar bezoekt, gaat ze in de rolstoel. Dan probeert hij haar te voeren met brood, thee of pap. Hij laat me in zijn huis een paar foto's van haar zien die zijn genomen op een familiebijeenkomst kerst vorig jaar. Onder het dennengroen zie ik Straver, een robuuste grijze man, in donkerblauw pak met vest en naast hem zijn vrouw, die met open mond indommelt. ,,Op elke foto staat een ander gezicht. De ogen zijn bijna altijd dicht'', zegt Straver. ,,Hoe moet je haar dan identificeren?'' Bovendien heeft hij helemaal geen zin om van haar in deze staat foto's te laten maken. ,,Ik wil geen onappetijtelijke foto. Het is wel je vrouw hè'', zegt hij. ,,Ik heb het dus geweigerd en als er een boete komt, betaal ik die wel.''

In de Blauwe Hoek van de grote zaal waar Straver elke middag met een vaste groep van zes echtgenoot-verzorgers en demente bejaarden zit voor de onderlinge conversatie, hebben ze het er vaak over. Wat moet je met een pasfoto van een man die zijn bed niet meer uit komt?

Lex Poslavsky, de directeur van verpleeghuis De Riethoek, zegt dat hij niet anders kan. Het gaat niet alleen om identificatie op straat, maar ook om identificatie in het ziekenhuis en de polikliniek. Daar komen demente bejaarden ook. Iedereen moet zich daar ex artikel 118 van de zorgverzekeringswet vanaf volgend jaar kunnen identificeren, zodat mensen andermans verzekeringspas niet kunnen gebruiken. En als er geen identificatiebewijs is op het moment van opname, dan heeft de verzekerde twee weken de kans om alsnog met een identiteitsbewijs te komen. Anders vergoedt de ziektekostenverzekering niet.

Zouden zich bij ziekenhuisopname alsnog een fotograaf en gemeente-ambtenaar bij het bed van mevrouw Straver vervoegen om een foto en identificatiebewijs te maken? Of zou de ziekenhuisstaf dat zo absurd vinden dat ze gewoon het sociaal-fiscale nummer van Straver noteert als wettelijk bewijs dat de identiteit is gecontroleerd? De nieuwe wet doet beroep op het improvisatievermogen.

De ziekenhuizen hebben er een administratieve taak bij gekregen, het controleren van de identiteit en het bijhouden wie nog zijn identiteitskaart aan het ziekenhuis moet laten zien. Volgens de wet moeten de verzekeraars weer controleren of ziekenhuizen aan de identificatieplicht voldoen. En de overheid die aan de ziektekosten blijft meebetalen, zal de controle van de verzekeraars weer moeten controleren. Het Adviescollege Toetsing Administratieve Lasten en de Raad van State vinden dat er zoveel werk voor de ziekenhuizen bij komt dat alle eerdere vereenvoudigingen in de administratie teniet worden gedaan.

Ook ziekenhuizen, verzekeraars en medici frauderen en er is nooit onderzocht of zorgpasfraude door ongeïdentificeerde patiënten vaak voorkomt. Maar minister Hoogervorst vindt het `onacceptabel'. Ook het stelen van lantarenpalen is onacceptabel, maar doet het zich zo vaak voor dat er bij elke paal een politie-agent moet worden gezet?

Als iedere Nederlander verzekerd is, dan hoeft niemand te frauderen. Het ligt anders met buitenlanders die op een zorgpasje van een Nederlander naar het ziekenhuis gaan. Het ziekenhuis kan zich beter concentreren op dergelijke gevallen. Iemand die geen Nederlands spreekt, zou zich wel moeten identificeren, al zullen zich nieuwe problemen voordoen met buitenlanders die hier wel mogen zijn maar nog geen kaart konden krijgen. De centralistische overheid vertrouwt de ziekenhuizen niet en wil alle controle naar zich toe trekken.

Van een naoorlogs taboe is de identificatieplicht doorgeschoten tot bureaucratische obsessie. De schadelijke Hollandse registratiewoede van de oorlog kan zich bij een nieuwe bezetting herhalen. Straver komt uit een informele wereld. Op zijn zestiende begon hij als melkboer, werd toen op aanbeveling gevraagd als boekhouder bij een wasserette, die hem zijn huidige huis toewees en eindigde als adjunct-directeur van een suikerwerkfabriek (dropstaafjes, dragees en pepermuntballen).Maar ook Gouda is massaler en anoniemer geworden. Sociale controle maakt plaats voor overheidstoezicht. Wie geen kaart heeft, bestaat niet.

    • Maarten Huygen