Muizen leven 200 dagen langer met veel klotho-hormoon

Muizen die door genetische manipulatie veel van het hormoon klotho produceren leven gemiddeld 200 dagen langer dan muizen met normale klothoproductie. De levensverlenging van 200 dagen is fors – 25% erbij –, gezien de gemiddelde levensduur van ongeveer 800 dagen die labmuizen normaal gesproken kunnen halen. Kotho is daarmee een verouderingsonderdrukkingsgen, schrijven de onderzoekers van Japanse en Amerikaanse universiteiten (Science online, 25 aug).

Klotho is een eiwit dat de boodschapperfunctie van insuline en het hormoon IGF-1 (insulin-like growth factor-1) onderdrukt. Van beide hormonen is bekend dat ze invloed hebben op de veroudering. Hoe klotho daarop precies ingrijpt, is nog onderwerp van speculatie.

De rol van klotho bleek tien jaar geleden toen een muizenstam werd ontdekt waarvan sommige dieren al drie tot vier weken na de geboorte duidelijk verouderden. De muizen kregen een oude huid, ze verloren spiermassa, hadden last van botontkalking, aderverkalking en longemfyseem. Ze stierven op een leeftijd van een dag of 60.

Bij onderzoek bleken de snelverouderende dieren in de muizenstam homozygoot voor een mutatie in hun klotho-gen. Zij hadden dus twee kopieën van het door een spontane mutatie onwerkzame gen en hun lichaam beschikte daardoor niet over het hormoon klotho. Hun heterozygote familieleden die nog één werkende kopie van het klotho-gen bezaten, hadden minder last.

Ook bij mensen heeft klotho invloed. Amerikaanse en Tsjechische onderzoekers bekeken een polymorfisme in het gen dat voor het klotho-eiwit codeert. Een polymorfisme is een verschil in genetische code die veel voorkomt, bij tientallen procenten van de bevolking. Zulke polymorfismen veroorzaken niet direct iets wat we een erfelijke ziekte noemen, maar kunnen wel hun invloed hebben op gezondheid en levensduur. Op hoge leeftijd heeft een polymorfisme in het klotho-gen invloed. De onderzoekers volgden twee groepen mensen vanaf hun 75-ste levensjaar. Mensen die heterozygoot zijn voor het bekeken polymorfismen (en dus van beide vormen van het gen er ieder één hebben) hadden zes jaar later een levensverwachting die al een jaar langer was dan mensen die homozygoot voor de meestvoorkomende polymorfisme zijn. Rond hun 86-ste is het verschil bijna 2 jaar. Maar ja, zo tegen het 95-ste was iedereen toch dood, alleen hield één van beide groepen het langer uit.

Bij de muizen die nu de 1.000 in plaats van 800 dagen leven, plaatsten de onderzoekers een controlerend stukje DNA voor het klotho-gen, waardoor het gen altijd `aan' staat. De hormoonproductie bleef dus op gang. Hieruit bleek dat de klotho-productie in normale muizen niet optimaal is afgesteld om een lange levensduur te bereiken. Dat is natuurlijk logisch, want bij muizen staat er geen premie op een lichaam dat lang leeft. De meeste in het wild levende muizen worden opgegeten ver voor ze bejaard zijn. Waar de klothoproductie wel op is afgestemd, is overigens onbekend.