Minder kunst op tv verkleint cultuurbesef

De kabinetsplannen voor de omroep kunnen ertoe leiden ,,dat het culturele bewustzijn in Nederland wordt uitgehold''. Bovendien bieden de nieuwe maatregelen volgens een onderzoek van bureau Berenschot ,,beduidend minder waarborgen'' voor kunst en cultuur op de televisie dan de huidige omroepwet.

Omdat er steeds minder geld komt voor het maken van kunstprogramma's, zal de gehele Nederlandse cultuursector schade lijden. Dit concludeert het bureau Berenschot uit een onderzoek, dat werd ingesteld in opdracht van de belangenorganisaties Kunsten '92 en Kunst van Vooruitzien. Het wordt zondagmiddag gepresenteerd op een discussiebijeenkomst in Paradiso in Amsterdam, waar politici van D66, PvdA en Groen Links zullen reageren.

Berenschot stelt vast, dat het belang van de kunstprogrammering voor de publieke omroep de laatste jaren al gestaag is afgenomen. Nog maar enkele omroepen hebben een eigen kunstredactie, terwijl de uitzendtijden steeds meer naar ,,de randen van de dag'' verschuiven. Maar als het huidige programmavoorschrift (12,5 procent voor kunst) strenger zou worden nageleefd, biedt het volgens de onderzoekers nog genoeg waarborgen om te worden gehandhaafd. Tegenwoordig laat de definitie van kunst ook ruimte voor programma's als Zembla (documentaires, dus kunst) en Top of the pops (muziek, dus kunst).

In de kabinetsplannen voor de omroep vanaf 2008, die dit jaar worden besproken in de Tweede Kamer, zijn alleen de budgetten voor nieuws, opinie en debat verankerd. Het geld voor kunst en sport wordt direct gekoppeld aan de reclame-inkomsten, die naar verwachting zullen dalen wegens de toenemende concurrentie van zenders en het verlies van de tv-rechten op het eredivisie-voetbal. Voorts behoort het maken van kunstprogramma's dan niet meer tot de kerntaken van de omroepen; ook andere producenten kunnen ideeën indienen. Berenschot vreest, dat door die maatregel ook de overgebleven kunstredacties bij de omroepen zullen verdwijnen. ,,Het kunstbeleid van de publieke omroep komt daardoor in de lucht te hangen'', aldus het rapport.

Als er minder geld voor die programma's beschikbaar is, heeft dat volgens Berenschot bovendien gevolgen voor de filmindustrie en de ,,serieuze'' muzieksector, die nu immers nog omroepgelden ontvangen voor coproducties. De onderzoekers verwachten zelfs een tegengesteld effect, waarbij culturele instellingen geld aan de omroep moeten betalen om tv-aandacht te krijgen.

Ook concludeert het rapport, dat de etalagefunctie van de publieke omroep ,,duidelijk onder druk'' komt te staan. ,,Verminderde aandacht voor cultuur vertaalt zich direct in lagere bezoekcijfers van culturele instellingen.'' Berenschot waarschuwt, dat de kunsten ,,waarschijnlijk geheel naar een niche van connaisseurs verhuizen'' als er op de televisie geen aandacht aan wordt besteed. ,,Op de langere duur betekent minder kunst en cultuur op de open netten, dat het culturele bewustzijn in Nederland wordt uitgehold.''

    • Henk van Gelder