Lekker laat

Kinderen die van sterren houden, maken niet altijd even makkelijk contact. Op kamp in Ootmarsum vinden ze vriendjes en mogen ze opblijven tot diep in de nacht.

JESSE BREEL (12) uit Den Bosch staat al tien minuten gebukt naar de grond te staren. Hij woelt door de bruine stekeltjes op zijn hoofd. ``Vind ik het ene schroefje, ben ik het andere weer kwijt.'' Jesse heeft sinds kort een eigen telescoop, gekocht bij de Blokker. Anna Melse (13) uit Wateren in Drenthe, heeft precies dezelfde. Ze is druk in de weer met het opzetten van de standaard. ``Ik heb 'm van mijn oma gekregen voor mijn verjaardag.'' Zo, de standaard staat. En zakt weer in elkaar. ``Kan iemand me alsjeblieft helpen?'', gilt Anna.

Naast Anna staat Doris Abeln (12) uit Heerenveen rechtop en met trotse blik bij zijn in twee minuten opgebouwde telescoop. ``Het is een Bresser, mijn persoonlijke favoriet. Hiermee ben je verzekerd van goede kwaliteit.''

De drie zijn op sterrenkundekamp op een kampeerboerderij in Ootmarsum (Twente) samen met zeventien andere kinderen in de leeftijd van 8 tot en met 13 jaar. De Jongerenwerkgroep voor Sterrenkunde organiseert elke zomer twee kampen voor deze leeftijdsgroep, naast kampen voor oudere kinderen. Het grootste deel van de 750 leden tellende werkgroep is jonger dan 14 jaar. Deze kinderen hebben nog geen natuurkunde op school en weten dus weinig over de grondbeginselen van de sterrenkunde. Hun fascinatie voor de sterrenhemel komt voort uit de praktijk: een bezoek aan de plaatselijke sterrenwacht. Doris weet nog goed hoeveel indruk dat eerste bezoek op hem maakte: ``Dat dat mogelijk was: die planeten, die gassen, een oneindig heelal, dat vond ik zo bijzonder.''

De zestien jongens en vier meisjes van het sterrenkundekamp zitten op lange kerkbanken in de oude boerenstal. Ook overdag is het er donker, de lampenkappen zijn hopeloos ouderwets en er hangen bloemetjesgordijnen voor de kleine ramen. Maar daar kijken de kinderen niet naar. Ze volgen een diapresentatie over sterrenbeelden. Ze zoeken de oksel van Hercules, de drie helderste sterren in de Zomerdriehoek, Perseus, Vosje, Andromeda, Cassiopeia, Dolfijn en de andere sterrenbeelden. En steken regelmatig hun vinger op: ``Er was toch ook een dertiende sterrenbeeld in de dierenriem?''

``Het is wel een bepaald type kind dat in sterrenkunde geïnteresseerd is'', vertelt Joyce Schut (20 jaar) van de leiding. Zelf studeert ze vliegtuigtechniek aan de Hogeschool van Amsterdam. ``Het zijn vaak kinderen die niet zo heel makkelijk contact maken. Die soms gepest worden omdat ze goed zijn op school.'' Maar ouders die de leiding vooraf toevertrouwen dat hun kind moeilijk vriendjes maakt, zijn vaak na afloop verrast als het tegendeel blijkt. ``Soms lukt het hier beter om contact te maken dan op school omdat ze hier kinderen tegenkomen met dezelfde ervaringen en interesses'', zegt Schut. De meisjes zijn veruit in de minderheid. Schut: ``Voor meisjes zijn exacte wetenschappen nog steeds niet stoer.''

Vreemd genoeg vinden de aanwezige meisjes dat zelf ook. ``Ik kom voor de jongens'', zegt Barbara (11) uit Amsterdam met een grijns en stopt een boterham met vruchtenhagel in haar mond. ``En we kunnen hier natuurlijk lekker lang opblijven'', zegt hartsvriendin Fien (12), ook uit de hoofdstad. ``Maar kom je ook voor de verhalen die we over sterrenkunde vertellen?'', probeert iemand van de leiding. Hij zit bij het avondeten tussen de vier meisjes in. ``Nee hoor, ik niet'', antwoordt Fien kordaat. ``Dat is meer iets voor jongens. Als jongens over sterren en het heelal praten is dat stoer. Een meisje dat over sterrenkunde vertelt, is een nerd.'' Anna legt het de niet-begrijpende leiding nog eens uit: ``Jij vindt het toch ook niet leuk als jouw vriendin meer over sterrenkunde weet dan jij?''

Maar ook de jongens komen niet alleen om iets te leren. Ze voetballen of badmintonnen op het gras tussen manshoge maïsvelden. Bij regenachtig weer kunnen liefhebbers in de boerenschuur planeten en ruimteschepen kleien of op een groot, plastic kleed heelaltwister spelen. Dan is er nog het `Iedereen-is-een-ster-spel' en een speurtocht in het bos.

Hoogtepunt zijn natuurlijk de nachten. Rond elf uur, als het buiten goed donker is, kan het waarnemen beginnen. Leiding en kinderen sjouwen telescopen en slaapzakken naar buiten en turen tot een uur of twee naar de hemel. ``We zitten hier in Ootmarsum omdat het dunbevolkt is en de snelweg ver weg. Dan kun je tenminste nog iets zien. De meeste kinderen hier komen uit de Randstad. Daar zie je alleen de Grote Beer'', zegt Schut.

Anna, Jesse en Doris hebben hun telescoop niet voor niets opgezet. Tegen elven verdwijnt de bewolking als bij toverslag. ``We zagen vallende sterren, een paar satellieten, sterrenstelsels, nevels. Zo mooi heb ik het nog nooit gezien'', vertelt een enthousiaste Doris de volgende dag. ``Maar ja, mijn moeder zou het natuurlijk nooit goedkeuren als ik thuis zo laat op bleef om naar de sterren te kijken.''

    • Martine Zuidweg