Leerexperiment legt conformisme van chimpansees bloot

Chimpansees kunnen van elkaar snel nieuwe technieken leren om voedsel te vinden. En als in een chimpanseegemeenschap een nieuwe techniek is geïntroduceerd, bestaat er een duidelijke neiging om vast te houden aan de techniek de meeste groepsleden gebruiken maar er zijn verschillende gradaties in dat conformisme. Dit blijkt uit een experiment van de primatologen Andrew Whiten (St. Andrews University), Frans de Waal (Emory University) en Victoria Horner (verbonden aan beide universiteiten) (Nature, online, 22 augustus).

Uit observaties in het wild was al bekend dat chimpanseegroepen verschillende `culturen' hebben in de manier waarop ze voedsel verzamelen of hun nesten inrichten. Nu zijn voor het eerst bij primaten in gevangenschap in een leerexperiment alternatieve tradities en technieken ontstaan. Het is ook voor het eerst dat bij zo'n experiment chimps van elkaar leren (en niet van een mens).

Whiten en zijn collega's bouwden een apparaatje waaruit een chimp op twee manieren voedsel kon krijgen: door er met een stokje in te prikken of door met een stokje een palletje in het ding op te lichten. Er waren twee groepen van 17 chimps elk waarvan er één hooggeplaatst vrouwtje buiten het zicht van de anderen het apparaat leerde bedienen, de een alleen de oplichttechniek, de andere de priktechniek. Een derde groep van zes chimpansees leerde vooraf niets. Vervolgens mochten de twee groepen zeven dagen dagelijks 20 minuten toekijken hoe buiten hun bereik dit vrouwtje haar net geleerde techniek toepaste. De mensapen uit alle drie (altijd gescheiden blijvende) groepen kregen daarna tien dagen een paar uur toegang tot het wonderapparaat. Sommigen kregen al binnen een paar seconden voedsel uit het apparaat. Slechts twee van die 32 chimps lukte het helemaal niet. Uit de controlegroep (zonder demonstraties) lukte het niemand.

Enigszins onverwacht ontdekte in elke van de twee groepen een aap de alternatieve methode (`oplicht' respectievelijk `prik'), en vooral in de oplichtgroep had deze nieuwe methode (`prik') groot succes. De ontdekker gebruikte beide manieren door elkaar, maar er waren ook chimps die in deze `oplichtgroep' uitsluitend de prikmethode gingen toepassen. In de prikgroep had de oplichtmethode weinig succes. Na deze ontwikkelingen werd het apparaat twee maanden lang weggehaald. Toen bleken de oudste technieken het dominantst, ook in de oplichtgroep waar de prikmethode toch zo'n opmars had gemaakt. Alleen de ontdekker van de prikmethode en een andere aap hielden vast aan deze alternatieve methode maar gebruikten het apparaat vrij weinig. Bij 28 chimpansees kon een duidelijk eigen conformisme-profiel worden onderscheiden. Zeven waren snelle conformisten, die even proefden van de nieuwe alternatieve methode maar snel terugkeerden naar de oude, bekende techniek; drie aarzelende conformisten, die langer gebruik blijven maken van de alternatieve techniek; dertien absolute conformisten, die de nieuwe techniek niet eens uitproberen èn dus twee echte non-conformisten, die twee uit de oplichtgroep die twee maanden later `koppig' de priktechniek blijven toepassen.

Het conformisme werd niet gedreven door de mogelijkheid om voedsel te verkrijgen, want beide manieren waren even effectief. Het conformisme moet wel voortkomen uit intrinsieke neiging van de chimps om andere te kopiëren – ongetwijfeld om sociale redenen, niet om materiële beloning.

    • Hendrik Spiering