Lastig gras

Gemeentegroen wordt op steeds meer plekken vervangen door kunstgras. Wie neemt het op voor de paardebloemen en ander onkruid?

Als verwoed wildplukster en wandelende fijnproever viel mijn oog woensdag op een artikel in Trouw met de kop: `Kunstgras als probaat middel tegen onkruid'. Eind september begint Eindhoven met een eerste proefstrook kunstgras, als onderdeel van de strijd tegen onkruid.

Vijf gemeentes gingen Eindhoven voor en hebben al kunstgras aangelegd op groenstroken en rotondes. ,,Het heeft de eerste winter gehad en ligt er nog als nieuw bij'', aldus de wethouder van Hellendoorn, de stad met de vlierboom in zijn wapen. Ook Almelo, Brunssum, Uden en Rotterdam zijn tevreden met het onderhoudsvrije materiaal, dat tevens bestand is tegen vertrapping tijdens evenementen.

De voornaamste reden lijkt te zijn dat kunstgras levenslang meegaat en niet gemaaid hoeft te worden door dure gemeentewerkers. Een eenmalige uitgave van 45 euro per vierkante meter en niemand die ooit nog last heeft van onkruid of tijdelijke verkeershinder veroorzaakt door maaimachines. Beton storten is even duur, volgens het artikel. Kunstgras of beton, het is een groot esthetisch dilemma.

Wat mij het meest steekt aan dit beleid is de mededeling dat de gemeente Eindhoven kunstgras wenst met een ,,zo natuurlijk mogelijke uitstraling''. Kunstgrasproducent Gezinus Siepel van Van Heek Landscaping komt aan die wens tegemoet: ,,We maken de sprieten gevarieerd: dik en dun, lang en kort, en in de kleuren olijfgroen, mosgroen en geel.'' `Net echt' dus. Waarom schilderen ze het beton voortaan niet ook in graskleuren?

Eindhovenaren met een grasveldje in hun tuin moeten daar nu zuinig op zijn. Anders valt binnen enige tijd in de stad nooit meer de geur van pas gemaaid gras te ruiken, nooit meer in het vroege voorjaar de vreugde te beleven van bermen en andere groenstroken knalgeel van de paardebloemen. Wie weet zijn de kinderen die in deze kunstgrassteden opgroeien wel de eerste generatie die niet meer meedoen, bewust of onbewust, aan het verspreiden van die planten door middel van het uitblazen van de pluizenbollen. Zij zullen de eersten zijn die de paardebloem hooguit nog kennen van een bezoekje aan de plaatselijke hortus.

Maar het gezegde luidt toch: onkruid vergaat niet? Precies. Het zal wraak nemen door zijn parachuutjes listig te laten binnendringen in de richels tussen de stoeptegels, in de dakgoten op het afgevallen blad dat een luie stadsbewoner daar zich heeft laten verzamelen. Ja, zelfs door het open raam in de kamerplanten van de vrouw van het gemeenteraadslid dat de buitenruimte in zijn portefeuille heeft.

Voor hem heb ik nog een goede tip: nu ook de kip uit de buitenruimte is verdwenen kan hij een plaatselijke kunstenaar, van de soort die zo goed is in het opleuken van de openbare ruimte (betonnen olifanten) opdracht geven kunstkippen in het kunstgras te laten scharrelen. Met dat symbool van de pest, even onderhoudsvriendelijk als kunstgras, kan hij voorkomen dat nóg een natuurverschijnsel in de vergetelheid raakt.

Ria Loohuizen publiceerde onlangs een boek over koken met onkruid: `Goed Bitter Best'.