Laptoptasbom

HOEVEEL KILO springstof past er in een tas van een laptop-computer? Daarover straks. We beginnen met de atoombom. Deze maand is het zestig jaar geleden dat atoombommen voor het eerst en laatst als wapen, en nog wel tegen burgerdoelen, werden ingezet. Voor de bestudering van de effecten van latere bommen zijn namaakstadjes met vereenvoudigde huizen gebouwd. In Hiroshima en Nagasaki gingen echte huizen tegen de vlakte en kwamen echte mensen om het leven. Honderdduizenden.

Twee dagen nadat ook Nagasaki was verwoest besloot generaal Leslie Groves de effecten van `zijn' twee explosies te laten bestuderen. Groves was organisatorisch leider geweest van het Manhattan-project waarin de bommen waren ontwikkeld. Nu wilde hij weten wat zo'n bom in de praktijk vermocht.

Dankzij de snelle Japanse capitulatie konden de eerste Amerikaanse technici al op 8 september 1945 ter plaatse zijn. Ze legden hun bevindingen vast in het boek `The atomic bombings of Hiroshima and Nagasaki' dat in 1946 uitkwam. Voor wat betreft de materiële schade waren de effecten in Hiroshima en Nagasaki vergelijkbaar, schrijven de militairen. De steden waren beschadigd door de drukgolf van de explosies, de hitte-flash en de vele branden die vervolgens ontstonden. Binnen een straal van 1 mile (1,6 kilometer) rond `X' (later `ground zero' genoemd) was alles verwoest. `Zware schade' reikte tot een straal van 5 kilometer, glas was gebroken tot 19 kilometer. Met een simpele vuistregel schatte men dat de schade overeen kwam met het effect van de explosie van 20 miljoen kilo TNT. Eerder al was een empirisch verband gevonden tussen de hoeveelheden exploderend TNT en de piekdruk (peak pressure) die daardoor op diverse afstanden werden opgewekt. En de schade die vervolgens ontstond.

Het boek ademt de ontzetting die de onderzoekers beving bij het zien van de verwoestingen. Maar toen een paar jaar later ook de Russen een atoombom bleken te hebben kwam die welverwoorde ontzetting de Amerikaanse overheid slecht uit. Het was nergens voor nodig de Amerikanen te verlammen van angst voor de (Russische) bom. Daarom werd al in 1950 het opgewekte boekje `How to survive an atomic bomb' uitgebracht. De boodschap was dat met wat goede wil en geestkracht elke atoomaanval viel te relativeren.

Buiten de propaganda-machine zijn tot aan 1985 nog veel studies uitgebracht waarin bitter weinig geruststellends over de gevolgen van een kernaanval te lezen viel. Essentieel is dat de te vrezen materiële schade per getroffen stad steeds wordt berekend aan de hand van de piekdruk die er op verschillende afstanden van `X' te verwachten is. De meest uiteenlopende soorten bommen worden eenvoudig omgerekend naar kilotonnen TNT en dan gaat de rest van de rekenarij wonderlijk recht-toe-recht-aan.

Nu gaan we naar Utrecht waar afgelopen zondag in een trein een tas van een laptop-computer was achtergelaten. Wakkere vaderlanders vermoedden een verborgen bom, lieten een gebied met een straal van 150 meter rond X ontruimen en legden urenlang het treinverkeer stil. Een theater werd ontruimd.

Wat is de inhoud van een laptoptas? Drie liter? Vier liter? Voor meer dan vijf kilo TNT (dichtheid ongeveer 1,5 kilo/liter) was geen plaats. Wat zou de veilige afstand zijn tot een technisch perfecte bom die uit vijf kilo TNT bestaat? Dat kan niemand zeggen, maar er is wel een slag naar te slaan. In Londen vielen vorige maand bij vier ontploffingen in stampvol openbaar vervoer 56 doden, dat is 14 per bom. In Madrid vielen in even stampvolle treinen vorig jaar maart 191 doden door tien explosies, dat is 19 per bom. Alle bomen werden in rugzakken vervoerd (in Madrid misschien wat grotere dan in Londen) en waren daarom vermoedelijk wel vijf kilo of meer zwaar. Deze bommen doodden dus per stuk gemiddeld 16 mensen.

Wie zich een trein- of metrowagon voor de geest haalt stelt vast dat er in een volle wagon al gauw 16 mensen binnen een cirkel met een straal van 2,5 meter staan of zitten. De Utrechtse laptoptas had dus hoogstens binnen een straal van 2,5 meter dodelijk kunnen zijn. Dat is de orde van grootte.

Schattingen van het aantal gewonden in Londen lopen sterk uiteen, de hoogste getallen komen uit op 600 of 700 gewonden, althans personen die zich hebben laten behandelen in een ziekenhuis. Maar uit een opgave van de Royal London Hospital in Whitechapel valt af te leiden dat ruim tweederde daarvan na behandeling op eigen kracht naar huis kon. Dat brengt ons op 55 `serieus' gewonden per bom: opmerkelijk genoeg evenveel of zelfs minder dan er aan reizigers in een goedgevulde metro- of treinwagon gaan. We stellen vast dat lichamelijk letsel zich heeft beperkt tot de wagon waarin de bom ontplofte (tenzij die precies tussen twee wagons explodeerde). Foto's van de treinen in Madrid bevestigen die aanname.

De meeste wagons zijn zo'n 25 meter lang en kennelijk reikte de verwondende werking van de bommen dus niet verder dan zo'n 12,5 meter.

Hoho, roept de lezer, hier zijn stilzwijgend alle explosieven over één kam geschoren. Niemand kon van tevoren weten of er niet een Vreselijk Gevaarlijk Explosief in de tas zat, één met een ongekend brisante werking.

Een onterecht bezwaar, want dat is nu juist het aardige: zóveel lopen explosieven niet uiteen. De per kilogram explosief opgewekte piekdruk blijkt nagenoeg uitsluitend een functie van dichtheid en detonatiesnelheid van het explosief en alle tabellen laten zien dat daarin maar kleine verschillen bestaan. Hoogstens een factor twee. De wezenlijke verschillen tussen explosieven schuilen in heel andere eigenschappen.

De conclusie is dat daar in Utrecht een absurde veilige afstand is aangehouden. 't Kan zijn dat een angstige ambtenaar op eigen gezag een factor tien aan veiligheid toevoegde. Het kan ook zijn dat er volstrekt verkeerde rampen-protocollen zijn gehanteerd. Maar voor de volgende vergeten laptoptas hoeft niet meer dan een perron ontruimd te worden.

    • Karel Knip