`Hockeyers zijn het slaan inmiddels verleerd'

Als lid van de begeleiding zag oud-international Floris Jan Bovelander (39) twee jaar geleden hoe de Nederlandse hockeyploeg implodeerde bij het EK. ,,Ik had eerder moeten opstappen.''

Zelfs hij, het vleesgeworden hockeyicoon dat wereldwijd naam maakte als strafcornerkanon, moet zich zo nu en dan voorstellen. Het is dan ook alweer negen jaar geleden dat Floris Jan `Boem Boem' Bovelander afscheid nam. ,,Kinderen met wie ik nu op het veld sta, zaten nog in de kinderstoel toen ik speelde. Die halen hun schouders op als ze horen dat ik destijds wel eens een cornertje raak schoot.''

Hij studeerde moleculaire biologie, maar door een microscoop heeft de 241-voudig international (215 goals) niet meer getuurd sinds zijn afstuderen. ,,Prachtig vak, en de wetenschapsbijlage lees ik met veel plezier. Maar om nou zelf in een witte jas rond te hangen in een laboratorium? Mij niet gezien. Ik ben een vrije jongen, ik wil eigen baas zijn.''

Flop is `het gezicht' van Bovelander & Bovelander, een evenementenburo (vier werknemers, jaaromzet 500.000 euro) dat hij in 1997 samen met zijn broer Jeroen oprichtte en dat sportkampen en -clinics voor jongeren organiseert. ,,We plannen alles ruim van tevoren, maar het liefst improviseer ik, met de strop om m'n nek. Dat ik nu bijvoorbeeld te horen krijg dat over zeven dagen zus en zo geregeld moet zijn dan ben ik op mijn best.''

Het vooroordeel is even logisch als hardnekkig: ach gut, hij kan maar niet loskomen van het hockey. Grijnzend: ,,Iedereen mag denken wat-ie wil, het laat me koud'', zegt de topscorer aller tijden (276 doelpunten) van de Nederlandse hoofdklasse. ,,Had ik als speler ook; ik maakte me niet druk. Pas als het echt spannend werd, in de finale of halve finale van een groot toernooi, leefde ik op. Kijk de statistieken er maar op na.''

Hockey heeft het afgelopen decennium een metamorfose ondergaan, beseft de oud-verdediger met de afgezakte kousen en de ballonkuiten. ,,Het tempo ligt ietsje hoger, maar verder? Slaan kunnen ze niet meer; het is flatsen (sleepbeweging, red.) voor en flatsen na. Die lage backhand heeft de sport verrijkt. Het veld is twee keer zo groot geworden, omdat je nu zowel over links als rechts kan aanvallen. In mijn tijd dreef je iemand naar z'n backhand, zodat diegene hooguit nog een cornertje kon halen. Tegenwoordig is het bijna andersom: drijf iemand maar naar z'n forehand, want schieten kunnen ze toch niet meer.''

Als lid van de commissie tophockey van `zijn' Bloemendaal kreeg hij, kort na zijn afscheid in Atlanta (olympiche titel 1996), te maken met spelers – sommigen oud-ploeggenoten – die plotseling geld eisten. ,,Ik ben niet het type dat zegt: vroeger was alles beter. Ik hockeyde voor een boekenbon en kreeg, als ik mazzel had, na een gasttraining een fles wijn in handen gedrukt. Maar de wereld is veranderd, en dus is hockey veranderd. Het is wat saaier, wat zakelijker geworden. Nu kunnen jongens als Teun (De Nooijer, red.) goed leven van hun sport. Prima, al stond Bloemendaal in 1999 met vijf internationals wel ineens voor een extra kostenpost van zo'n 200.000 gulden.''

Zijn naam duikt de laatste tijd weer op, want hockey is in de ban van `het thema veiligheid'. En dus wordt regelmatig herinnerd aan de verwoestende uithaal waarmee Bovelander de Duitse lijnstopper Stefan Blöcher velde bij de Spelen van 1988. ,,Ik begrijp de bedenkingen ten aanzien van de lage forehand, maar vind de ophef overtrokken. Je kan wat harder slaan, en zeker vrouwen hebben baat bij die slag, maar je hebt veel ruimte nodig die lage forehand in praktijk te brengen. En ruimte is schaars in tophockey.''

Maar ontbloot van risico's is de sport niet, weet Bovelander. ,,Gevaarlijk wordt het zodra geoefende en minder geoefende hockeyers tegenover elkaar staan. Merkte ik laatst nog. Ik speelde met wat oud-internationals een wedstrijd tegen een stel veteranen. Het doel was leeg, dacht ik, dus ik schiet. Glijdt er plotseling alsnog iemand voor de plank. Sta je 's avonds ineens met `een tulband' een biertje te drinken.''

Tot twee jaar geleden maakte Bovelander (39) deel uit van de begeleiding van het Nederlands elftal. Een onverdeeld genoegen was dat niet. ,,Punt was dat ik gewoon te weinig tijd had: net vader geworden en retedruk met ons eigen bedrijf. Daardoor was ik alleen tijdens toernooien bij de ploeg. En ja, zo'n compromis werkt niet. Je bent er of je bent er niet een tussenweg bestaat niet. Dat had ik moeten beseffen.''

Toch bleef hij, met alle gevolgen vandien. Bij het EK in Spanje implodeerde de uiteindelijk als vierde geëindigde ploeg van bondscoach Joost Bellaart. ,,Mede op last van Joost hadden die jongens kort daarvoor vol gas gegeven bij de Champions Trophy in Amstelveen. Eenmaal in Barcelona bleken ze gesloopt, zowel fysiek als mentaal. Irritaties waren er al, ook binnen de begeleiding zelf, en die namen daar in hevigheid toe.''

Zijn functie was niet duidelijk, en intern heette hij dan ook Rommelander; de geboren flierefluiter rommelde maar wat aan. ,,Tegenover de spelers had Joost laten weten dat hij van me afwilde, terwijl hij mij juist had verteld me per se bij de groep te willen houden. Zo ontstond verwarring. Ook dat kwam mijn positie en mijn geloofwaardigheid niet ten goede. Achteraf is het makkelijk lullen, maar ik had eerder moeten opstappen en me überhaupt nooit in zo'n kwetsbare positie moeten laten manouevreren. Dat is mijn fout geweest.''

Bijna twee jaar na dato herinnert Bovelander met een wrange glimlach aan het toernooi dat de aanzet bleek tot een geruchtmakende spelersopstand. ,,Zat ik daar, tot één uur 's nachts op een hotelkamer de strafcorner van Zwitserland op video te bestuderen. En waarom? Van Zwitserland win je ook wel met 5-0 zonder hun corner ontleed te hebben. Op de bank mocht ik verder niets zeggen, want [assistent] Michel van den Heuvel was de enige die Joost wat in mocht fluisteren, dus gezellig was het al met al niet.''

Na de revolte die Bellaart het hoofd kostte, verdween Bovelander geruisloos van het toneel. Ambities om terug te keren heeft hij niet. ,,Ik ben niet zo'n coach-type. Ik wil het ook niet, bijna elke avond van huis en wéér alleen maar hockey.''

Over het komende EK, dat morgen in Leipzig begint, is hij positief gestemd, ondanks de matige resultaten in de voorbereiding en het feit dat Nederland de Europese titelstrijd in 1987 (Moskou) voor het laatst won. ,,Die jongens van nu mogen zich gelukkig prijzen dat het EK is teruggebracht van twaalf naar acht landen. Voor ons duurde het toernooi destijds te lang. Een rustdag, wedstrijdje, weer een rustdag je kwam én niet in je ritme én je wist toch wel dat je ging winnen. Zeker ik had daar last van. Het leidde tot een sleur, die ons in de eindfase tegen Duitsland telkens opbrak.''