Gevoeligheid voor eigen muziek ligt al vroeg vast

Gevoeligheid voor de muziek uit de eigen cultuur wordt al vroeg in het leven vastgelegd. Westerse kinderen van twaalf maanden merken al geen afwijkingen en `fouten' meer op in `ongelijke', niet-westerse ritmes (zoals een 5/8- of 7/8-maat, waarin de beat 2+3 c.q. 3+4 is). Westerse kinderen van zes maanden hebben daar nog geen moeite mee. Kennelijk vindt bij muziek een zelfde `vernauwing' van de perceptie plaats als bij taal. Baby's maken moeiteloos onderscheid tussen klanken uit vreemde talen die volwassen niet meer kunnen onderscheiden, maar ook die openheid is met een jaar wel verdwenen. Opvallend bij de muzikale gevoeligheid van kinderen van 12 maanden is dat een korte training in de `vreemde' ritmes de gevoeligheid voor ongelijke ritmes weer sterk doet toenemen. Bij volwassenen heeft zo'n training geen zin. Dit alles blijkt uit het onderzoek onder kinderen en volwassenen van Sandra Trehub en Erin Hannon (Proceedings of the Natonal Academy of Sciences, online 22 augustus).

De opzet van het onderzoek is vergelijkbaar met een eerder onderzoek van Trehub onder volwassenen en kinderen van zes maanden (Psychological Science, januari 2005). De proefpersonen, klein en groot, worden geconfronteerd met een sythesizer-versie (MIDI) van een volksliedje van de Balkan. Vervolgens kregen ze het liedje in twee versies te horen, een met een ritmewijziging die geen invloed had op het fundamentele ritme en een met een wijziging die inging tegen de `beat'. De kinderen van twaalf maanden besteden nauwelijks aandacht aan die fundamentele verstoring (die van zes maanden dus nog wel), volwassenen evenmin.

Als kinderen van 12 maanden twee weken lang een of twee keer terloops tien minuten lang balkanmuziek te horen krijgen blijken ze vervolgens de ongelijke ritmes wèl goed te kunnen onderscheiden. Bij volwassenen had zo'n training geen significant effect.

    • Hendrik Spiering