Europol maakt netwerken van terreur zichtbaar

Politieorganisatie Europol, operationeel sinds 1999, is spil in de Europese terreurbestrijding. `We beginnen echte vooruitgang te boeken.'

In het hart van Europol wordt dag en nacht gewerkt. In de `cockpit' – een aparte ruimte – aan de Raamweg in Den Haag speuren tientallen politiefunctionarissen uit Europa en andere landen zoals Amerika naar terroristen.

`Analysebestand islamistische terrorist', meldt een beeldscherm. Dan verschijnt een kaart met telefoons, die via gekleurde draden met elkaar in verbinding staan. Alle verdachte meldingen die binnenkomen worden getoetst – 8.000 meldingen uit België, 15.000 uit Duitsland. Een monnikenwerk.

Opeens wordt resultaat geboekt en duiken steeds dezelfde telefoonnummers op. Ze maken een netwerk zichtbaar waarin alle lijnen uit Italië, Ierland, Duitsland en Nederland naar een telefoon in Lissabon, die later van een verdachte islamist blijkt te zijn.

In zijn eentje komt een nationale opsporingsdienst nooit achter zo'n netwerk. Europol wel, omdat ,,de kwaliteit van onze informatie steeds beter wordt. Daardoor wordt de hulp van Europol vaker ingeroepen, zoals na de terreuraanval op Londen'', zegt Max-Peter Ratzel (55), de nieuwe directeur van Europol – de Europese politieorganisatie met 500 mensen die niet alleen terreur bestrijden, ook grensoverschrijdende mensenhandel, drugskartels, witwasoperaties en valsemunterij.

Ratzel was nog niet begonnen in Den Haag of hij kreeg zijn vuurdoop. Vier jonge mannen in Londen brachten bommen tot explosie in de Londense metro en in een bus, die aan ruim vijftig mensen het leven kostte. ,,Nog dezelfde dag hebben we contact met Londen opgenomen'', zegt Ratzel. ,,We konden meteen een verbindingsman sturen, die in het onderzoeksteam van Scotland Yard mocht meedoen. We kregen belangrijke informatie over verdachten, de aard van de springstof, konden die verwerken in de Europolcentrale in Den Haag en we konden onze bevindingen weer terugkoppelen naar Londen.''

Een uitstekende samenwerking, meent Ratzel. Bij de aanslag op de metro van Madrid, in maart 2004, verliep de samenwerking moeizamer. De Britten lieten merken zeer tevreden te zijn over de bijdragen van Europol. Een aantal verdachten werd al snel opgepakt, hoewel het onderzoek nog voortduurt.

Als ervaren politieman kent Ratzel het klappen van de zweep. Praktisch zijn hele beroepsleven werkte hij bij het Duitse Bundeskriminalamt in Wiesbaden. Hij is bedreven in het organiseren van politieoperaties om internationale misdaadbendes op te rollen. Europol zelf heeft niet de bevoegdheid terroristen en criminelen op te pakken. De Europese politieorganisatie moet de onderlinge samenwerking tussen de Europese landen verbeteren in de strijd tegen terrorisme en internationale misdaad. Wel kan Europol, als coördinator van informatie, terreurnetwerken in beeld brengen wat de afzonderlijke Europese landen zelf veel moeilijker lukt.

Daarbij is Europol wèl afhankelijk van informatie uit de 25 EU-landen zelf, en dat ligt gevoelig. ,,Het is altijd moeilijk bij politie en inlichtingendiensten te vragen om informatie door te geven'', zegt Ratzel. Informatie die niet gedeeld wordt, is volgens hem nutteloos, soms zelfs gevaarlijk, omdat dit tot verkeerde beslissingen kan leiden.

Aanvankelijk werd Europol, opgericht in 1999, met argusogen bekeken door politie en inlichtingendiensten in de verschillende Europese landen. ,,Inmiddels beginnen we echte vooruitgang te boeken'', zegt Ratzel. Hij is niet ontevreden. De informatieuitwisseling over terrorisme tussen de lidstaten en Europol is in het jaar van 2003/2004 met dertig procent gestegen. Ook uit de cijfers over de eerste helft van 2005 blijkt dat de uitwisseling van informatie opnieuw hoger is. ,,Een belangrijk signaal dat het vertrouwen van de landen in Europol toeneemt'', meent de nieuwe directeur.

Essentieel is ook dat Europol de informatie zo vroeg mogelijk krijgt. ,,Liefst niet uit afgesloten onderzoeken, maar uit lopende onderzoeken.'' Ook dat gaat volgens Ratzel beter. Momenteel is Europol betrokken bij twintig lopende onderzoeken in vooral West-Europa op het gebied van terrorisme. ,,Daaruit blijkt welke kwaliteit we intussen hebben behaald'', zegt Ratzel.

Maar een gemeenschappelijke Europese anti-terreurbrigade, waar de Israëlische vice-premier Peres na de aanslagen in Londen voor pleitte, zit er nog lang niet in. Ratzel: ,,De EU bestaat uit nationale staten met eigen veiligheidsorganisaties. Bij veel landen zijn politie, justitie en inlichtingendiensten ook nog gescheiden. Ons doel is te zorgen dat er zoveel mogelijk wordt samengewerkt, zonder nieuwe obstakels te creëren.''

Dat is de kunst, want in Europa heeft de daadkracht na de aanslagen in New York geleid tot een scala aan terreurbestijders. Alleen in Brussel huizen bij de Europese Commissie anti-terreurcoördinator Gijs de Vries, de criminaliteitsbestrijders van OLAF, een Joint Situation Centre (Sitcen) dat terreuranalyses maakt. In Eurojust, ook in Den Haag, werken de openbaar ministeries uit de EU-landen samen en in Warschau functioneert sinds kort een Europees Grensbewakings Agenschap.

,,Het is belangrijk dat we elkaar aanvullen en niet elkaars werk overdoen'', zegt Ratzel. Daarom pleit hij ervoor dat de EU-ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken zo snel mogelijk tot een heldere rolverdeling komen van alle organisaties die actief zijn in terreurbestrijding. Ook is het volgens hem noodzakelijk dat gegevens over telefoon- en internetverkeer een jaar worden opgeslagen in plaats van anderhalve maand zoals nu het geval is. ,,Het gaat puur om verbindingen, niet om de inhoud van gesprekken'', zegt Ratzel.

,,Het gevaar van terroristische aanslagen is helaas permanent, in Nederland net zo goed als elders in Europa. Willen we aanslagen verijdelen, dan is betere politiesamenwerking onvermijdelijk.''

Niet alleen de politie moet volgens hem waakzaam zijn, ook de bevolking. ,,Zodra een burger iets ongewoons ziet, moet hij de politie inlichten.'' Zoals bij de tas in Duivendrecht waardoor vorige week het station in Utrecht urenlang werd afgesloten. ,,Zoiets heeft ergerlijke gevolgen. Maar het is beter elke melding te controleren, dan niets te doen en er een aanslag plaatsvindt.''

    • Michèle de Waard