Erfenis Greenspan niet alleen maar koek en ei

Dit is het weekend om Alan Greenspan te huldigen. Na achttien jaar als voorzitter van de Fed (de Federal Reserve, het federale stelsel van Amerikaanse centrale banken) woont de 79-jarige zijn laatste mondiale bijeenkomst van centrale bankiers bij in Jackson Hole, Wyoming.

De lucht zal vol zijn van loftuitingen. Hier is de man die de belangrijkste rentetarieven omlaag bracht van 7 naar 3,5 procent, en die het voor elkaar kreeg de dreiging van deflatie in 2002 af te wenden.

Hier is de man die waakte over een economie die al die jaren gemiddeld met 3,1 procent groeide; de enige inzinking, in 1991, was met 0,2 procent een milde. En hier is de man die de inflatie op een gemiddelde van 3 procent heeft gehouden, ongeveer het huidige niveau.

Maar wanneer de centrale bankiers over een jaar of vijf weer bijeenkomen, kon hun oordeel over Greenspan wel eens een stuk minder complimenteus zijn. De gesprekken zullen zich dan waarschijnlijk concentreren op andere aspecten van zijn erfenis. Om te beginnen zadelt het tekort op de Amerikaanse betalingsbalans ter hoogte van 6 procent van het bruto binnenlands product de Verenigde Staten op met een industriële sector die internationaal gezien in een zwakke positie verkeert, en is het land kwetsbaar geworden voor de economische grillen van zijn handelspartners. De bankiers zullen mompelen dat hij de rente toch zeker iets hoger had kunnen houden om de Amerikaanse consumentenuitgaven te temperen. Of dat hij zich toch tenminste had kunnen uitspreken over het schier onoplosbare probleem van het combineren van een unilaterale buitenlandse politiek met de Amerikaanse afhankelijkheid op handelsgebied.

Bovendien zal de economie er over een paar jaar waarschijnlijk veel slechter aan toe zijn dan nu. De centrale bankiers breken zich tegen die tijd misschien het hoofd over de schade die aan het vertrouwen en het financiële systeem is toegebracht door een ineenstorting van de Amerikaanse huizenmarkt, wellicht gevolgd door een ineenstorting van de Amerikaanse aandelenmarkt.

Dan zullen ze zich ook herinneren dat de lage rente van de laatste jaren van het Greenspan-regime de ontwikkeling van deze zeepbellen heeft bevorderd, als het er al niet de oorzaak van was. De vraag rond het kampvuur zou dan wel eens kunnen luiden hoe Greenspan ooit heeft kunnen wegkomen met de bewering dat de prijzen van huizen en aandelen geen zaken waren waar centrale banken zich mee hoefden te bemoeien.

Onder redactie van Hugo Dixon.

Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com.

Vertaling Menno Grootveld.

Onder redactie van Hugo Dixon.

Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com.

Vertaling Menno Grootveld.

    • Edward Hadas